Paragraaf Financiering

Inleiding

De financieringsparagraaf in de begroting is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het Treasurystatuut en de Verordening financieel beleid, financieel beheer en financiële organisatie zijn een leidraad voor de inrichting van de financieringsfunctie. Bij de inrichting van de financieringsfunctie staan rente- en debiteurenrisico-beheersing centraal.

 

Ontwikkelingen

Voorgenomen investeringen in relatie tot de bestaande beschikbaarheid van reserves en voorzieningen zijn van invloed op de financieringsstructuur, de algemene dekkingsmiddelen, van de provincie. De financieringspositie van de provincie is onderhevig aan wijzigingen als gevolg van achterblijvende investeringen waardoor tijdelijk sprake is van een overschot aan beschikbare middelen. De lopende investeringsagenda in combinatie met het huidige vermogen van de provincie leidt gedurende 2013 en 2014 tot een verdere reductie van de omvang van het financieringsoverschot die in de loop van 2014 omslaat in een financieringstekort; aan het begin van het begrotingsjaar bedraagt het overschot

€ 374,1 mln; per ultimo 2013 bedraagt dit naar schatting € 155,4 mln. Bij de bepaling van de stand is rekening gehouden met de aflossingen en rentebetalingen op leningen voor een bedrag van € 35,9 mln respectievelijk € 25,7 mln.

 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een door de de Wet Fido voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar.

Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aangehouden. Voorts wordt de omvang van de kasgeldlimiet, zijnde 7%, vastgesteld bij ministeriële regeling. Tenslotte wordt het aldus berekende bedrag getoetst aan de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding. Op basis van de huidige cijfers voldoet de provincie aan de kasgeldlimietnorm.

Voor het bepalen van de kasgeldlimiet dienen leningen met een oorspronkelijke looptijd van korter dan een jaar in beschouwing te worden genomen.

Kasgeldlimiet 2013

           

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

Q1

Q1

Q2

Q3

1

Toegestane kasgeldlimiet

       
 

In % van de grondslag

7%

7%

7%

7%

 

In bedrag

65.740

65.740

65.740

65.740

2

Vlottende schuld

-

-

-

-

3

Vlottende middelen

374.056

301.525

228.993

156.462

Toets kasgeldlimiet

       

4

Netto vlottende schuld (+)/

- 374.056

-301.525

-228.993

-156.462

 

Overschot vlottende middelen (-) (2 - 3)

       

5

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

439.796

367.265

294.733

222.202

 

Renterisico

Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de langlopende leningen in enig jaar moet worden geherfinancierd. De wet stelt criteria voor de berekening van het risico op de vaste schulden, zoals deze zijn vastgelegd in de renterisiconormdefinitie. Door middel van deze norm wordt een kader gesteld waarmee een zodanige opbouw van de langlopende leningen wordt bereikt, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt.

Bij de afweging om over te gaan tot het afdekken van het renterisico zullen de jaarlijks bij Voorjaarsnota bijgestelde inzichten ten aanzien van onderuitputting van de begroting worden betrokken. Afgaande van het gerealiseerde investeringsverloop zal in het begrotingsjaar overgegaan worden tot het aangaan van aanvullende leningen ter afdekking van het renterisico.

Renterisiconorm 2013

Renterisico op de vaste schuld (bedragen x € 1.000)

2013

2014

2015

2016

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

0

0

0

0

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

0

0

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

0

0

0

0

5

Betaalde aflossingen

35.905

35.225

35.225

35.225

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

0

0

0

7

Renterisico op de vaste schuld (2+6)

0

0

0

0

Renterisiconorm

       

8

Stand van de vaste schuld per 1 januari

576.224

540.319

505.094

469.869

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld %

20%

20%

20%

20%

Toets renterisiconorm

       

10

Renterisiconorm (op basis van begrotingstotaal)

187.828

187.828

187.828

187.828

7

Renterisico op de vaste schuld

0

0

0

0

11

Ruimte (+)/Overschrijding (-) (10-7)

187.828

187.828

187.828

187.828

 

Rentebaten en -lasten

In 2013 bedragen de renteverplichtingen uit hoofde van afgesloten vaste leningen € 25,7 mln. De tijdelijke liquiditeitsoverschotten leiden in 2013 naar verwachting tot renteopbrengsten van € 0,5 mln.

De beschikbare liquiditeiten zullen verder afnemen gedurende 2013.

 

Kredietrisico

De provincie hanteert een prudent beleid ten aanzien van uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen.

Hierbij zijn de bepalingen van de Wet Fido en de uitvoeringsregeling Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) leidend. Met name de ontwikkelingen rond herijking van de kredietwaardigheid van landen en financiële ondernemingen, worden op de voet gevolgd. Uit prudentieoverwegingen worden alleen transacties met eerste klas marktpartijen uitgevoerd.

In februari 2004 is door uw Staten besloten tot het verstrekken van een renteloze achtergestelde geldlening ad € 4,5 mln aan de regionale omroep RTV West, alsmede een renteloze achtergestelde geldlening ad € 2,5 mln aan de regionale omroep RTV Rijnmond (Statenbesluit 5403). De standen ultimo 2012 belopen respectievelijk € 1,7 mln en € 1,0 mln. Het betreft hier geen leningen die zijn verstrekt uit hoofde van de treasury, maar deze zijn verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, te weten het reddingsplan regionale omroepen.

De leningen kennen vanwege hun achtergestelde karakter en de kwaliteit van de debiteur een hoog kredietrisico. Gegeven de huidige financiële positie van de omroepen, is het kredietrisico als beperkt te typeren. Voorts zijn beheersmaatregelen getroffen voor het beperken van dit risico. De omroepen brengen viermaandelijks financieel verslag uit van hun activiteiten.

 

Externe ontwikkelingen

Schatkistbankieren

De verplichtstelling van schatkistbankieren zonder leenfaciliteit per 2013 voor decentrale overheden, is onderdeel van het Begrotingsakkoord 2013, welke is goedgekeurd in de Ministerraad. Alle afgesloten contracten vóór 4 juni 2012 worden gerespecteerd. De wettelijke grondslag wordt op zo kort mogelijke termijn vastgelegd in de Comptabiliteitswet en de Wet Fido. De vrijvallende tegoeden dienen uiterlijk per jaar ultimo 2013 te worden ondergebracht in de schatkist.

Naar verwachting zullen de binnen de provincie beschikbare middelen begin 2015 zijn uitgeput. Hierdoor zullen met ingang van 2014 voor relatief korte termijnen tegoeden rentedragend worden ondergebracht bij het Ministerie van Financiën binnen het arrangement schatkistbankieren.

Economisch beeld [19]

Momenteel heerst grote onzekerheid omtrent de economische vooruitzichten binnen de Eurozone. Zowel de geldmarkt- als de kapitaalmarktrente staat in Nederland onder druk als gevolg van de kapitaalstroom van Zuid- naar Noord-Europa. Bovendien wordt de economische dynamiek in Europa beperkt door de door de overheden toegepaste bezuinigingen en de lastenverzwaringen voor de consument. Hierdoor neemt ook het investeringsvolume af en daarmee de vraag naar kapitaal.

Rentevisie

Eventuele verdere verlagingen van de kredietwaardigheid van Europese landen blijven de risico-opslagen beïnvloeden. Steunoperaties door het Europees noodfonds kunnen de rentetoeslagen beperken of stabiliseren.

 

Bron: Thésor, Rabobank, Aegon, NV Bank Nederlandse Gemeenten, CPB.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2013.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2013.

Inleiding

De Paragraaf Financiering in de jaarstukken is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het beheersen en controleren van de treasuryfunctie. Het treasurystatuut en de Verordening financieel beleid, financieel beheer en financiële organisatie zijn een leidraad voor de inrichting van de financieringsfunctie. Bij de inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie staan rente- en debiteurenrisicobeheersing centraal.

In het verslagjaar zijn tijdelijk overtollige middelen uit prudentieoverwegingen ondergebracht bij financiële marktpartijen die beschikken over de juiste rating, namelijk de Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. Hiermee wordt voldaan aan de normering ten aanzien van het kredietrisico, zoals vastgelegd in de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) en de nadere uitwerking hiervan in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo).

Per 31 december 2013 zijn overtollige liquiditeiten ondergebracht bij het Agentschap van het ministerie van Financiën in het kader van het verplicht schatkistbankieren, dat per die datum in werking trad.

Externe ontwikkelingen

Economisch beeld

Gedurende het tweede halfjaar van 2013 was sprake van aanzienlijk beter economisch nieuws. Europa lijkt uit de recessie te komen en in de V.S. zal de centrale bank geleidelijk de liquiditeitssteun terugdraaien. In Europa is besloten tot het oprichten van een gezamenlijk saneringsfonds voor in problemen geraakte banken.

Volgens definitieve cijfers van Eurostat is de geldontwaarding in november op 0,9% en in december op slechts 0,8% uitgekomen. In 2014 wordt een inflatie verwacht van 1,2%. De Nederlandse economie groeit in 2014 met 0,8%, na een krimp van 1,0% in 2013.

Renteontwikkeling

Onder invloed van de lage inflatiecijfers en mede als gevolg van de lagere opslagen op de rentetarieven zijn de langetermijnrentetarieven in de Eurolanden inmiddels licht gedaald. Deze raakt daardoor in ons land het niveau van ongeveer 2%.

De bankvoorspellingen liggen echter wat hoger. Ook de zogenoemde forward tarieven - de tarieven waartegen termijntransacties worden afgesloten - laten een lichte stijging zien.

 

Ontwikkeling financieringsbehoefte

In 2013 vonden in overeenstemming met de contractuele bepalingen aflossingen plaats op de vaste leningen voor een totaalbedrag van € 35,9 mln. Daarnaast werden in 2013 renteverplichtingen voldaan voor een totaalbedrag van € 25,5 mln. In het verslagjaar werden geen nieuwe leningen op de kapitaalmarkt aangetrokken. Hierdoor bedraagt de stand van opgenomen vaste geldleningen per ultimo jaar 2013 € 540,3 mln.

Gedurende het jaar was sprake van een fluctuerend verloop van de omvang van de liquiditeiten, mede als gevolg van de vertraging die ontstond in de realisatie van voorgenomen investeringen. De beschikbare liquide middelen werden tijdelijk ondergebracht binnen arrangementen met een looptijd tot maximaal een jaar. Voor de termijnen waarvoor dit gebeurde is rekening gehouden met de verwachte overdracht van deze middelen binnen het arrangement schatkistbankieren van het ministerie van Financiën, dat per 31 december 2013 in werking trad. Onderstaand worden de standen weergegeven telkens aan het eind van iedere maand.

Omvang vaste schuld

De omvang van de vaste schuld verliep als volgt: stand per 1 januari 2013 € 576,2 mln; na aflossingen van

€ 35,9 mln beliep deze per ultimo 2013 € 540,3 mln.

Treasuryresultaat

Het treasuryresultaat ten aanzien van kasvoorzieningen bedraagt € 0,54 mln. Het resultaat van de rentebaten uit korte-termijnuitzettingen vloeit voort uit de relatief hoge financieringsoverschotten in het verslagjaar. De geldmarkttarieven stonden in 2013 sterk onder druk. Er werd in belangrijke mate gebruik gemaakt van de Wet Fido-conforme creditfaciliteiten waarvoor een relatief gunstige rentevergoeding geldt. Dit gold met name voor participaties in het Geldmarktselectfonds van de BNG.

Risicobeheer

De provinciale begroting is gevoelig voor zowel de korte rente op de geldmarkt als de lange rente op de kapitaalmarkt. Dit vanwege het jaarlijkse contingent kortlopende uitzettingen, de jaarlijkse omvang van de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen, alsmede het financieringssaldo van het lopende en van toekomstige dienstjaren. Een hogere/lagere geldmarktrente vertaalt zich op korte termijn naar een hogere/lagere opbrengst voor kortdurende uitzettingen. Hiertegenover staat het omgekeerde effect van het nadeliger/voordeliger worden van de door de provincie op te nemen kortlopende middelen. Bij het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen wordt een prudent beleid gevoerd, waardoor niet altijd het hoogste rendement wordt behaald. Alle financieringsactiviteiten zijn uitsluitend gericht op de tenuitvoerlegging van activiteiten in het kader van de publieke taak. In het verslagjaar is extra aandacht geschonken aan de liquiditeitsprognose. Op basis van een nieuw format is een liquiditeitsprognose tot stand gebracht waarmee een gedetailleerder inzicht wordt verschaft in de verwachte kasstromen.

Renterisico

Bij het risicobeheer inzake de leningen die op de kapitaalmarkt zijn aangetrokken, is de relatie voorgenomen investeringen in samenhang met de beschikbare middelen van belang. Hierbij is de informatie uit de investerings- en financieringsstaat een belangrijk element. Bij de strategie tot afdekking van toekomstige renterisico’s wordt mede rekening gehouden met de voor de investeringen geldende afschrijvingstermijnen. De verwachting omtrent de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt worden hierbij betrokken.

Kredietrisico

In februari 2004 is door Provinciale Staten besloten renteloze achtergestelde geldleningen te verstrekken aan de regionale omroepen: Omroep West ten bedrage van € 4,5 mln en RTV Rijnmond voor een bedrag van € 2,5 mln. Deze leningen worden overeenkomstig de gemaakte afspraken afgelost. De standen per ultimo 2013 bedroegen € 1,2 mln respectievelijk € 0,8 mln. Het betreft hier geen leningen die zijn verstrekt uit hoofde van de treasury, maar leningen die zijn verschaft ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, zijnde het reddingsplan regionale omroepen. De leningen kennen vanwege hun achtergestelde karakter en de kwaliteit van de debiteur een hoog kredietrisico. Gegeven de huidige financiële positie van de omroepen is het kredietrisico als beperkt te kwalificeren. Daarnaast zijn voor de risicobeperking beheersmaatregelen getroffen. De omroepen stellen periodiek rapportages op die ter beoordeling aan de provincie worden voorgelegd.

De aan de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en aan de omgevingsdienst Midden-Holland verstrekte leningen werden in het verslagjaar volledig afgelost.

Kasgeldlimiet

De norm van de toegestane omvang van de kasgelden is de bij Wet Fido bepaalde kasgeldlimiet. De limiet is een bedrag ter grootte van 7% van de jaarbegroting van de provincie bij aanvang van het verslagjaar. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal dient de kasgeldlimiet niet te overschrijden. In onderstaande tabel wordt de ruimte onder de kasgeldlimiet weergegeven. Hieruit blijkt dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden en er zelfs sprake is van een behoorlijke ruimte.

Voor het bepalen van de kasgeldlimiet zijn alle korte termijnleningen met een looptijd van korter dan een jaar in beschouwing genomen.

Toets kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet

(bedragen x € 1.000)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Gemiddelde netto-vlottende schuld (+) / gemiddeld overschot vlottende middelen

-216.800

-256.000

-255.400

-261.300

Toegestane kasgeldlimiet

64.963

64.963

64.963

64.963

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

281.763

320.963

320.363

326.263

Renterisiconorm

Het renterisico op de vaste schuld kan worden berekend door te bepalen welk deel van de langlopende leningen in enig jaar moeten worden geherfinancierd. De wet stelt criteria voor de berekening van het risico op de vaste schulden, zoals deze zijn vastgelegd in de definitie van de renterisiconorm. Met het stellen van deze norm wordt een kader gesteld om tot een zodanige opbouw van de langlopende leningen te komen, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt.

In onderstaande berekening wordt het feitelijk renterisico op de vaste schuld bepaald. Dit gebeurt door de bepaling van de netto renteherziening en de herfinanciering te sommeren. De herfinanciering is het laagste bedrag van de netto nieuw aangetrokken vaste schuld en betaalde aflossingen. Het feitelijke renterisico wordt vervolgens geconfronteerd met de renterisiconorm, die is afgeleid van het totaal van de vaste schuld bij aanvang van het verslagjaar.

Renterisiconorm 2013

Renterisico op vaste schuld

(bedragen x € 1.000)

2013

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a - 1b)

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

0

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a - 3b)

0

5

Betaalde aflossingen

35.918

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

7

Renterisico op de vaste schuld (2 + 6)

0

Renterisiconorm

8

Begrotingstotaal per 1 januari

928.040

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage

20%

10

Renterisiconorm

185.608

Toets renterisiconorm

10

Renterisiconorm

185.608

7

Renterisico op vaste schuld

0

11

Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10 - 7)

185.608

Verantwoording

Het toezicht op de kasgeldlimiet en de renterisiconorm door het ministerie van Binnenlandse Zaken vindt plaats in het kader van het reguliere begrotingstoezicht.