Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In januari 2005 en december 2011 hebben Provinciale Staten de beleidskaders vastgesteld voor het onderhoud van kapitaalgoederen van respectievelijk recreatie (PS-besluit 5532) en infrastructuur (PS-besluit 6407).

De beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel infrastructuur) vormt het beleidskader voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau van de provinciale wegen en vaarwegen inclusief de kunstwerken. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen worden onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteitsniveau en waarbij de totale kosten worden geoptimaliseerd. Hierbij wordt uitgegaan van een beheerssystematiek voor beheer en onderhoud van de infrastructuur, waarbij het maatschappelijke belang van de infrastructuur centraal staat.

De beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel recreatie) vormt het beleidskader voor de rol, functie en het prijs-, kwaliteits- en onderhoudsniveau van de provinciale recreatiegebieden. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen goed worden onderhouden en de functionele kwaliteit ervan wordt gewaarborgd. Als zodanig wordt voorkomen dat er achterstallig onderhoud optreedt waardoor er extra kosten moeten worden gemaakt om dit in te lopen of dat er door achterstallig onderhoud schadeclaims binnenkomen.

 

Weg- en vaarweginfrastructuur

De provincie is eigenaar en beheerder van wegen (520 km) en vaarwegen (137 km). Meer in detail betekent dit dat de provincie het beheer heeft over en onderhoud pleegt aan:

  • 660 ha verhardingen
  • 452 bushaltes
  • 11.000 openbare-verlichtingsmasten
  • 144 km geleiderail
  • 118 verkeersregelinstallaties
  • 504 vaste bruggen, duikers, tunnels en viaducten
  • 647 ha gras
  • 782 km bermsloten
  • 84 ha beplanting
  • 40 km hagen
  • 60.060 bomen
  • 199 km oevers
  • 70 beweegbare kunstwerken (bruggen en sluizen)
  • 4147 meerpalen
  • 1800 bolders en dukdalven
  • 460 ha waterbodem

NB: kengetallen zijn eind 2010 berekend. Door areaalwijzigingen kunnen de kengetallen veranderen.

Beleid

Het provinciale beleid voor het beheer en onderhoud van de provinciale (vaar)weginfrastructuur is vastgelegd in het Beheerplan Wegen en Vaarwegen 2012-2015, die in 2011 door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten zijn vastgesteld. De beheerplannen bevatten het beleidskader voor het op het minimaal vereiste basisniveau brengen van de infrastructuur op basis van de drie vastgestelde kwaliteitsniveaus (bereikbaarheid, veiligheid en omgevingskwaliteit).

De benodigde budgetbehoefte voor de komende jaren is in 2010 op basis van normkosten herberekend en vastgelegd in de nota Budgetbehoefte beheer en onderhoud 2012-2015 die in januari 2011 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. Voor de uitvoering van deze nota is in het Hoofdlijnenakkoord voor de collegeperiode 2012‑2015 € 24,0 mln extra uitgetrokken voor het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur. Genoemd bedrag dient ter dekking van de extra exploitatie- en kapitaallasten ten opzichte van de huidige meerjarenbegroting voor beheer en onderhoud.

Ook in de komende periode wordt het onderhoud uitgevoerd volgens de systematiek van planmatig beheer en onderhoud, waarbij een integrale, traject gewijze aanpak wordt toegepast op de tien vaarwegtrajecten en de 118 wegtrajecten. De extra impuls voor het budget van beheer en onderhoud wordt vooral ingezet om de aanwezige achterstanden in het onderhoud van wegen, vaarwegen en kunstwerken verder weg te werken. Uit het onderzoek Kunstwerken in control zijn negen acute problemen bij kunstwerken naar voren gekomen. Deze kunstwerken worden in de periode 2011-2014 vervangen.

Beheer

Verspreid over het gehele areaal worden, waar nodig, diverse dagelijkse beheer- en onderhouds­werkzaamheden uitgevoerd. Het betreft onder meer: toezicht, inspectie en handhaving, juridisch beheer, bediening van bruggen, verkeersvoorzieningen (zoals bebording, meubilair, openbare verlichting en verkeerslichten), gladheidbestrijding, kleinschalig civieltechnisch onderhoud aan wegen, vaarwegen en kunstwerken, verwijderen van graffiti, groenonderhoud, exploitatie van steunpunten, vaartuigen, dienstvoertuigen en materieel.

 

Projecten

In 2013 wordt conform de meerjarenplanning Wegen 2013-2016 grootschalig onderhoud uitgevoerd aan

15 wegtrajecten. Het betreft de trajecten:

  • N207A Bergambacht - Gouda (km 4,8 - 15,1)
  • N207C Waddinxveen (km 22,0 - 27,8)
  • N209A Rotterdam - Bleiswijk (km 0,0 - 14,0)
  • N209B (Bleiswijk - Hazerswoude-Rijndijk (14,0 - 26,0)
  • N211A s Gravenzande - Hoek van Holland (km 4,5 - 12,85)
  • N217E Passage Kiltunnel (km 27,2 - 30,2)
  • N219A Capelle aan den IJssel - Gouda (km 3,4 - 7,9)
  • N220A Hoek van Holland - Maassluis (km 0,0 - 7,9)
  • N443A Sassenheim - Noordwijkerhout (km 0,0 - 4,2)
  • N446A Leiderdorp (km 0,325 - 2,1)
  • N450A Voorhout - Sassenheim (km 1,5 3,0)
  • N463A Nieuwkoop provincie Utrecht (km 1,7 - 7,0)
  • N464A Poeldijk - Den Haag (km 2,2 - 4,6)
  • N481A (km 2,5 - 6,7)
  • N489A Numansdorp - Maasdam (km 0,0 - 5,7)

Daarnaast worden nog vier niet trajectgebonden projecten uitgevoerd:

  • Hartelbrug (N218)
  • Kruising N207 - N454 Gouwepark
  • N444 - aansluiting N44 Postviaduct Teylingen (km 2,0)
  • Rotonde N211 - N465 Monster

In 2013 worden conform de meerjarenplanning Vaarwegen 2013-2016 op diverse vaarwegtrajecten twaalfgrootschalige onderhoudsprojecten uitgevoerd. De projecten zijn:

  • Groot onderhoud Hefbrug Boskoop
  • Groot onderhoud Steekterbrug
  • Hartelbrug
  • Vervanging oevers langs:
    • traject 2: het Rijn-Schiekanaal,
    • traject 4: Oude Rijn,
    • traject 6: Oude Rijn, Heimanswetering
    • traject 7: Aarkanaal
    • traject 10: het Merwedekanaal
  • Groot onderhoud bruggen in Alphen aan den Rijn (inclusief afstandbediening)
  • Baggerwerkzaamheden in regio Gouda - Alphen aan den Rijn
  • Verbeteren nautische voorzieningen bij bruggen in regio Leiden - Den Haag
  • Vernieuwen loswal Hazerswoude
  • Verbetertraject afstandbediening
  • Nieuwbouw bediencentrale Steekterpoort, Alphen aan den Rijn

 

Financieel

De kosten voor beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen worden in de begroting geraamd in programma 2, Mobiliteit en Milieu. De hiervoor meerjarig beschikbare materiële middelen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Meerjarig lastenbudget en investeringen voor beheer en onderhoud wegen en vaarwegen ( excl. kapitaal- en apparaatslasten)

(bedragen x € 1.000)

2013

2014

2015

2016

Onderhoud vaarwegen

8.873

11.630

11.339

11.469

Onderhoud wegen

38.936

37.316

37.658

34.278

Totaal

47.809

48.946

48.997

45.747

         

Planmatig beheer en onderhoud investeringen

64.090

58.423

66.250

57.858

 

Recreatiegebieden

Beheer

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buitenstedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door natuur- en recreatieschappen. De provincie heeft echter ook een deel van de recreatiegebieden in eigendom en beheer, de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRGs). Deze PRGs beslaan een areaal van een kleine 656 ha, verspreid over ongeveer 29 gebieden. De bekendste gebieden zijn Vlietland (290 ha), Klinkenbergerplas (40 ha) en het Valkenburgse Meer (91 ha). Deze PRGs liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

Beleid

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en heeft besloten om in te zetten het beheer van de recreatie­gebieden over te dragen aan gemeenten of private partijen.

De afgelopen jaren wordt in de gebieden, door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud, een constante kwaliteit nagestreefd. Dit heeft geresulteerd in het Meerjaren Programma Provinciale Recreatiegebieden 2008-2013 (De basis op orde). Het terreinbeheermodel (TBM) is evenals voor de Natuur- en Recreatieschappen de basis waarop het beheer zal worden berekend. Inmiddels is ook voor de PRGs het TBM operationeel. Vanuit het functiegestuurde beheren (volgens TBM) wordt ieder jaar bekeken welke noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en investeringen in het betreffende jaar moeten worden gepleegd. Deze werkwijze geeft tevens een doorkijk naar de komende periode, waardoor geanticipeerd kan worden op een eventuele structurele verhoging van de begroting dan wel of een integrale heroverweging van functies, doelen en middelen voor de PRGs noodzakelijk is.

In navolging van het gewijzigde beleid van de natuur- en recreatieschappen ten aanzien van beheer en onderhoud van de recreatiegebieden zal ook het beheerbeleid voor de PRGs worden gewijzigd.

Het beleid zal meer gericht zijn op structureel beheer, waarbij in de jaarlijkse lasten naast het reguliere onderhoud, ook rekening wordt gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

Beheersgebieden

beheersgebieden

(klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)

 

Meerjarig lastenbudget onderhoud provinciale recreatiegebieden

(bedragen x € 1.000)

2013

2014

2015

2016

Onderhoud provinciale recreatiegebieden

1.687

1.687

1.687

1.687

Gebouwen

Huisvesting en vastgoed

In 2010 heeft een zogenaamde 'nulmeting' plaatsgevonden van de gebouwen in provinciaal eigendom.

De hieruit verkregen inzichten worden gebruikt als basis voor het onderhoud, maar vooral om een systeem van planmatig onderhoud te operationaliseren. Dit systeem van planmatig onderhoud zal de basis vormen voor het geactualiseerde meerjarenprogramma onderhoud aan gebouwen, alsmede een basis bieden voor een (kosten) efficiënte aanpak van verbouwingen. Het onderhoud aan de provinciale gebouwen is zoveel mogelijk gecentraliseerd en belegd in contracten waarbij duurzaamheid, maar ook kostenreductie en doelmatigheid belangrijke uitgangspunten zijn. In 2013 wordt verder invulling gegeven aan het beheer en onderhoud van het provinciaal vastgoed voor wat betreft de technische, functionele en financiële kaders.

Beleid

Gebouwen zijn kapitaal intensief en hebben een grote invloed zowel op het feitelijk functio­neren van de medewerkers als op de beeldvorming van de provinciale organisatie. In de Strategische huisvestingsvisie 2010-2014 zijn de ontwikkelingen op het gebied van werk, digitalisering en representatie meegenomen.

In december 2011 is door Provinciale Staten de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2012-2015 vastgesteld, met als beleidsuitgangspunt een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. In juli 2012 is het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 vastgesteld, waarin de uitvoering van de beleidskaders nader is uitgewerkt.

Beheer

Het beheer en onderhoud wordt planmatig georganiseerd en mede gericht op het actueel houden van de genoemde functionaliteiten. Het onderhoud van het provinciehuis wordt uitgevoerd op basis van het vastgestelde Beheerplan Gebouwen 2013-2016. In 2011 is de inrichtingsmodule voor het flexibel kantoorconcept vastgesteld alsook de interactie tussen de invoering van het flexibel kantoorconcept (de fysieke insteek), de digitale infrastructuur (o.a. plaats­onafhankelijke pc, telefoon en wifi) en het concept Het Nieuwe Werken (houding en gedrag). Daarop is de pilot bij de afdeling Ruimte Wonen en Bodem gestart, waarvan de resultaten in 2012 zijn geëvalueerd.

De verbouwing van de bouwdelen A en B start in 2013 en wordt in 2014 afgerond. De huisvestingsbehoefte van de provincie verandert als gevolg van OvT, PNS en 'Anders Werken'. Reductie van de formatie en een andere manier van werken in een flexibel kantoorconcept leveren in de komende jaren vermindering van werkplekken en daardoor besparing in ruimtegebruik op. De ruimtewinst die hierdoor ontstaat, wordt gebruikt voor het terugplaatsen van extern gehuisveste organisatieonderdelen of het aantrekken van geschikte marktpartijen. In dat kader zijn de contracten voor de regiokantoren in Leiden en Dordrecht en Unie van Waterschappen flexibel gemaakt. In april 2012 zijn de provinciale onderdelen die waren gehuisvest bij de Unie van Waterschappen en een gedeelte van het regiokantoor Leiden centraal gehuisvest in het Provinciehuis. Regiokantoor Leiden wordt in zijn geheel afgestoten per 1 januari 2013. Bouwdeel D-punt/hoogbouw van het Provinciehuis is met ingang van 1 september 2012 verhuurd aan advocatenkantoor Bird & Bird voor een periode van 10 jaar.

Het noodzakelijk groot onderhoud, de verbetering van de doelmatigheid en het actualiseren van de inrichting zijn in 2011 vertaald in een verbouwingsprogramma voor de bestuursvleugel. In 2012 is de Koffiekamer vernieuwd en zijn voorbereidingen gestart voor de renovatie van het Bestuursgebouw. Deze renovatie betreft onder meer de technische installaties, de inrichting van de toiletgroepen, de actualisatie van de vergaderruimten, inrichting van de beveiligingsloge, brandbeveiliging conform huidige regelgeving, energie­besparende vervanging van de inductie-units (t.b.v. klimaatbeheersing) en modernisering van de entree en de MSA hal.

Met de in het provinciehuis te realiseren verbouwingen en renovaties wordt een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte gerealiseerd. Waar mogelijk wordt het grootschalig onderhoud direct meegenomen.

Vanaf 2013 wordt het onderhoud aan het Provinciehuis, op basis van de nulinspectie, planmatig uitgevoerd.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2013.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2013.

Inleiding

In januari 2005 hebben Provinciale Staten de beleidskaders vastgesteld voor het onderhoud van kapitaal­goederen onderdeel recreatiegebieden (PS-besluit 5532) en in december 2011 de beleidskaders 2012‑2015 voor onderhoud van kapitaalgoederen van infrastructuur (PS-besluit 6414) en gebouwen (PS‑besluit 6407).

De beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel infrastructuur) vormt het beleidskader voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau van de provinciale wegen en vaarwegen inclusief de kunstwerken. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen worden onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteitsniveau en waarbij de totale kosten worden geoptimaliseerd. Hierbij wordt uitgegaan van een beheersystematiek voor beheer en onderhoud van de infrastructuur, waarbij het maatschappelijke belang van de infrastructuur centraal staat.

De beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel recreatie) vormt het beleidskader voor de rol, functie en het prijs-, kwaliteits- en onderhoudsniveau van de provinciale recreatiegebieden. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen goed worden onderhouden en de functionele kwaliteit ervan wordt gewaarborgd. Als zodanig wordt voorkomen dat er achterstallig onderhoud optreedt waardoor er extra kosten moeten worden gemaakt om dit in te lopen of dat er door achterstallig onderhoud schadeclaims binnenkomen.

De beleidsnota Onderhoud Kapitaalgoederen (onderdeel gebouwen) vormt het beleidskader voor de inrichting van het planmatig beheer en onderhoud van de provinciale gebouwen met betrekking tot de bouwkundige en installatie-technische elementen. Uitvoering van het beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen worden onderhouden conform vastgestelde functionaliteit- en kwaliteitniveaus, waarbij de totale kosten worden geoptimaliseerd en de structurele middelen in de begroting kunnen worden gereserveerd.

Weg- en vaarweginfrastructuur

De provincie is eigenaar en beheerder van wegen (520 km) en vaarwegen (137 km). Meer in detail betekent dit dat de provincie het beheer heeft over en onderhoud pleegt aan:

  • 660 ha verhardingen

  • 452 bushaltes

  • 11.000 openbare-verlichtingsmasten

  • 144 km geleiderail

  • 118 verkeersregelinstallaties

  • 504 vaste bruggen, duikers, tunnels en viaducten

  • 647 ha gras

  • 782 km bermsloten

  • 84 ha beplanting

  • 40 km hagen

  • 60.060 bomen

  • 199 km oevers

  • 70 beweegbare kunstwerken (bruggen en sluizen)

  • 4147 meerpalen

  • 1800 bolders en dukdalven

  • 460 ha waterbodem

NB: kengetallen zijn gebaseerd op berekeningen van eind 2010. Door areaalwijzigingen kunnen de kengetallen veranderen.

Beleid

Het provinciale beleid voor het beheer en onderhoud van de provinciale (vaar)weginfrastructuur is vastgelegd in het Beheerplan Wegen en Vaarwegen 2012-2015, die in 2011 door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten zijn vastgesteld. De beheerplannen bevatten het beleidskader voor het op het minimaal vereiste basisniveau brengen van de infrastructuur op basis van de drie vastgestelde kwaliteitsniveaus (bereikbaarheid, veiligheid en omgevingskwaliteit).

De benodigde budgetbehoefte voor de komende jaren is in 2010 op basis van normkosten herberekend en vastgelegd in de nota Budgetbehoefte beheer en onderhoud 2012-2015 die in januari 2011 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. Voor de uitvoering van deze nota is in het Hoofdlijnenakkoord voor de collegeperiode 2012‑2015 € 24,0 mln extra uitgetrokken voor het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur. Genoemd bedrag dient ter dekking van de extra exploitatie- en kapitaallasten ten opzichte van de huidige meerjarenbegroting voor beheer en onderhoud.

Het onderhoud wordt uitgevoerd volgens de systematiek van planmatig beheer en onderhoud, waarbij een integrale, trajectgewijze aanpak wordt toegepast op de tien vaarwegtrajecten en de 118 wegtrajecten. De extra impuls voor het budget van beheer en onderhoud wordt vooral ingezet om de aanwezige achterstanden in het onderhoud van wegen, vaarwegen en kunstwerken verder weg te werken. Uit het onderzoek ‘Kunstwerken in control’ zijn negen acute problemen bij kunstwerken naar voren gekomen, die in de periode 2011-2014 zouden worden vervangen. Inmiddels zijn zeven van deze kunstwerken aangepast.

Beheer

Verspreid over het gehele areaal worden, waar nodig, diverse dagelijkse beheer- en onderhouds­werkzaamheden uitgevoerd. Het betreft onder meer: toezicht, inspectie en handhaving, juridisch beheer, bediening van bruggen, verkeersvoorzieningen (zoals bebording, meubilair, openbare verlichting en verkeerslichten), gladheidbestrijding, kleinschalig civieltechnisch onderhoud aan wegen, vaarwegen en kunstwerken, verwijderen van graffiti, groenonderhoud, exploitatie van steunpunten, vaartuigen, dienstvoertuigen en materieel.

Projecten

bekijk hier het overzicht van de projecten

Kapitaal- en beheerlasten op langere termijn

Met de vaststelling van de Kadernota 2014-2017 is vastgelegd dat Gedeputeerde Staten bij de Begroting 2014 inzicht zullen verstrekken in de kapitaal- en beheerlasten op langere termijn als gevolg van investeringen in infrastructuur, groenprojecten en overige zaken. Eerste stap daartoe is een feitenanalyse. Deze moet leiden tot een volledig, chronologisch overzicht van de ontwikkeling van de kapitaallasten en de kosten van onderhoud en beheer op langere termijn. Hierbij wordt een overzicht gemaakt van alle besluiten die de afgelopen jaren genomen zijn over dossiers die een relatie hebben met dit onderwerp. Vervolgens is dit beeld extern gevalideerd. Daarnaast is afgesproken dat in samenspraak tussen Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten nieuwe spelregels vastgesteld zullen worden met betrekking tot de financiering van infrastructurele activiteiten.

Een en ander moet resulteren in een Nota Kapitaal- en Beheerlasten die in 2014 vastgesteld zal worden.

Financieel

De kosten voor beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen worden in de begroting geraamd in programma 2, Mobiliteit en Milieu. De hiervoor meerjarig beschikbare materiële middelen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Lastenbudget beheer en onderhoud

(bedragen x € 1.000)

Begroting

Rekening

Saldo

Onderhoud vaarwegen

9.332.515

9.084.267

248.248

Onderhoud wegen

39.915.842

37.448.954

2.466.888

Totaal

49.248.357

46.533.221

2.715.136

Investeringen beheer en onderhoud

58.193.000

58.329.573

-136.573

Recreatiegebieden

Beleid

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en zij hebben besloten om in te zetten op overdracht van de provinciale recreatie­gebieden aan gemeenten, terreinbeherende organisaties of private partijen. In 2013 is Jachthaven de Put verkocht aan de voormalige erfpachter. In 2014 en 2015 zullen meer provinciale recreatiegebieden worden overgedragen. De financiële consequenties hiervan kunnen in de loop van 2014 expliciet gemaakt worden.

De afgelopen jaren wordt in de gebieden, door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud, een constante kwaliteit nagestreefd. Dit heeft geresulteerd in het Meerjaren Programma Provinciale Recreatiegebieden 2008-2013 (De basis op orde). Het terreinbeheermodel (TBM) is de basis voor de berekening van beheerkosten, evenals bij de natuur- en recreatieschappen. Inmiddels is ook voor de Provinciale Recreatiegebieden (PRG’s) het TBM operationeel. Vanuit het functiegestuurde beheren (volgens TBM) wordt ieder jaar bekeken welke noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en investeringen in het betreffende jaar moeten worden gepleegd. Deze werkwijze geeft tevens een doorkijk naar de komende periode, waardoor geanticipeerd kan worden op een eventuele structurele verhoging van de begroting dan wel of een integrale heroverweging van functies, doelen en middelen voor de PRG’s noodzakelijk is.

In navolging van het gewijzigde beleid van de natuur- en recreatieschappen ten aanzien van beheer en onderhoud van de recreatiegebieden zal ook het beheerbeleid voor de PRG’s worden gewijzigd.

Het beleid zal meer gericht zijn op structureel beheer, waarbij in de jaarlijkse lasten naast het reguliere onderhoud ook rekening wordt gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

Beheer

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buitenstedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door natuur- en recreatieschappen. De provincie heeft echter ook een deel van de recreatiegebieden in eigendom en beheer, de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRG’s). Deze PRG’s beslaan een areaal van circa 670 ha, verspreid over 26 gebieden.[15] De bekendste gebieden zijn Vlietland (290 ha), Klinkenbergerplas (64 ha) en het Valkenburgse Meer (21 ha). Deze PRG’s liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

(bedragen x € 1.000)

Begroting

Rekening

Saldo

Onderhoud provinciale recreatiegebieden

2.072

1.676

395

Gebouwen

Huisvesting en vastgoed

In 2010 heeft een 'nulmeting' plaatsgevonden van de gebouwen in provinciaal eigendom.

De hieruit verkregen inzichten worden gebruikt als basis voor het onderhoud, maar vooral om een systeem van planmatig onderhoud te operationaliseren. Dit systeem van planmatig onderhoud zal de basis vormen voor het geactualiseerde meerjarenprogramma onderhoud aan gebouwen, alsmede een basis bieden voor een (kosten)efficiënte aanpak van verbouwingen. Het onderhoud aan de provinciale gebouwen is zoveel mogelijk gecentraliseerd en belegd in contracten waarbij duurzaamheid, maar ook kostenreductie en doelmatigheid belangrijke uitgangspunten zijn. Vanaf 2013 is verder invulling gegeven aan het beheer en onderhoud van het provinciaal vastgoed voor wat betreft de technische, functionele en financiële kaders.

Beleid

Gebouwen zijn kapitaal intensief en hebben een grote invloed zowel op het feitelijk functio­neren van de medewerkers als op de beeldvorming van de provinciale organisatie. In de Strategische huisvestingsvisie 2010-2014 zijn de ontwikkelingen op het gebied van werk, digitalisering en representatie meegenomen.

In december 2011 is door Provinciale Staten de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2012-2015 vastgesteld, met als beleidsuitgangspunt een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. In het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 worden de beleidskaders nader uitgewerkt.

Beheer

Het beheer en onderhoud wordt planmatig georganiseerd en mede gericht op het actueel houden van de genoemde functionaliteiten. Het onderhoud van het provinciehuis wordt uitgevoerd op basis van het Beheerplan Gebouwen 2013-2016. Voor het flexibele kantoorconcept is een inrichtingsmodule ontwikkeld waarin de interactie tussen het kantoorconcept (de fysieke insteek), de digitale infrastructuur en het concept Het Nieuwe Werken (houding en gedrag) samen komen. De aanbevelingen uit de evaluatie van de pilot bij de afdeling Ruimte Wonen en Bodem zijn meegenomen in de uitwerking van het flexibel kantoorconcept, dat in 2013 is voorbereid.

De aanpassingen in de bouwdelen A en B start medio 3e kwartaal 2014 en wordt in 2015 afgerond. De huisvestingsbehoefte van de provincie is veranderd mede als gevolg van de reorganisatie Focus met Ambitie en het project Het Nieuwe Werken. Reductie van de formatie en een andere manier van werken in een flexibel kantoor leveren in de komende jaren vermindering van werkplekken en daardoor besparing in ruimtegebruik op. De ruimtewinst die hierdoor ontstaat, wordt gebruikt voor het terugplaatsen van extern gehuisveste organisatieonderdelen of het aantrekken van geschikte marktpartijen. In dat kader werden de contracten voor de regiokantoren in Leiden en Dordrecht en Unie van Waterschappen flexibel gemaakt. De provinciale onderdelen die waren gehuisvest bij de Unie van Waterschappen en een gedeelte van het regiokantoor Leiden zijn centraal gehuisvest in het provinciehuis. Regiokantoor Leiden is in zijn geheel afgestoten per januari 2013. Het regiokantoor in Dordrecht wordt tot eind 2015 gehuurd.

Bouwdeel D-punt van het provinciehuis is per september 2012 verhuurd aan advocatenkantoor Bird & Bird voor een periode van tien jaar. Omgevingsdienst Haaglanden is per januari 2013 eveneens gehuisvest in een gedeelte van het bouwdeel D voor een periode van vijf jaar. Daarnaast is het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid ZH (ROV-ZH) in december 2013 vanuit Zoetermeer in het provinciehuis geplaatst. Ook het Kinderdagverblijf DAK heeft eind 2013 het huurcontract voor drie jaar verlengd.

Het noodzakelijk groot onderhoud, de verbetering van de doelmatigheid en het actualiseren van de inrichting zijn vertaald in een verbouwingsprogramma voor het bestuursgebouw (bouwdeel C). De renovatie van het Bestuursgebouw betreft onder meer de technische installaties, de inrichting van de toiletgroepen, de actualisatie van de vergaderruimten, inrichting van de beveiligingsloge, brandbeveiliging conform huidige regelgeving en energie­besparende maatregelen ten behoeve van klimaatbeheersing.

Door het realiseren van de verbouwing en renovatie wordt een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte duurzaam gerealiseerd. Waar mogelijk wordt het grootschalig onderhoud direct meegenomen, wat tot een kostenreductie leidt. Verder wordt vanaf 2013 het onderhoud aan het provinciehuis, op basis van de nulinspectie, planmatig uitgevoerd.

De cijfers zijn geactualiseerd en in de Nota Uitgangspunten Overdracht Provinciale Recreatiegebieden gerapporteerd. Het aantal provinciale recreatiegebieden is lager dan vorig jaar gerapporteerd (29), door verkoop van Jachthaven De Put en doordat de (drie) visplaatsen aan de Alblas als één provinciaal recreatiegebied zijn opgenomen in de nota uitgangspunten.