Programma 4 Bestuur en Samenleving

Inleiding

Zuid-Holland is een provincie die aansprekende resultaten neerzet door te excelleren op haar kerntaken ruimte, mobiliteit, groen en economie. Het college van GS kiest voor een bestuursstijl waarin vertrouwen, verbinden en ruimte geven centraal staan. Dit betekent dat de provincie bestuurlijke partners, zoals gemeenten, actief ondersteunt bij het realiseren van hun opgaven en ambities. De provincie wil haar partners niet onnodig voor de voeten lopen of opzadelen met lasten. Vanuit het principe je gaat erover of niet beperkt de provincie onnodige bestuurlijke drukte en richt zij zich op het leveren van concrete prestaties.

De Zuid-Hollandse ambitie met betrekking tot jeugdzorg staat in het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 Zuid-Holland verbindt en geeft ruimte. Deze ambitie richt zich op twee kerndoelen:

  1. De jeugdzorgtaken draagt de provincie over aan de gemeenten. In het belang van kinderen en gezinnen kiest de provincie voor een zorgvuldige overdracht in overleg met instellingen en gemeenten.
  2. Tot de overdracht voert de provincie haar wettelijke taak op het huidige niveau uit, die is gericht op kwalitatief goede zorg die tijdig wordt geboden.

In de transitieagenda jeugdzorg, vastgesteld door Rijk, IPO en VNG, is het voornemen opgenomen om per 1 januari 2015, uiterlijk 2016, de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van de jeugdzorg via wetswijziging bij de gemeenten te leggen. De transitie is vastgelegd in Bestuursafspraken 2011-2015 tussen Rijk, IPO, VNG en Unie van Waterschappen.

De provincie richt zich op de wettelijke taken en de in het Hoofdlijnenakkoord afgesproken focus op kwetsbare groepen, zoals tienermoeders en dak- en thuisloze jongeren. De regionale agendas samenleving worden in aanloop naar de overdracht van de jeugdzorgtaken afgebouwd.

De provincie voert tot de overdracht haar wettelijke verantwoordelijkheden en taken voor jeugdzorg op het huidige niveau uit, gericht op kwalitatief goede en tijdig geboden zorg.

Het Hoofdlijnenakkoord betekent voor maatschappelijke participatie:

  1. Een scherpe koers op de wettelijke steunfunctietaak van de Wmo.
  2. Focus op collectieve belangenbehartiging van zorgvragers.

De sociale barometer met de kwalitatieve analyse levert de onderbouwing om op drie pijlers de participatie van kwetsbare burgers te bevorderen: jeugd, leefomgeving en participatie. Door bestuurlijke afspraken realiseert de provincie, samen met de regios, op deze drie gebieden de aansluiting tussen de provinciale steunfunctietaak en de uitvoering van de Wmo.

De focus op zorgvragersbeleid in een veranderend zorgstelsel richt zich op collectieve belangenbehartiging door ondersteuning:

  • van chronisch zieken en mensen met een beperking;
  • bereikbaarheid van zorg;
  • kwaliteit van zorg;
  • ondersteuning cliënten in de jeugdzorg (Wet jeugdzorg).

De activiteiten in het kader van maatschappelijke participatie zullen dit jaar op basis van Bestuursakkoord en Hoofdlijnenakkoord worden herijkt. Versobering en afbouw van niet-wettelijke taken zullen worden uitgewerkt. Aandacht zal blijven voor kwetsbare groepen zoals jongeren, tienermoeders en dak- en thuislozen. De afbouw van de Regionale Agenda Samenleving geschakeld aan de transitie jeugdzorg zal in overleg met de samenwerkende gemeenten plaatsvinden.

Voor cultureel erfgoed ligt de kern van de activiteiten bij de bescherming, ontsluiting en ontwikkeling van gezichtsbepalend erfgoed in Zuid-Holland. De belangrijkste ontwikkeling is de door het Rijk gewenste modernisering van het monumentenbeleid, waarbij het Rijk onder meer afspraken met provincies wil maken over de matching van middelen. In lijn daarmee vindt er een verdere accentverschuiving plaats: van behoud naar ontwikkeling en van objectgerichte naar gebiedsgerichte monumentenzorg.

Het kabinet wil de komende jaren een stelselherziening publieke omroepen invoeren. De activiteiten omvatten de bekostiging van de regionale omroepen en de instandhouding van de provinciale steunfunctie-instelling voor de gemeentelijke bibliotheken.

Middeleninzet programma 4

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroot 2013

Raming 2014

Raming 2015

Raming 2016

Lasten

206.976

203.079

201.018

72.833

Baten

113.465

111.337

111.040

854

Resultaat voor bestemming

-93.511

-91.742

-89.979

-71.979

Onttrekking reserves

244

0

1.000

0

Storting reserves

1.000

0

0

0

Resultaat na bestemming

-94.268

-91.742

-88.979

-71.979

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroot 2013

Raming 2014

Raming 2015

Raming 2016

Incidentele lasten

5.826

3.759

4.247

231

Incidentele baten

5.441

3.313

3.016

0

Resultaat voor bestemming

-385

-445

-1.231

-231

Onttrekking reserves

244

0

1.000

0

Storting reserves

1.000

0

0

0

Resultaat na bestemming

-1.141

-445

-231

-231

Middeleninzet programma 4

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting
2013

Lasten

206.976

4.599

0

211.575

Baten

113.465

4.414

0

117.879

Resultaat voor bestemming

-93.511

-185

0

-93.696

Onttrekking reserves

244

55

0

298

Storting reserves

1.000

0

0

1.000

Resultaat na bestemming

-94.268

-130

0

-94.398

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting 2013

Incidentele lasten

5.826

4.599

0

10.424

Incidentele baten

5.441

4.414

0

9.855

Resultaat voor bestemming

-385

-185

0

-569

Onttrekking reserves

244

55

0

298

Storting reserves

1.000

0

0

1.000

Resultaat na bestemming

-1.141

-130

0

-1.271

Middeleninzet Programma 4

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting 2013

Lasten

206.976

4.599

-1.734

209.841

Baten

113.465

4.414

45

117.924

Resultaat voor bestemming

-93.511

-185

1.779

-91.917

Onttrekking reserves

244

55

0

298

Storting reserves

1.000

0

1.200

2.200

Resultaat na bestemming

-94.268

-130

579

-93.818

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting 2013

Incidentele lasten

5.826

4.599

-1.750

8.675

Incidentele baten

5.441

4.414

45

9.900

Resultaat voor bestemming

-385

-185

1.795

1.225

Onttrekking reserves

244

55

0

298

Storting reserves

1.000

0

1.200

2.200

Resultaat na bestemming

-1.141

-130

595

-676

Inleiding/conclusie

Dit programma bevat de volgende doelen:

4.1 Krachtige en slanke provincie

4.2 Slagvaardig en robuust lokaal en regionaal bestuur

4.3 Kwalitatief goede en tijdige jeugdzorg

4.4 Bevorderen van participatie van (kwetsbare) burgers

4.5 Een beschermd, bekend en beleefbaar cultureel erfgoed

4.6 Mediavoorzieningen met een goed bereik

De provincie Zuid-Holland streeft naar een sterke en doelmatige provincie. Daartoe concentreert de provincie haar middelen, instrumenten en bevoegdheden op de uitvoering van haar kerntaken.

De provincie Zuid-Holland heeft een bovenlokale systeemverantwoordelijkheid voor het functioneren van het openbaar bestuur in Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland zet zich actief in voor krachtige, slagvaardige en robuuste gemeenten die, ondanks taakverzwaring en teruglopende middelen, de lokale taken en de regionale opgaven goed kunnen oppakken.

De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van de benodigde jeugdzorg. De provincie Zuid-Holland ondersteunt regio’s bij de voorbereiding op de stelselwijziging. Via transitie­bijeenkomsten, pilots, overleg en samenwerking met gemeenten via het Overhedenoverleg en Transitieplatform wordt aan kennis- en expertise-overdracht gewerkt. In het kader van een zorgvuldige overgang van jeugdzorgtaken naar gemeenten worden overgangsmaatregelen per regio gemaakt in de op te stellen regionale arrangementen, de huidige financiers, waaronder de provincie, worden hierbij betrokken. De provincie blijft zolang de Wet op de jeugdzorg van kracht is haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden op het huidige kwaliteitsniveau uitvoeren en verbeteringen doorvoeren.

De provincie Zuid-Holland heeft krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) de taak om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van gemeentelijk beleid om de participatie en zelfredzaamheid van (kwetsbare) burgers te bevorderen.

De provincie zet zich in op behoud, beleving en benutting van onze grote monumentale complexen, die op het raakvlak van groen en water liggen en over gemeente- en regiogrenzen heengaan. Tot deze doorgaande ‘erfgoedlijnen’ rekenen wij de Landgoederenzone, de Romeinse Limes, de Oude Hollandse Waterlinie, onze Trekvaarten, de Atlantikwall, Goeree en de Waterdriehoek (Kinderdijk, Dordrecht en Biesbosch).

Ingevolge de Mediawet hebben de provincies een instandhoudingsplicht voor minstens één regionale omroep. De kerntaak van de regionale omroep ligt bij de invulling van de functie van een rampenzender en bij de dagelijkse regionale nieuwsvoorziening.

Samen met de provincie Noord-Holland houdt de provincie Zuid-Holland ProBiblio in stand, die een tweedelijnsondersteuningsfunctie vervult voor de gemeentelijke bibliotheken.

Middeleninzet Programma 4

Exploitatie

(bedragen x
€ 1.000)

Jaarrekening 2012

Oorspron-kelijke Begroting 2013

Wijzigingen Voorjaars-nota

Wijzigingen Najaarsnota

Begroting na wijziging

Rekening 2013

Vergelijk Begroting na wijziging-Rekening 2013

Lasten

213.373

206.976

4.599

-1.734

209.841

203.416

6.425

Baten

113.591

113.465

4.414

45

117.924

122.803

4.879

Resultaat voor bestemming

-99.781

-93.511

-185

1.779

-91.917

-80.613

11.304

Onttrekking reserves

4.203

244

55

0

298

55

-244

Storting reserves

3.175

1.000

0

1.200

2.200

2.200

-

Resultaat na bestemming

-98.753

-94.268

-130

579

-93.818

- 82.758

11.060