Programma 6 Middelen

Wat willen we bereiken?

De provincie streeft naar een financieel gezonde huishouding. Dit is van belang voor de rechtmatigheid van het provinciale handelen en voor de maatschappelijke legitimiteit van de provincie. De provincie werkt immers direct dan wel indirect (via het Rijk) met belastinggeld van burgers en bedrijven. Een financieel gezonde huishouding komt in de eerste plaats tot uitdrukking in een sluitende begroting, waarin baten en lasten meerjarig met elkaar in evenwicht zijn (zie hiervoor het meerjarig financieel perspectief). In de tweede plaats dient de provincie te beschikken over voldoende weerstandscapaciteit. Deze is nodig om financiële consequenties van (niet-begrote) risicos op te kunnen vangen.

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

2013

2014

2015

2016

6.1.

weerstandsvermogen[9]

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

 
Toelichting Effectindicatoren

De mate waarin de provincie risicos financieel op kan vangen wordt uitgedrukt in het weerstandsvermogen.

Dit is een kengetal dat de verhouding weergeeft tussen de weerstandscapaciteit (dit zijn de middelen die de provincie beschikbaar heeft of kan maken om de financiële gevolgen van risicos op te kunnen vangen) en de in euros gekwantificeerde omvang van risicos. De provincie streeft naar een weerstandsvermogen van minimaal twee. Dat is vastgesteld in de door PS vastgestelde beleidsnota weerstandsvermogen en risicomanagement. Belangrijke wijziging in het beleid is dat als een concreet risico uit de paragraaf weerstandsvermogen zich daadwerkelijk voordoet, dat dan (voordat een beroep wordt gedaan op de algemene middelen) eerst een oplossing wordt gezocht binnen het betreffende begrotingsdoel. Beoogd effect van deze wijziging is dat de druk op algemene middelen (waaronder de algemene reserve) afneemt.

Nulmeting op basis van de stand Jaarrekening 2010 (pagina 150).

Wat willen we bereiken?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2013

2014

2015

2016

6.1

weerstandsvermogen

≥ 2,0

Begroot

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

Prognose

       
 
Toelichting afwijking

Niet van toepassing.

Wat willen we bereiken?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2013

2014

2015

2016

6.1

weerstandsvermogen

≥ 2,0

Begroot

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

Prognose

       
 
Toelichting afwijking

Geen afwijkingen.

Wat hebben we bereikt?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2013

Realisatie 2013

6.1.a

weerstandsvermogen

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

Verantwoording Effectindicatoren

Het doel is gerealiseerd. Uit de paragraaf weerstandsvermogen en Risicobeheersing blijkt dat de provincie voldoende middelen beschikbaar heeft c.q. kan maken om zowel de incidentele als structurele gevolgen van risico’s op te kunnen vangen.

Het weerstandsvermogen drukt uit in welke mate de provincie in staat wordt geacht om de financiële ge­vol­gen van risico’s op te kunnen vangen. Hiervoor worden risico’s in kaart gebracht en daar waar mogelijk ge­kwantificeerd. Verder wordt in kaart gebracht welke middelen de provincie beschikbaar heeft of kan maken om de financiële gevolgen van risico’s op te kunnen vangen (dit wordt aangeduid als weerstandscapaci­teit). De uitkomsten hiervan worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en Risicobeheersing van de begroting respectievelijk jaarrekening.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de ge­kwan­ti­ficeerde omvang van de risico’s. Zuid-Holland streeft naar een weerstandsvermogen van ‘twee’. Dat wil zeggen dat voor elke euro aan risico’s minimaal twee euro aan weerstandscapaciteit beschikbaar is. Uit de paragraaf weerstandsvermogen en Risicobeheersing blijkt dat voor elke euro aan risico’s met structurele financiële gevolgen circa € 3,00 aan structurele weerstandscapaciteit beschikbaar is c.q. gemaakt kan worden. Verder blijkt dat voor elke euro aan risico’s met incidentele financiële gevolgen circa € 23,28 aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar c.q. beschikbaar te maken is.