Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Ruimte

Doordat de provincie het met minder geld moet doen, is zij voor het ruimtelijk ordenen meer aangewezen op het ruimtelijke instrumentarium: de regels in de Verordening Ruimte. Om haar doelen op het gebied van programmering in het stedelijke gebied, wonen, groen, economie, cultureel erfgoed en energie te realiseren maakt de provincie voornamelijk gebruik van dit ruimtelijk instrumentarium.

Provinciale Structuurvisie

Het belangrijkste instrument is de Provinciale Structuur­visie. Het opstellen en uitvoeren van de provinciale structuurvisie is een wettelijke taak. In de Provinciale Structuurvisie zijn de provinciale belangen beschreven vanuit de sturingsfilosofie: provinciaal wat moet, lokaal wat kan. Daarmee stelt de Provinciale Structuurvisie kaders waarbinnen gemeenten beleidsvrijheid hebben.

De provinciale Verordening Ruimte is gebaseerd op de Provinciale Structuurvisie en bestaat uit regels die gesteld worden aan gemeen­telijke bestemmingsplannen. Hierin is geen beleidsvrijheid voor de gemeenten.

De provincie overlegt met gemeenten voordat zij het bestemmingsplan gaan beoordelen. Ze verlegt de aandacht naar de start van dit proces en zet minder in op het toetsen van gemeentelijke plannen achteraf. De wet verplicht de provincie om in een uitvoeringsprogramma aan te geven hoe de gewenste doelen tot stand moeten komen. Dit is het derde onderdeel van de ruimtelijke instrumenten.

Omgevingswet

Het Rijk heeft een aantal beleidsvoornemens, waaronder de invoering van een omgevingswet, die impact kunnen hebben op het provinciale ruimtelijke beleid. Deze beleidsvoornemens en de aangekondigde bezuinigingen hebben een inhoudelijk effect op de prioriteiten van de Provinciale Structuurvisie. Gedurende deze collegeperiode zullen de consequenties duidelijk worden.

Wonen

Woonmilieus

Voor een goed woon- en leefklimaat is diversiteit in woonmilieus belangrijk. Bij het maken van verstedelijkingsafspraken met regios richt de provincie zich op een goede balans tussen vraag en aanbod van woonmilieus. De samenhang en samenwerking tussen overheden (onder andere Rijk, regios, IPO en VNG) en marktpartijen worden van steeds groter belang. Voor de bovenregionale afstemming van de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwprogrammering maakt de provincie ieder jaar een monitor Wonen en eens in de drie jaar een woningbehoefteraming. Vervolgens worden afspraken gemaakt met partners en stelt iedere regio in overleg met de provincie Zuid-Holland een eigen regionale woonvisie op.

Visievorming

Om zoveel mogelijk ruimte te geven aan een regionale en lokale invulling van het woningbouwprogramma, zorgt de provincie voor strategische visievorming (de Woonvisie tot 2020, de Zuidvleugelstrategie en de strategieën wonen Groene Hart en Delta en een langetermijnvisie na 2020).

Overcapaciteit

De provincie en haar bestuurlijke partners constateren dat als gevolg van de crisis in de woningbouw er grote overcapaciteit aan woningbouwplannen is ontstaan. Dit leidt er ondermeer toe dat de bouwproductie nagenoeg is stilgevallen in Zuid-Holland. Dit is zorgelijk omdat er in Zuid-Holland nog veel behoefte is aan nieuwe en/of ander type woningen, zowel in het huur- als koopsegment. Om de overcapaciteit uit de markt te nemen, hebben de provincie en de bestuurlijke partners in Zuidvleugelverband in mei van dit jaar afgesproken om de plancapaciteit bij te stellen en 40 procent van de geplande productie voor de komende acht jaar door te schuiven naar het tijdvak 2020-2030. Dit betekent dat er in de Zuidvleugel van de Randstad de komende acht jaar 70.000 woningen minder worden gebouwd. In het najaar van 2012 moet samen met de regios duidelijk worden welke bouwplannen worden uitgesteld.

Huisvesting verblijfsgerechtigden

Naast het afstemmen van de programmering en planning van de woningbouw, houdt de provincie toezicht op de uitvoering van de Huisvestingswet. Dit betekent toezicht houden op de lokale en regionale huisvestingsregelgeving en op de huisvesting van statushouders (verblijfsgerechtigden).

Economie

Om het aantrekkelijke vestigingsklimaat te behouden werkt de provincie aan regionaal economisch beleid. Ondernemers maken de economie, en met het ruimtelijk instrumentarium en het beleid op verkeer en vervoer schept de provincie hiervoor de randvoorwaarden. In deze collegeperiode zijn voor regionaal economisch beleid, ondanks de intensivering die is afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord van € 20,0 mln, minder middelen beschikbaar dan in de afgelopen jaren. Dit betekent meer focus in de ambities. De provincie richt zich in de eerste plaats op herstructurering en intensiever gebruik van bedrijventerreinen om verrommeling van het landschap tegen te gaan. Daarnaast heeft de duurzame versterking van kansrijke regionaal-economische clusters (waaronder Greenports en Bioscience) prioriteit, omdat deze een aanjagende werking hebben voor de Zuid-Hollandse economie.

Middeleninzet programma 3

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroot 2013

Raming 2014

Raming 2015

Raming 2016

Lasten

93.546

74.236

47.924

42.445

Baten

1.525

1.277

899

899

Resultaat voor bestemming

-92.021

-72.959

-47.026

-41.546

Onttrekking reserves

13.605

5.169

0

2.853

Storting reserves

0

5.149

4.037

0

Resultaat na bestemming

-78.415

-72.939

-51.063

-38.693

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroot 2013

Raming 2014

Raming 2015

Raming 2016

Incidentele lasten

35.015

15.882

-8.872

2.318

Incidentele baten

627

379

0

0

Resultaat voor bestemming

-34.388

-15.503

8.872

-2.318

Onttrekking reserves

13.605

5.169

0

2.853

Storting reserves

0

5.149

4.037

0

Resultaat na bestemming

-20.783

-15.483

4.834

534

Middeleninzet programma 3

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling Voorjaarsnota

Bijstelling Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting 2013

Lasten

93.546

36.312

0

129.858

Baten

1.525

6.284

0

7.810

Resultaat voor bestemming

-92.021

-30.027

0

-122.048

Onttrekking reserves

13.605

47.474

0

61.080

Storting reserves

0

16.818

0

16.818

Resultaat na bestemming

-78.415

629

0

-77.786

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling Voorjaarsnota

Bijstelling Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting 2013

Incidentele lasten

35.015

36.312

0

71.326

Incidentele baten

627

6.284

0

6.911

Resultaat voor bestemming

-34.388

-30.027

0

-64.415

Onttrekking reserves

13.605

47.474

0

61.080

Storting reserves

0

16.818

0

16.818

Resultaat na bestemming

-20.783

629

0

-20.154

 

Onderdeel rapportage over afwijkingen op investeringen Programma 3

Investering

(bedragen x € 1.000)

Begroting

2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde
Begroting 2013

Uitgaven

1.644

0

0

1.644

Saldo Investeringen

-1.644

0

0

-1.644

Wijzigingen in investeringen worden toegelicht in de financiele begroting

Middeleninzet Programma 3

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting 2013

Lasten

93.546

36.312

-21.800

108.057

Baten

1.525

6.284

-172

7.638

Resultaat voor bestemming

-92.021

-30.027

21.629

-100.419

Onttrekking reserves

13.605

47.474

-17.936

43.144

Storting reserves

0

16.818

2.386

19.204

Resultaat na bestemming

-78.415

629

1.307

-76.479

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroot

2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde

Begroting 2013

Incidentele lasten

35.015

36.312

-21.800

49.526

Incidentele baten

627

6.284

-172

6.740

Resultaat voor bestemming

-34.388

-30.027

21.629

-42.787

Onttrekking reserves

13.605

47.474

-17.936

43.144

Storting reserves

0

16.818

2.386

19.204

Resultaat na bestemming

-20.783

629

1.307

-18.847

 

Onderdeel rapportage over afwijkingen op investeringen Programma 3

Investering
(bedragen x € 1.000)

Begroting
2013

Bijstelling
Voorjaarsnota

Bijstelling
Najaarsnota

Bijgestelde
Begroting 2013

Uitgaven

1.644

0

0

1.644

Saldo Investeringen

-1.644

0

0

-1.644

Wijzigingen in investeringen worden toegelicht in de financiele begroting

Inleiding/conclusie

Dit programma bevat de volgende doelen:

3.1 Een deskundig geordende ruimte met kwaliteit

3.2 Vraag naar en aanbod van woningen in balans

3.3 Een schonere bodem en optimaal bodemgebruik in Zuid-Holland

3.4 Een sterke regionale economie

3.5 Een duurzame energievoorziening in Zuid-Holland

Dit programma beslaat de doelen en activiteiten die voortvloeien uit de (wettelijke) taken van de provincie op het terrein van ruimtelijke ordening (boven- en ondergronds), wonen en economie. Daarnaast wordt er kaderstellend beleid over de ontwikkeling hiervan vastgesteld.

De provincie beoogt een regierol te vervullen voor een toekomstbestendig ruimtegebruik. Door een integrale afweging van ruimtelijke ontwikkelingen biedt de provincie kaders (Structuurvisie, Verordening Ruimte en dergelijke) en geeft richting voor een mooie en schone leefruimte. In samenwerking met partners wordt de verantwoordelijkheid voor ruimtelijke kwaliteit genomen.

De provincie streeft naar een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen en woonmilieus in Zuid-Holland. Gelet op de maatschappelijke behoefte, de beschikbare ruimte en de bestaande woningvoorraad, wordt beoogd te bereiken dat er voldoende woningen worden geprogrammeerd en gebouwd en dat dit op de goede locaties en binnen de juiste woonmilieus gebeurt. Dit om een kwalitatief goed, divers en duurzaam woon- en leefklimaat te waarborgen.

De provincie is als regionale autoriteit eindverantwoordelijk voor het regionaal ruimtelijk-economisch beleid. Doel is de internationale concurrentiepositie van Zuid-Holland te versterken. De uitdagingen waar de regio en het hier gevestigde bedrijfsleven voor staan zijn immens. Veel sectoren bevinden zich in een transitie die hen noodzaakt krachtig te innoveren en te verduurzamen. De provincie zet daarbij in op het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven door ruimte te scheppen voor (nieuwe) economische activiteiten, het stimuleren van innovatie bij de prioritaire clusters, het verbinden van partijen en samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en onderzoek te faciliteren.

Middeleninzet Programma 3

Exploitatie

(bedragen x
€ 1.000)

Jaarrekening 2012

Oorspron-kelijke Begroting 2013

Wijzigingen Voorjaars-nota

Wijzigingen Najaarsnota

Begroting na wijziging

Rekening 2013

Vergelijk Begroting na wijziging-Rekening 2013

Lasten

86.567

93.546

36.312

-21.800

108.057

93.038

15.019

Baten

10.673

1.525

6.284

-172

7.638

3.648

3.990-

Resultaat voor bestemming

-75.893

-92.021

-30.027

21.629

-100.419

- 89.390

11.029

Onttrekking reserves

15.972

13.605

47.474

-17.936

43.144

29.150

-13.994

Storting reserves

39.486

0

16.818

2.386

19.204

18.271

934

Resultaat na bestemming

-99.407

-78.415

629

1.307

-76.479

-78.511

-2.031