Paragraaf EU-subsidies

Inleiding

De beleidsdoelen die de provincie heeft gesteld met het Provinciale meerjarenprogramma landelijk gebied, Vitaal Platteland, het economische clusterbeleid en duurzaam innovatiebeleid kunnen mede worden vormgegeven met steun vanuit Europese subsidieprogrammas. Daarom wordt ingezet op maximale benutting van middelen die beschikbaar zijn via Europese programmas om provinciale doelen te realiseren. Dit is met name belangrijk nu door bezuinigingen vanuit het Rijk de beleidsdoelen onder druk komen te staan.

Er bestaan verschillende Europese Subsidieprogrammas voor de periode 2007-2013 die mogelijkheden bieden voor projecten op het grondgebeid van Zuid-Holland. De uitdaging is deze mogelijkheden samen met partners binnen de provincie te verzilveren. De provincie speelt hierbij een actieve, sturende rol. Binnen diverse programmas heeft de provincie een rol in de besluitvorming over de toekenning van subsidies. Deze paragraaf biedt een overzicht van de middelen in de verschillende Europese subsidieprogrammas.

 

Periode 2007-2013

(bedragen in € mln)

EFRO (Interreg)

22,5

EFRO (Kansen voor West)

64,0

POP2

29,9

Totaal

116,4

 

Bovenop de Europese middelen zijn door het Rijk voor Kansen voor West extra middelen toegevoegd aan het programma (€ 25,2 mln). Daarnaast hebben ook de steden Rotterdam en Den Haag hun eigen budget vanuit Kansen voor West voor kennis en innovatie (€ 43,7 mln EFRO en € 13,1 mln rijkscofinanciering). Al met al kan hiermee voor zon € 200,0 mln aan Europese en rijksfinanciering worden ingezet voor projecten die bijdragen aan de realisatie van provinciale ambities.

Waar aanvankelijk de focus lag op het van de grond krijgen van voldoende projecten om 100% van het beschikbare budget te benutten, is het nu van belang de voortgang van de projecten en de benutting en uitputting van de voor Zuid-Holland beschikbare budgetten goed te monitoren. Dit staat ook in directe relatie tot de nieuwe prestatie-indicator: het percentage van de realisatie van de voor Zuid-Holland beschikbare budgetten. Dit betreft zowel het Operationeel Programma Kansen voor West (OP West) als het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP2).

Anders dan bij Interreg is voor zowel OP West als POP2 de provincie verantwoordelijk voor de benutting van de beschikbare middelen. Het gaat hier om een inspanningsverplichting. Tijdige realisatie van een voldoende hoog projectvolume is daarbij ook van groot belang om te voldoen aan de zogenaamde N+2 regel: elke jaartranche van zowel OP West als POP moet uiterlijk twee jaar na afloop van dat jaar volledig zijn besteed. Deze N+2 regel geldt op programmaniveau, oftewel voor alle partners binnen een programma samen en niet voor de provincie afzonderlijk. Toch monitoren we ook specifiek de opgave voor Zuid-Holland.

De provincie is op een drietal wijzen betrokken bij projecten. Door zelf te participeren in een project als eindverantwoordelijke of als partner; door het verlenen van cofinanciering aan een project uit Zuid-Holland of door het begeleiden van projecten uit Zuid-Holland om succesvol gebruik te maken van de Europese subsidiemogelijkheden. Vanaf medio 2008 zijn de eerste Europese projecten binnen de lopende budgetperiode (2007-2013) in uitvoering gekomen. Deze projecten hebben een meerjarig karakter.

 

OP Kansen voor West (OP West)

Binnen het Operationeel Programma Kansen voor West kunnen Europese subsidies worden aangevraagd door partijen binnen de vier Randstadprovincies voor projecten op het gebied van de kenniseconomie (Europese 'Lissabon strategie'), duurzaamheid en kwaliteit regionaal vestigingsklimaat. De provincie is actief betrokken bij de beoordeling en selectie van projecten die voor subsidie in aanmerking komen.

Van de beschikbare € 64 mln moet ultimo 2012 de eerste € 28 mln zijn besteed. Inmiddels is al voor ruim 20 mln gerealiseerd.

In de tabel hieronder een overzicht van de minimale vereiste uitgaven (N+2) per jaarschijf ten opzichte van de daadwerkelijke (verwachte) uitgaven (Realisatie) in de lopende projecten.

 

Jaar

(bedragen in € mln)

2012

2013

2014

2015

N+2

28,0

38,7

49,6

63,9

Realisatie (verwacht)

35,4

46,3

55,0

63,9

 

De tabel hieronder geeft de voorlopige verdeling van middelen (alleen beschikte projecten) weer per provinciaal beleidsthema. Het betreft dus alleen de middelen die op papier beschikt zijn, projecten die in de pijplijn zitten worden niet meegerekend.

 

Thema

(bedragen in €)

EFRO

Rijkscofinanciering

Cofinanciering provincie

Zuid-Holland

Totaal projectvolume

Economische Clusterversterking

26.403.881

 

14.358.252

 

8.730.000

 

112.226.514

Milieu /

Duurzame energie

10.060.597

 

4.220.371

 

2.906.291

 

48.933.671

Greenports

6.235.869

 

3.224.350

 

400.000

14.612.641

Groen

7.838.623

-

3.600.000

23.483.668

Totaal

50.538.970

21.802.973

15.636.291

199.256.494

 

Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP2)

De Europese subsidies voor plattelandsontwikkeling (POP2) worden ingezet binnen de kaders van het Provinciale meerjarenprogramma landelijk gebied. De verdeling van de Europese subsidie verloopt via de provinciale subsidieregeling landelijk gebied.

Van de beschikbare € 29,9 mln moet ultimo 2012 de eerste € 15,7 mln zijn besteed. Naar verwachting blijven de uitgaven hierop ongeveer € 4,0 mln achter. Deze onderbesteding leidt op programmaniveau nog niet tot problemen, de uitgaven van de andere provincies zorgen ervoor dat voor het hele programma de N+2 wordt gehaald. Het is echter wel zorg om in het komende jaar tot voldoende uitgaven te komen.

In de tabel hieronder een overzicht van de minimale vereiste uitgaven (N+2) per jaarschijf ten opzichte van de daadwerkelijke (verwachte) uitgaven (Realisatie) in de lopende projecten.

 

Jaar

(bedragen in € mln)

2012

2013

2014

2015

N+2

15,7

20,7

25,3

29,9

Realisatie (verwacht)

11,7

13,3

19,0

29,9

 

Interreg

De provincie Zuid-Holland kan binnen 4 Interreg programmas projecten indienen (Interreg IVA 2 Zeeën, Interreg IVB Noordzee, Interreg IVB Noord West Europa en Interreg IVC). Binnen de Interreg programmas kunnen Europese subsidies worden aangevraagd voor projecten waarin partijen uit meerdere landen 'grensoverschrijdend' samenwerken. De programmas werken met periodieke oproepen voor indiening van projectvoorstellen - een soort tenders waarbinnen projectaanvragen kunnen worden ingediend. De provincie heeft in alle Interreg programmas een adviserende rol bij de beoordeling van projecten. Daar waar relevant wordt projectdeelname als (lead)partner door de provincie zelf gestimuleerd.

In de vorige programmaperiode (2000-2006) was Zuid-Holland de provincie met het hoogste aantal deelnemende partners, die samen voor circa € 22,5 mln aan Europese subsidies verwierven. Een ambitie die we ook in de huidige programmaperiode vast willen houden. Tal van projecten met partners uit Zuid-Holland zijn al goedgekeurd. Inmiddels is door partijen in Zuid-Holland tot midden 2011 voor € 17,5 mln aan Europese subsidie verworven.

 

Programma

(bedragen in €)

verworven tot nu

Interreg IV A 2 Zeeën

7.325.276

Interreg IV B Noord West Europa

4.977.870

Interreg IV B Noordzee

4.193.585

Interreg IV C

1.008.873

Totaal

17.505.604

 

Overige Programmas

De provincie heeft als doelstelling om naast de gangbare programmas zoals EFRO, ook middelen te verwerven uit andere programmas zoals de Kaderprogrammas en Life+. Voor Life+ is nu een aanvraag in voorbereiding en binnen het Zevende Kaderprogramma (KP7) heeft de provincie een eerste succesvolle aanvraag ingediend middels het Health Ties project, waarvoor de provincie als leadpartner € 109.396 heeft verworven.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2013.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2013.

Inleiding

Deze paragraaf biedt een overzicht van de middelen in de verschillende Europese subsidieprogramma’s. Met deze middelen worden in de lopende programmaperiode 2007-2013 (met een uitloop van twee jaar om alle middelen daadwerkelijk uit te geven), samen met partners, projecten op het grondgebied van Zuid-Holland gerealiseerd. Daarbij wordt ingezet op maximale benutting van de beschikbare Europese middelen. De provincie speelt hierbij een actieve, sturende rol. Binnen de diverse programma’s heeft de provincie een rol in de besluitvorming over de toekenning van subsidies.

Hieronder wordt ingegaan op de stand van zaken tot en met 2013.

Europese subsidieprogramma’s periode 2007-2013

(bedragen in € mln)

Begroting 2013

Jaarrekening 2013

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO, Kansen voor West)

64,0

63,9

Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP2)

29,9[18]

20,8

Interreg Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO, Grensoverschrijdende samenwerking)

22,5

24,2

Totaal

116,4

108,9

In 2013 werd het beschikbare budget voor POP2 naar beneden bijgesteld van € 24,2 mln naar € 20,8 mln, omdat nog niet verplichte provinciale budgetten zijn ontschot en landelijk opengesteld om een betere benutting van EU-budgetten te stimuleren.

Voor Interreg was sprake van een verhoging van € 22,5 mln naar € 24,2 mln doordat in 2013 enkele projecten met partners uit Zuid-Holland zijn goedgekeurd.

Kansen voor West (Operationeel Programma Kansen voor West)

Tijdige realisatie van een voldoende hoog projectvolume is van groot belang om te voldoen aan de zogenaamde N+2 regel: elke jaartranche moet uiterlijk twee jaar na afloop van dat jaar volledig zijn besteed. Deze N+2 regel geldt op programmaniveau, dat wil zeggen voor alle partners binnen een programma samen en niet voor de provincie afzonderlijk. Ondanks dat monitort de provincie ook specifiek de opgave voor Zuid-Holland.

Van de beschikbare € 63,9 mln moest ultimo 2013 € 38,7 mln zijn besteed. Hiervan werd ruim € 31,0 mln gerealiseerd. Dit betekent een onderbesteding op Zuid-Hollands niveau van € 7,7 mln, voornamelijk doordat bij een aantal grote projecten de geplande uitgaven niet werden gehaald. Op programmaniveau werd de N+2 wel gehaald, zodat er geen consequenties zijn voor Zuid-Holland.

In de uitloopperiode zullen nog nieuwe projecten worden beschikt.

Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP2)

Ook voor POP2 is de N+2 regel van toepassing. Van de beschikbare € 20,8 mln moest ultimo 2013 € 13,5 mln zijn besteed. De afgelopen jaren heeft er onderuitputting plaatsgevonden waardoor de uitgaven ongeveer € 1,7 mln zijn achtergebleven. De onderuitputting kwam met name voort uit stagnerende projecten in de jaren 2008-2010.

Deze onderbesteding leidde op programmaniveau niet tot problemen, want de uitgaven van de andere provincies zorgden ervoor dat voor het hele programma de N+2 in 2013 werd gehaald. Aangezien er geen nieuwe projecten meer worden beschikt, ligt de focus volledig op realisatie.

Interreg (grensoverschrijdende samenwerking)

Zuid-Holland had de ambitie om voor de vier Interreg-programma’s minimaal € 22,5 mln te verwerven. In 2013 zijn enkele projecten met partners uit Zuid-Holland goedgekeurd. Hiermee is tot en met 2013 een totaalbedrag van € 24,2 mln toegekend.

Programma

(bedragen in €)

verworven t/m 2013

(per medio 2013)

Interreg IV A 2 Zeeën

8,4

Interreg IV B Noord West Europa

9,5

Interreg IV B Noordzee

4,2

Interreg IV C

2,1

Totaal

24,2

Overige programma’s

De provincie heeft als doelstelling om naast de gangbare programma’s zoals EFRO, ook middelen te verwerven uit andere programma’s. Zo werd in 2013 met succes een aanvraag ingediend binnen het Life+ programma, waarvoor een bijdrage van € 500.000 werd ontvangen (Nieuwkoopse Plassen).

Abusievelijk was hier het bedrag uit de Begroting 2012 opgenomen. Het in de Jaarstukken 2012 vermelde bedrag van € 24,2 mln is het correcte bedrag.