Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De paragraaf lokale heffingen bevat informatie over de heffingen die Zuid-Holland heft op basis van door PS vastgestelde verordeningen. Het gaat hierbij achtereenvolgens om de opcenten op de Motorrijtuigen-belasting, precario, Wabo-leges, de heffing voor grondwaterbeheer en de heffing voor de nazorg van stortlocaties. De opbrengsten uit de opcenten en precario dienen als algemeen dekkingsmiddel; de inkomsten uit de overige drie heffingen dienen als dekkingsmiddel voor de uitvoering van specifieke activiteiten. De provincie heeft geen beleid voor het kwijtschelden van opgelegde heffingen.

 

Meerjarenraming

De meerjarenraming van de opbrengsten uit de lokale heffingen is opgenomen in onderstaande tabel.

Opbrengsten

(bedragen x € 1.000)

Jaar­rekening 2011

Begroting 2012 na VJN

Begroting 2013

Meerjaren­raming 2014

Meerjaren­raming 2015

Meerjaren­raming 2016

opcenten MRB

317.084

315.000

310.000

320.000

322.000

324.000

Precario

875

864

881

881

881

881

Wabo leges

1.437

2.560

2.880

3.200

3.200

3.200

Grondwaterbeheer

1.277

1.370

1.370

1.370

1.370

1.370

Nazorg

0

2.403

0

0

0

0

Totaal

320.673

322.197

315.131

325.451

327.451

329.451

 

Toelichting op de heffingen

Verordening op de heffing van de opcenten op de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting

Op grond van de Provinciewet en de betreffende door Provinciale Staten vastgestelde Verordening heft de provincie opcenten over de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting (MRB). Jaarlijks stellen Provinciale Staten (tegelijkertijd met het vaststellen van de begroting) het opcententarief vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Dit tarief is gekoppeld aan een wettelijk voorgeschreven maximum dat jaarlijks door het Rijk wordt geïndexeerd op basis van de zogeheten tabelcorrectiefactor. Het maximale tarief voor 2013 bedraagt 105 opcenten.

In 2012 bedroeg het opcententarief van Zuid-Holland 95,0 opcenten. Om de lastenverhoging voor de burger te beperken, wordt voorgesteld om het opcententarief niet te verhogen door elders op de begroting incidentele dekking in te zetten. Hierdoor neemt de relatieve lastendruk (dat wil zeggen de verhouding tussen het feitelijke en het maximaal toegestane tarief) de komende jaren af.

De inkomsten nemen in 2013 af als gevolg van een toenemende groei van het aantal energiezuinige autos, dat is vrijgesteld van het betalen van Motorrijtuigenbelasting. De inkomsten nemen naar verwachting vanaf 2014 weer toe.

Verordening precariobelasting Zuid-Holland

De provincie heft precariobelasting wanneer derden gebruikmaken van voor een openbare dienst bestemde provinciale bezittingen, werken of inrichtingen en voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde provinciale grond. In de verordening precariobelasting zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. In 2013 is de precarioheffing geïndexeerd met het een inflatiecorrectie van 2,0 procent. Dit is conform de zogeheten CPI-index.

Legesverordening Omgevingsrecht (Wabo)

Met de inwerkingtreding van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) per 1 oktober 2010 heft de provincie leges voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De provincie was al bevoegd gezag voor het milieudeel (IPPC/BRZO), maar met de inwerkingtreding van de Wabo is de provincie ook het bevoegd gezag voor de zogeheten BRIKS-taken.[15] Voorheen waren deze taken de bevoegdheid van gemeenten. Voor de uitvoering hiervan heeft de provincie niet zelf de expertise in huis gehaald. De provincie geeft gemeenten de opdracht om te adviseren over de BRIKS-onderdelen van een vergunning. De provincie int hiervoor leges, die in belangrijke mate de kosten moeten dekken.

De in 2009 door Provinciale Staten vastgestelde Wabo legesverordening is eind 2011geëvalueerd

en herzien. De Wabo legesverordening is herzien en hernoemd als Legesverordening Omgevingsrecht Provincie Zuid-Holland 2012.

Heffingsverordening grondwaterbeheer Zuid-Holland

Op grond van de Waterwet en de Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland heft de provincie een belasting per kubieke meter onttrokken grondwater. Het tarief van de heffing is zodanig vastgesteld dat de opbrengst de gemaakte kosten niet te boven gaat. Het tarief bedraagt € 0,0113 per kubieke meter onttrokken hoeveelheid water.

Verordening Nazorgheffing gesloten stortplaatsen

Sinds 1 april 1998 zijn de provincies op grond van de Wet Milieubeheer verantwoordelijk voor de eeuwigdurende nazorg van provinciale stortplaatsen, waarop na 1 september 1996 nog afvalstoffen zijn of worden gestort. Aan stortplaatsexploitanten wordt een heffing opgelegd om de kosten voor nazorg na sluiting van de stortplaats te dekken. De hoogte van de heffingen wordt afgeleid van het doelvermogen dat bij sluiting van een stortplaats in het fonds dient te zijn opgebouwd. Dit doelvermogen wordt gebaseerd op het nazorgplan dat door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld. De opbrengst van de heffingen wordt gestort in het Fonds Nazorg. Het Fonds is een zelfstandig rechtspersoon. Provinciale Staten stellen jaarlijks het tarief van de heffing vast. In het begrotingsjaar 2013 wordt er geen heffing opgelegd (uitgangspunt hierbij is dat de behaalde rendementen op het fonds gelijk zijn aan de gehanteerde rekenrente).

 

Lokale lastendruk

De lokale lastendruk wordt voor veruit het grootste deel bepaald door de opcentenheffing.

In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk (als gemiddelde belastingsom per auto) weergegeven.

 

Tabel gemiddelde lastendruk per auto door heffing opcenten

Jaar

2010

2011

2012

2013

Gemiddelde lastendruk per auto

door opcentenheffing (in €)

231

235

239

239

Bij gelijkblijvende opcententarieven wordt de stijging van de gemiddelde lastendruk per auto veroorzaakt door een toename in gewicht van autos.

IPPC staat voor Integrated Pollution Prevention and Control; BRZO staat voor Besluit Risico Zware Ongevallen. BRIKS staat voor Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2013.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2013.

Inleiding

De paragraaf Lokale heffingen bevat informatie over de heffingen die Zuid-Holland heft op basis van door Provinciale Staten vastgestelde verordeningen. Het gaat hierbij achtereenvolgens om de opcenten op de Motorrijtuigen­belasting, precario, Wabo-leges, de heffing voor grondwaterbeheer en de heffing voor de nazorg van stortlocaties. De opbrengsten uit de opcenten en precario dienen als algemeen dekkingsmiddel; de inkomsten uit de overige drie heffingen dienen als dekkingsmiddel voor de uitvoering van specifieke activiteiten. De provincie heeft geen beleid voor het kwijtschelden van opgelegde heffingen.

Meerjarenraming

De meerjarenraming van de opbrengsten uit de lokale heffingen is opgenomen in onderstaande tabel.

Opbrengsten

(bedragen x
€ 1.000)

Jaarrekening 2012

Primaire Begroting 2013

Gewijzigde Begroting 2013

Jaarrekening 2013

Verschil gewijzigde Begroting - Jaarrekening

opcenten MRB

313.547

310.000

305.000

305.347

347

Precario

678

881

881

730

-151

Wabo-leges

1.578

2.880

2.880

2.463

-417

Grondwaterbeheer

1.125

1.370

1.370

1.363

-7

Nazorg

0

768

567

0

-567

Totaal

316.928

315.899

310.698

309.904

-794

Toelichting op de heffingen


Verordening op de heffing van de opcenten op de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting

Op grond van de Provinciewet en de betreffende door Provinciale Staten vastgestelde Verordening heft de provincie opcenten over de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting (MRB). Jaarlijks stellen Provinciale Staten (tegelijkertijd met het vaststellen van de begroting) het opcententarief vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Dit tarief is gekoppeld aan een wettelijk voorgeschreven maximum dat jaarlijks door het Rijk wordt geïndexeerd op basis van de zogeheten tabelcorrectiefactor. Het maximale tarief voor 2013 bedraagt 107,3 opcenten.

Ontwikkelingen in het wagenpark in 2013 die direct van invloed zijn op de inkomsten uit de MRB zijn het aantal auto’s, gemiddeld gewicht en aantal energiezuinige auto’s. In de Voorjaarsnota is de raming naar beneden bijgesteld. De definitieve opbrengst (= 0,1% hoger dan de bijgestelde raming) laat zien dat deze aframing van het budget terecht is geweest.

Verordening precariobelasting Zuid-Holland

precariobelasting wordt geheven over het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van de provincie Zuid-Holland.

In de verordening precariobelasting zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. Voor het belastingjaar 2013 zijn de tarieven voor de precariobelasting niet geïndexeerd.

Legesverordening Omgevingsrecht (Wabo)

Met de inwerkingtreding van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) per 1 oktober 2010 heft de provincie leges voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De provincie was al bevoegd gezag voor het milieudeel (IPPC/BRZO), maar met de inwerkingtreding van de Wabo is de provincie ook het bevoegd gezag voor de zogeheten BRIKS-taken.[10] Voorheen waren deze taken de bevoegdheid van gemeenten. Voor de uitvoering hiervan heeft de provincie niet zelf de expertise in huis gehaald. De provincie geeft gemeenten de opdracht om te adviseren over de ‘BRIKS-onderdelen’ van een vergunning. De provincie int hiervoor leges, die in belangrijke mate de kosten moeten dekken.

De Wabo-legesverordening is in 2012 herzien en benoemd als Legesverordening omgevingsrecht provincie Zuid-Holland 2013.

Heffingsverordening grondwaterbeheer Zuid-Holland

Op grond van de Waterwet en de Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland heft de provincie een belasting per kubieke meter onttrokken grondwater. Het tarief van de heffing is zodanig vastgesteld dat de opbrengst de gemaakte kosten niet te boven gaat. Het tarief bedraagt € 0,0113 per kubieke meter onttrokken hoeveelheid water.

Verordening Nazorgheffing gesloten stortplaatsen

Sinds 1 april 1998 zijn de provincies op grond van de Wet Milieubeheer verantwoordelijk voor de eeuwigdurende nazorg van provinciale stortplaatsen, waarop na 1 september 1996 nog afvalstoffen zijn of worden gestort. Aan stortplaatsexploitanten wordt een heffing opgelegd om de kosten voor nazorg na sluiting van de stortplaats te dekken. De hoogte van de heffingen wordt afgeleid van het doelvermogen dat bij sluiting van een stortplaats in het fonds dient te zijn opgebouwd. Dit doelvermogen wordt gebaseerd op het nazorgplan dat door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld. De opbrengst van de heffingen wordt gestort in het Fonds Nazorg. Het fonds is een zelfstandig rechtspersoon. Provinciale Staten stellen jaarlijks het tarief van de heffing vast. In het begrotingsjaar 2013 is geen heffing opgelegd (uitgangspunt hierbij is dat de behaalde rendementen op het fonds gelijk zijn aan de gehanteerde rekenrente).

Lokale lastendruk

De lokale lastendruk wordt voor veruit het grootste deel bepaald door de opcentenheffing.

In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk (als gemiddelde belastingsom per auto) weergegeven.

Tabel gemiddelde lastendruk per auto door heffing opcenten

Jaar

2010

2011

2012

2013

Gemiddelde lastendruk per auto

door opcentenheffing (in €)

231

235

240

212

De lastendruk is gedaald door het grote aantal milieuzuinige auto’s dat is vrijgesteld van de opcentenheffing. Per 31 december 2013 betrof dit ruim 170.000 auto’s.

IPPC staat voor ‘Integrated Pollution Prevention and Control’; BRZO staat voor ‘Besluit Risico Zware Ongevallen. BRIKS staat voor ‘Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop’.