Financieel Beeld

 2013 

2012

 

Exploitatierekening

       

Lasten

€ 859 mln

 

€ 811 mln

 

Baten

€ 903 mln

 

€ 856 mln

 

Totaal saldo baten en lasten

€ 44 mln

(v)

€ 45 mln

(v)

Bijdragen uit reserves

€ 124 mln

 

€ 126 mln

 

Stortingen in reserves

€ 142 mln

 

€ 155 mln

 

Resultaat

€ 26 mln

(v)

€ 15 mln

(v)

         

Investeringen

       

Bruto investeringen (excl. inkomsten)

€ 182 mln

 

€ 194 mln

 

Netto investeringen

€ 118 mln

 

€ 127 mln

 
         

Algemene reserve

       

Stand per 1/1 na resultaatbestemming

€ 45 mln

 

€ 55 mln

 

Overige mutaties

- € 2 mln

 

- € 25 mln

 

Eindstand 31/12 voor resultaatbestemming

€ 43 mln

 

€ 30 mln

 
         

Programmareserves

       

Stand per 1/01

€ 393 mln

 

€ 319 mln

 

Mutaties

€ 20 mln

 

€ 74 mln

 

Eindstand 31/12

€ 413 mln

 

€ 393 mln

 
         

Voorzieningen

       

Stand per 01/01

€ 36 mln

 

€ 57 mln

 

Mutaties

- € 1 mln

 

- € 21 mln

 

Stand per 31/12

€ 35 mln

 

€ 36 mln

 
         

Uitkeringen van overheden met specifiek bestedingsdoel

       

Stand per 01/01

€ 480 mln

 

€ 451 mln

 

Onttrekkingen

- € 543 mln

 

- € 321 mln

 

Toevoegingen

€ 361 mln

 

€ 350 mln

 

Stand per 31/12

€ 298 mln

 

€ 480 mln

 
         

Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo

       

Referentiewaarde (norm)

- € 45 mln

 

- € 53 mln

 

Realisatie

- € 22,5 mln

 

- € 49 mln

 

In dit hoofdstuk volgt een toelichting op hoofdlijnen op de diverse onderdelen.

Rekeningresultaat

Het rekeningresultaat is € 26,3 mln voordelig. Bij Najaarsnota 2013 werd nog uitgegaan van een budgettair neutraal resultaat. Het uiteindelijke rekeningresultaat is daarmee € 26,3 mln hoger dan geprognosticeerd.

Het resultaat moet worden bezien in het licht van mogelijke tegenvallers als gevolg van de aanhoudende economische crisis. Deze tegenvallers konden meerdere onderwerpen betreffen, waaronder de algemene uitkering uit het Provinciefonds. Hierover bestond tot het uitkomen van de decembercirculaire onzekerheid. Hierdoor is gestuurd op terughoudendheid bij het doen van uitgaven. Uiteindelijk vielen de tegenvallers mee. Zoals aangekondigd bij Najaarsnota 2013, is de impact verwerkt in de Jaarrekening. Daarnaast was er ook op diverse specifieke dossiers, waaronder jeugdzorg, tot het laatst onzekerheid. Bij Voorjaarsnota 2014 moet in dit kader worden bezien in hoeverre de nu vrijvallende middelen nog voor de desbetreffende doelen nodig zijn. Tot slot constateren we dat op het groendossier, als gevolg van bestuurlijke besluitvorming over het Uitvoeringsprogramma Groen (UPG), veel gelden nog in het beklemde deel van het rekeningresultaat zitten.

Resultaatbestemming

Provinciale Staten besluiten bij het vaststellen van de jaarstukken over de bestemming van het rekeningresultaat. In de regel wordt voorgesteld om het rekeningresultaat ten gunste van de algemene reserve te brengen. Bij Voorjaarsnota vindt vervolgens een integrale afweging plaats voor nadere bestemming van de middelen. Onderdeel van de integrale afweging bij Voorjaarsnota 2014 betreft het bestemmen van middelen waarvoor in 2013 of eerder wel juridische verplichtingen zijn aangegaan of bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar die nog niet tot uitvoering zijn gebracht. Om deze redenen heeft € 9,8 mln van het rekeningresultaat al een bestemming. Het betreft de volgende posten:

Uitvoeringsprogramma Groen (UPG) (doel 1.3)

€ 7,3 mln

Beheerskosten Zandmotor (doel 1.1)

€ 0,9 mln

Subsidies cultureel erfgoed (doel 4.2)

€ 0,5 mln

Gedifferentieerd belonen (bedrijfsvoering)

€ 0,6 mln

Saldo Verkeer en Vervoer (doel 2.1 t/m 2.3)

€ 0,5 mln

Totaal

€ 9,8 mln

Voor twee andere dossiers geldt met betrekking tot de resultaatbestemming een bijzondere situatie. Het betreft het reserveren van ontvangen rijksmiddelen voor ILG in programmareserve 1 € 79,0 mln) en een desinvestering RijnGouwelijn (€ 18,0 mln) die wordt gedekt uit programmareserve 2 (conform PS-besluit januari 2013). Voorgesteld wordt om deze resultaten al bij Jaarrekening 2013 te bestemmen. Zie voor een nadere toelichting op deze posten het onderdeel ‘Eigen vermogen en reserves’ verderop in dit hoofdstuk.

Toelichting rekeningresultaat

In onderstaande tabel is de opbouw van het rekeningresultaat per programma weergegeven. De bedragen (baten/lasten en reserveverkeer) zijn gesaldeerd, zodat hier sprake is van een netto stand van de verschillen tussen begroting na wijziging en rekening. De realisatie van de exploitatiebegroting kent ook significante verschillen die géén invloed hebben op het rekeningresultaat. Deze verschillen worden verrekend met van het Rijk ontvangen uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Deze uitkeringen zijn op de balans opgenomen onder de zogenaamde overlopende passiva (meestal aangeduid als OVP). Verderop in dit financieel beeld is een beknopt overzicht van de qua omvang belangrijkste overlopende passiva opgenomen. De toelichting op de balans in de jaarrekening bevat een gespecificeerd verloopoverzicht van de overlopende passiva.

Afwijkingen per programma ten opzichte van de Begroting 2013 na wijziging

  

Verschillen tussen begroting en realisatie

Programma

(bedragen x € 1 mln)

Saldo van baten en lasten[2]

Saldo reserve-verkeer

Resultaat

1

Groen en Water

101,2

-90,7

10,5

2

Mobiliteit en Milieu

-13,4

14,4

1,0

3

Ruimte, Wonen en Economie

11,1

-13,1

-2,0

4

Bestuur en Samenleving

11,3

-0,2

11,1

5

Integrale Ruimtelijke Projecten

0,4

-0,2

0,2

6

Middelen

3,1

2,4

5,5

Totaal

     

26,3

Positieve bedragen zijn voordelige verschillen, negatieve bedragen zijn nadelige verschillen. Zie ook onderstaande toelichting op het saldo baten en lasten in de voetnoot.

Bij de 3e W-vraag in de programmaverantwoording wordt per doel een nadere analyse gegeven van de verschillen tussen begroting na wijziging en de rekening. De belangrijkste verschillen, groter dan € 1,0 mln, zijn hieronder kort toegelicht.

De belangrijkste verschillen die het rekeningresultaat hebben veroorzaakt zijn:

  1. € 3,7 mln (v) Apparaatslasten (€ 0,6 mln beklemd)

  2. € 7,3 mln (v) Uitvoeringsprogramma Groen (geheel beklemd)

  3. € 1,4 mln (n) Exploitatiebudgetten MPI

  4. € 1,5 mln (n) Dekking apparaatslasten DBI

  5. € 6,4 mln (v) Jeugdzorg

  6. € 3,5 mln (v) Provinciefonds

  7. € 1,4 mln (v) Frictiekosten oprichting Omgevingsdiensten

  8. € 6,9 mln (v) Overige verschillen (€ 0,1 mln - € 1,0 mln)

Ad 1. Apparaatslasten (€ 3,7 mln voordeel)

Apparaatslasten bestaan uit loonkosten en overige indirecte kosten. Deze zijn toegerekend aan de doelen en maken daarmee onderdeel uit van de resultaten per doel. De totale apparaatslasten waren € 3,7 mln lager dan geraamd. Dit verschil is als volgt opgebouwd:

Loonkosten

€ 1,2 mln

Personeelsgerelateerde kosten

€ 1,7 mln

Overige verschillen < € 1 mln

€ 0,8 mln

Totaal

3,7 mln

Het resultaat ten aanzien van de loonkosten is uitgekomen op een totale onderschrijding van € 1,2 mln. Deze onderschrijding wordt deels veroorzaakt door het onderdeel gedifferentieerd belonen binnen de loonkosten (€ 0,6 mln). Op grond van CAO-afspraken dient dit restant saldo beschikbaar te blijven voor gedifferentieerd belonen voor de komende jaren. Daarnaast heeft de provincie begin 2014 over het jaar 2013 van de Belastingdienst een niet te voorziene teruggaaf van € 0,4 mln ontvangen ten aanzien van de premie WAO/WIA. Het restant van € 0,2 mln is het gevolg van strakke sturing op de loonkosten.

Het voordeel op de personeelsgerelateerde kosten bestaat uit een groot aantal relatief kleine mee- en tegenvallers die zijn toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering. Het betreft onder andere de volgende onderdelen: externe inhuur, opleidingen, wachtgelden ambtenaren en WW, UWV-vergoedingen, declaraties interim-management en consultancy (IMC), detacheringen en naheffing loonbelasting.

Ad 2. Uitvoeringsprogramma Groen (€ 7,3 mln voordeel)

Binnen het Uitvoeringsprogramma Groen (UPG) zijn meerjarige afspraken gemaakt met regionale partners over de afronding van de RodS (Recreatie om de Stad) en is subsidie verleend aan partijen voor het verbeteren van routenetwerken en de kwaliteit van gebieden. De totale lasten waren € 35,9 mln lager dan begroot. Het in 2013 gereserveerde budget rijksmiddelen blijft voor dit doel beschikbaar (OVP € 23,6 mln). Daarnaast blijft een bedrag van € 5,0 mln gereserveerd in de programmareserve. Het overige (€ 7,3 mln) komt vrij ten gunste van het rekeningresultaat. Deze middelen zijn beklemd.

Ad 3. Exploitatiebudgetten MPI (€ 1,4 mln nadeel)

De algemene kosten voor de uitvoering van het fietsplan zijn € 1,8 mln hoger dan geraamd (nadelig). Dit komt omdat we voorlopen in de uitvoering van het fietsplan. Dit blijkt ook uit de prestatie-indicatoren. Het fietspad F330.1 Hillekade-EZH Bos kon eerder in uitvoering worden genomen (€ 0,3 mln nadelig) en voor het fietspad F446.1 Noordwijk-Station Sassenheim is de verwachte subsidieaanvraag niet meer in 2013 ontvangen (€ 0,4 mln voordelig). De resterende onderschrijding van € 0,3 mln (voordelig) betreft relatief beperkte afwijkingen bij exploitatieprojecten uit het MPI.

Ad 4. Dekking apparaatslasten DBI (€ 1,5 mln nadeel)

In de nota Lange termijn inzicht kapitaal en beheerlasten (paragraaf 2.1.2.1.) is opgenomen dat er een technische korting van € 1,5 mln is met betrekking tot de dekking van de apparaatslasten in programma 2. Ook in de Begroting 2013 was er rekening mee gehouden dat een deel van de apparaatslasten DBI (€ 1,5 mln) gedekt zouden worden uit investeringsbudgetten binnen doel 2.2 Uiteindelijk zijn de apparaatslasten van DBI volledig gedekt in doel 2.1 en 2.2, en heeft geen doorbelasting plaatsgevonden naar investeringsprojecten binnen dit doel.

Ad 5. Jeugdzorg (€ 6,4 mln voordeel)

In 2013 zijn lagere subsidies verleend als gevolg van verbeterde efficiency en stabilisatie van vraag en aanbod. De subsidies jeugdzorg worden gedekt uit zowel de rijksmiddelen (doeluitkering) als de provinciale middelen. Op 18 februari 2014 is in de Eerste Kamer de nieuwe Jeugdwet aangenomen. De overgang van de taken jeugdzorg naar de gemeenten zal per 1 januari 2015 plaatsvinden, afhankelijk van besluitvorming over de Invoeringswet Jeugdwet en de Wmo. Vanwege eventuele vertraging en vanwege afwikkeling van de Wet op de jeugdzorg in 2015 (artikel 11.7 Jeugdwet) moeten deze middelen mogelijk alsnog ingezet worden in 2015.

Ad 6. Provinciefonds (€ 3,5 mln voordeel)

Voor 2013 wordt ten aanzien van het Provinciefonds uitgegaan van een positief resultaat van € 3,5 mln. Dit is op basis van de inzichten uit de September- en Decembercirculaire 2013. Hierbij dient te worden opgemerkt dat pas in de Meicirculaire 2014 er definitieve zekerheid is over deze inkomsten. Dan stelt het Rijk de definitieve uitkering uit het Provinciefonds vast over het begrotingsjaar 2013. De uitkomsten van de jaarrekening van het Rijk (met daarbij het eventuele risico van onderuitputting op de Rijksbegroting) is daar van invloed op.

Ad 7. Frictiekosten oprichting Omgevingsdiensten (€ 1,4 mln voordeel)

Voorgesteld wordt om bij de jaarrekening de gereserveerde middelen voor frictiekosten als gevolg van de oprichting van de Omgevingsdiensten van € 1,4 mln te laten vrijvallen in de financiële ruimte.

Ad 8. Overige verschillen (€ 0,1 mln - € 1,0 mln)

Het resterende deel van het rekeningresultaat (€ 6,9 mln) bestaat uit een relatief groot aantal verschillen t/m € 1,0 mln. In 2013 werden aanvankelijk veel nadelige gevolgen verwacht als gevolg van rijksbezuinigingen. Hierdoor is terughoudend omgegaan met het doen van uitgaven. De effecten voor 2013 van de rijksbezuinigingen vielen voor de provincie uiteindelijk mee, wat op diverse dossiers tot onderuitputting van de budgetten heeft geleid.

Doel

Omschrijving

Verschil

 

Kapitaallasten en bespaarde rente

-1,0

1.1

Zandmotor - beklemd

0,9

1.3

Natuur- en Recreatieschappen

0,7

1.5

Afrekening POP2 subsidies

0,5

2.1

Groot onderhoud (bruggen)

-0,8

2.2

N210-Rotondes Ammerstol en Wetering; (BDU)-bijdrage

-0,6

2.4

Hogere inkomsten dwangsommen

0,6

2.4

Minder lasten opheffing directie Omgevingsdiensten

0,7

2.4

Milieukaderstelling

0,5

3.1

Ruimte, diverse kleine onderuitputtingen

0,3

3.4

Afrekening subsidies Pieken in de Delta 2006-2010

0,2

4.1

Uitvoering algemene bestuurstaken GS en PS

0,4

4.1

Bijdrage IPO

0,2

4.2

Subsidies cultureel erfgoed - beklemd

0,5

4.4

Definitieve vaststelling boekjaarsubsidies Stichting Meander

1,0

4.5

Maatregelenpakket erfgoedlijnen 2013

0,4

4.6

Subsidies molens en subsidieregeling restauratie rijksmonumenten

0,3

6.1

Reservering FmA

1,0

6.1

Stelpost onvoorzien

0,3

6.1

Transitie subsidies

0,3

6.1

Verkoop provinciale eigendommen

1,0

6.2

Motorrijtuigenbelasting

0,3

 

Verschillen t/m € 0,1 mln en afrondingen

-0,8

 

Totaal

6,9

Van deze verschillen is € 1,4 mln beklemd. Het betreft:

1. Beheerskosten Zandmotor (€ 0,9 mln). De provincie is verantwoordelijk voor het beheer van de Zandmotor. Er zijn bestuurlijke afspraken gemaakt, maar de daadwerkelijke verplichtingen zijn nog niet aangegaan. Dit betreft de kosten voor de afkoop van het beheer dat door Dunea zal worden uitgevoerd.

2. Subsidies cultureel erfgoed (€ 0,5 mln). Dit betreft subsidiebeschikkingen met een meerjarig karakter, die in 2013 zijn verstrekt.

Eigen vermogen en reserves

Het eigen vermogen van de provincie is in 2013 met € 59,3 mln toegenomen (inclusief resultaat Jaarrekening 2012 ad € 15,1 mln) ten opzichte van de stand per 1 januari 2013 en bedraagt op 31 december 2013 € 482,1 mln.

Mutaties reserves

Reserve

(bedragen x € 1 mln)

Stand per

01-01-2013

Mutaties

Stand per

31-12-2013

Begroot na wijziging

Realisatie

Verschil

Algemene reserve

29,7

13,2

13,2

0

42,9

Programmareserves

393,1

-67,5

19,8

-87,3*

412,8

Rekeningresultaat 2013

 

0,0

26,3

26,3

26,3

Eigen vermogen

422,8

-54,3

59,3

-61,0

482,1

* inclusief € 79,0 mln die vanuit de OVP ILG is toegevoegd aan programmareserve 1.

De toename van het eigen vermogen is het gevolg van:

Mutaties algemene reserve (conform begroting)

€ 13,2 mln

Programmareserve 1 (Decentralisatieakkoord natuur)

€ 79,0 mln

Programmareserve 2 (RijnGouwelijn)

- € 18,0 mln

Overige gerealiseerde mutaties in programmareserves

- € 41,2 mln

Rekeningresultaat 2013

€ 26,3 mln

Totaal

59,3 mln

Mutaties algemene reserve (conform begroting)

De mutaties in de algemene reserve zijn verwerkt conform de begroting na wijziging. Het betreft de volgende mutaties:

Rekeningresultaat 2012

€ 15,1 mln

Bestemming rekeningresultaat 2012

- € 6,8 mln

Saldo Begroting 2013

€ 3,9 mln

Reservering Kadernota 2014-2017

€ 5,9 mln

Dekking Najaarsnota 2013

- € 4,9 mln

Totaal

13,2 mln

Programma 1 Decentralisatieakkoord natuur; omzetting OVP ILG naar programmareserve 1

Bij Jaarrekening 2013 zijn de ontvangen rijksmiddelen voor ILG toegevoegd aan Programma­reserve 1. Deze middelen waren eerder onderdeel van de overlopende passiva (OVP ILG). Het betreft € 79,0 mln. Reden hiervoor is dat met de beëindiging van het ILG-programma de terugbetalingsverplichting vervalt voor de ontvangen en in een overlopend passief verantwoorde rijksmiddelen. Deze rijksmiddelen zijn bedoeld voor de afwikkeling van de nog geldende ILG-verplichtingen.

Programmareserve 2 RijnGouwelijn

In januari 2013 hebben Provinciale Staten besloten om het HOV-Net (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) te starten in plaats van de RijnGouwelijn. Voorgesteld wordt om € 18,0 mln uit de programmareserve 2 (HOV-Net) te onttrekken om de geactiveerde voorbereidingskosten voor de RijnGouwelijn direct af te boeken (conform het PS besluit januari 2013). Het betreft kosten die op basis van het HOV-besluit wel binnen het projectbudget voor het HOV-Net vallen, maar niet direct binnen de scope van het project. Deze kosten mogen niet meer op de balans blijven staan. Daarom wordt voorgesteld om deze kosten bij de Jaarrekening 2013 via de exploitatie ten laste van de reserve HOV-Net te brengen. Deze wijziging heeft invloed op het exploitatieresultaat (€ 18,0 mln negatief), het investeringsresultaat (€ 18,0 mln positief) en de onttrekking uit de reserve.

De reservering HOV-Net was al in de meerjarenbegroting geoormerkt voor desinvesteringen op het project HOV-Net om kapitaallasten te drukken.

Overige gerealiseerde mutaties in programmareserves

In onderstaand overzicht worden de belangrijkste overige verschillen in mutaties reserves ten opzichte van de begroting na wijziging weergegeven.

Belangrijkste verschillen ten opzichte van de begroting na wijziging (> € 0,5 mln per onderwerp) in mutaties reserves

Onderwerp

(bedragen x € 1 mln)

Verschil

Doel

Zwakke schakels

1,7

1.1 Zuid-Holland veilig tegen overstromingen

Groene ambities

6,4

1.3 Toename recreatie in het groen binnen de provincie

1.4 Behoud van biodiversiteit

1.5 Ontwikkeling en behoud van waardevolle en aantrekkelijke

agrarische landschappen

NORAH

0,6

1.4 Behoud van biodiversiteit

IODS

1,9

1.5 Ontwikkeling en behoud van waardevolle en aantrekkelijke

agrarische landschappen

Egalisatiereserve bereikbaarheid

2,0

2.1 Zorg voor de kwaliteit van provinciale infrastructuur

Integrale bereikbaarheid

0,9

2.1 Zorg voor de kwaliteit van provinciale infrastructuur

2.2 Een betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid

Frictie algemeen

1,7

2.4 Een beter leefmilieu met minder hinder

6.1 Financieel gezonde huishouding

Frictiekosten RUD

-1,5

2.4 Een beter leefmilieu met minder hinder

6.1 Financieel gezonde huishouding

Alternatieve locatie Hoeksche Waard

9,0

3.4 Een sterke regionale economie

Bedrijventerreinen

0,9

3.4 Een sterke regionale economie

Greendeal Zonnepanelen-asbest

1,0

3.5 Een duurzame energievoorziening in Zuid-Holland

Investeringen

Realisatie investeringen

Investeringen

(bedragen x € 1 mln)

Begroot

Realisatie

Verschil

Uitgaven

213,5

182,0

31,5

Inkomsten

62,7

64,2

1,5

Netto investeringen

150,8

117,8

33,0

De netto investeringen zijn in totaal € 33,0 mln lager dan begroot. Het verschil is veroorzaakt door:

Een betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid

€ 28,3 mln

Huisvesting

€ 2,0 mln

ICT

€ 1,9 mln

Overige verschillen (< € 1 mln)

€ 0,8 mln

Totaal

33,0 mln

De investeringen zijn nader toegelicht in het Overzicht van baten en lasten. Hieronder volgt een beknopte toelichting op investeringen voor mobiliteit, huisvesting en ICT.

Een betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid

Investeringen MPI 2013

(bedragen x € 1 mln)

Begroot na wijziging

Realisatie

Verschil

Uitgaven

132,4

104,4

28,0

Inkomsten

56,5

56,1

-0,4

Netto investeringen

75,9

48,3

27,6

Ten opzichte van de prognose bij het opstellen medio 2013 van de Najaarsnota is er een voordelig netto resultaat van € 27,6 mln. De uitgaven worden echter wel gedaan binnen een ander jaar, waardoor geen sprake is van vrijval van middelen die voor andere doelen ingezet kunnen worden. Om het project volledig te kunnen uitvoeren dient het totale projectbudget beschikbaar te blijven. Over de voortgang in de projecten van het MPI wordt u separaat geïnformeerd via de Voortgangsrapportage Infrastructuur­projecten 2013. In het Overzicht van baten en lasten op blz. 58 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste afwijkingen per project, waaronder het HOV-Net voor € 16,2 mln en de MerwedeLingelijn. De daadwerkelijke onderuitputting zonder de administratieve wijziging van het HOV-Net is € 10,0 mln.

Investeringen beheer en onderhoud in bestaande provinciale infrastructuur

De netto investeringen voor beheer en onderhoud zijn € 0,8 mln lager dan geraamd. In het Overzicht van baten en lasten is een toelichting opgenomen van de belangrijkste afwijkingen per project.

Investeringen beheer en onderhoud 2013

(bedragen x € 1 mln)

Begroot na wijziging

Realisatie

Verschil

Uitgaven

62,0

62,8

-0,8

Inkomsten

3,8

5,3

1,5

Netto investeringen

58,2

57,5

0,7

Huisvesting

In 2013 is gewerkt aan de verdere uitwerking en Europese aanbesteding van een aantal grote huisvestingsprojecten die samenhangen met de strategische huisvestingsvisie. Het betreft de projecten modernisering bestuursgebouw en invoering flexibel kantoorconcept, evenals onderhoudswerkzaamheden die gelijktijdig worden uitgevoerd. De plannen zijn verder bijgesteld op basis van de beleidsnota 'Het Nieuwe Werken' die in 2013 is vastgesteld. Na uitwerken van planvorming naar definitief ontwerp en aanbesteding is de voorgenomen uitvoering doorgeschoven van 2013 en 2014 naar 2014 en 2015.

ICT

In 2013 is een aantal geplande automatiseringsprojecten vertraagd. Zo is de besluitvorming over de aanschaf van tablets tot 2014 uitgesteld en lopen een aantal projecten nog door tot in 2014.

Overlopende passiva (OVP)

Uitkeringen van overheden met een specifiek bestedingsdoel worden op de balans gereserveerd als overlopende passiva (OVP). Onttrekkingen aan de OVP vinden plaats op basis van de realisatie, gekoppeld aan het specifieke bestedingsdoel. Lagere lasten leiden dus tot een lagere onttrekking, zodat de middelen voor het doel beschikbaar blijven. Ten opzichte van de stand per 1-1-2013 (€ 480,4 mln) is het saldo afgenomen met € 181,9 mln. Ultimo 2013 bedraagt het saldo van deze balanspost € 298,5 mln. De belangrijkste wijzigingen waren:

ILG (inclusief omzetting naar reserve)

- € 239,5 mln

Jeugdhulpverlening

- € 10,6 mln

BDU

€ 27,6 mln

750 ha PMR

€ 20,5 mln

Rijnlandroute

€ 15,0 mln

Overige

€ 5,1 mln

Totaal

- € 181,9 mln

In onderstaand overzicht zijn de overlopende passiva met een eindsaldo groter dan € 1,0 mln weergegeven.

Progr.

Omschrijving

(bedragen x € 1 mln)

Saldo per

31-12-2013

2

BDU

130,9

43,9%

1

750 ha PMR

93,7

31,4%

2

Luchtkwaliteit NSL

14,7

4,9%

2

Rijnlandroute

15,0

5,0%

4

Jeugdhulpverlening

12,3

4,1%

3

ISV3

10,6

3,6%

1

Natura 2000 PAS

3,6

1,2%

1

Zandmotor

3,2

1,1%

3

Voordelta Maasvlakte 2

2,9

1,0%

3

Clusterregeling PZH

2,7

0,9%

3

ISV2

1,3

0,4%

1

Boeren voor natuur

1,1

0,4%

 

Overige < € 1,0 mln

6,5

2,2%

Totaal

298,5

100%

Voorzieningen

Het totaalsaldo van de voorzieningen bedraagt ultimo 2013 € 34,9 mln.[3] Ten opzichte van de stand per begin 2013 van € 35,6 mln is dit een afname van € 0,6 mln. Er zijn geen nieuwe voorzieningen getroffen. Mutaties in voorzieningen zijn nader toegelicht in de toelichting op de balans in de jaarrekening, bij het onderdeel ‘Staat van voorzieningen 2013’.

EMU-saldo

In de begroting en jaarstukken van de provincie is het EMU-saldo van de provincie berekend en weergegeven. Op basis van het EMU-saldo worden door het Rijk de inkomsten en uitgaven van de provincie met derden gemonitoord. Dit betekent dat bijvoorbeeld de mutaties in reserves geen onderdeel zijn van het EMU-saldo.

Nederland als geheel mag een EMU-tekort hebben van 3% BBP. Op basis van afspraken met het Rijk mochten provincies in 2013 samen een EMU-tekort hebben van 0,07% BBP. Voor individuele organisaties geldt een zogeheten referentiewaarde. Voor de provincie Zuid-Holland gold in 2013 een referentiewaarde van maximaal -/- € 45,1 mln. De provincie Zuid-Holland heeft in 2013 een EMU-tekort gerealiseerd van -/- € 22,5 mln. Dat is dus binnen de geldende referentiewaarde.

EMU-saldo provincie Zuid-Holland (bedragen x € 1 mln)

Realisatie 2012

Begroting 2013 na wijziging

Realisatie 2013

Raming 2014

Raming 2015

-49,3

- 160,3

-22,5

-161,8

- 250,3

Het EMU-tekort in de realisatie is aanzienlijk kleiner dan in de begroting na wijziging. Dit is voornamelijk veroorzaakt door een positief verschil tussen enerzijds de gerealiseerde en begrote saldi van baten en lasten en anderzijds de netto-investeringen.

Het verschil is voor € 79,0 mln te verklaren doordat de rijksmiddelen ILG zijn omgezet van de overlopende passiva ILG naar de reserves. Reden hiervoor is dat met de beëindiging van het ILG-programma de terugbetalingsverplichting vervalt voor de ontvangen en in een overlopend passief verantwoorde rijksmiddelen. Deze rijksmiddelen zijn bedoeld voor de afwikkeling van de nog geldende ILG-verplichtingen.

Het EMU-saldo was zonder deze omzetting uitgekomen op - € 101,5 mln. Dit is € 58,8 mln gunstiger dan begroot. Dit komt door incidentele onderuitputting van een groot aantal exploitatiebudgetten, vóór verrekening met de reserves. Deze verschillen zijn toegelicht bij de 3e W-vraag in de programma­verantwoording. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste verschillen, groter dan € 3,0 mln, die hebben bijgedragen aan het hogere EMU-saldo.

Netto investeringen € 33,0 mln
Desinvestering RijnGouwelijn - € 18,0 mln
Uitvoeringsprogramma Groen € 12,3 mln
Alternatieve locatie Hoeksche Waard € 9,0 mln
Overige verschillen
(zie bovenstaande toelichting rekeningresultaat)
€ 6,9 mln
Jeugdzorg € 6,4 mln
Aankoop BBL-gronden - € 6,2 mln
Apparaatslasten € 3,7 mln
Provinciefonds € 3,5 mln
In de Begroting 2013 is een ander uitgangspunt gehanteerd voor de verdeling van de rentelasten en de rentebaten over de programma’s dan bij jaarrekening. Het betreft een omissie in de begroting, waardoor de vergelijking met de jaarrekeningcijfers een vertekend beeld geeft. De omissie in de begroting is in dit overzicht gecorrigeerd. Het betreft de begrote rentelasten in programma 2 en de begrote rentebaten in programma 6. Zowel de rentelasten als de rentebaten zijn in de jaarrekening correct verwerkt. Een en ander had/heeft geen gevolgen voor het begrotingssaldo en het jaarrekeningsaldo.
Dit betreft voorzieningen die zijn gevormd ter dekking van onontkoombare toekomstige uitgaven als gevolg van gebeurtenissen uit het verleden. Ze zijn verantwoord onder de passiva op de balans. Het betreft niet de voorzieningen die worden verantwoord op de balans als correctie op de activa, zoals de voorziening dubieuze debiteuren. Deze is toegelicht bij de vlottende activa in de toelichting op de balans in de jaarrekening.