Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Wat willen we bereiken?

In 2009 is met het Rijk een Bodemconvenant gesloten. De centrale doelstelling hiervan is het bodemsaneringsbeleid om te vormen tot bodemontwikkelingsbeleid (waaronder provinciaal beleid voor de ondergrond) en zo te komen tot een optimaal bodemgebruik. Met het convenant is ook een afspraak gemaakt over een schonere bodem ter verbetering van het leefklimaat. In dit kader zullen uiterlijk in 2015 de risicos ten aanzien van nog resterende verontreinigde locaties in Zuid-Holland, waarbij sprake is van spoed, weggenomen zijn dan wel beheerst.

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

2013

2014

2015

2016

3.3.

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risicos zijn verminderd dan wel weggenomen

0

80

35%

156

68%

231

100%

n.v.t.

 
Toelichting Effectindicatoren

In 2012 is, na vaststelling van de begrotingsindicatoren, deze effectindicator aangepast. Dit om de begrotingsindicator in overeenstemming te brengen met het vastgestelde bodemconvenant.

In dit bodemconvenant worden drie risico's verantwoord; humane risico's, verspreidingsrisico's en ecologische risico's. De vastgestelde indicator had alleen betrekking op de humane risico's en zou daarmee niet aansluiten met het bodemconvenant. Met bovenstaande, aangepaste indicator komt dit in lijn met het bodemconvenant.

Spoedlocaties zijn locaties waarbij sprake is van ernstige verontreiniging met humane risico's en/of verspreidingsrisico's en/of ecologische risico's. Onderzoek in 2011en 2012 laat zien dat Zuid-Holland 231 verontreinigde locaties telt waarbij in potentie sprake is van spoed. Nader onderzoek moet uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is en zo ja, welke maatregelen getroffen moeten en kunnen worden om deze indicatie weg te nemen. Dit onderzoek wordt begin 2013 afgerond waarmee duidelijk wordt hoeveel spoedlocaties het daadwerkelijk betreft en waar actie op moet worden ondernomen en wordt de prestatie-indicator indien nodig bijgesteld. In 2015 mogen in Zuid-Holland geen verontreinigde locaties meer zijn waarbij nog sprake is van humane spoed. De risicos zijn dan opgeheven door sanering of beheersing in afwachting van samenloop met andere ontwikkelingen.

Voor de spoedlocaties met risicos op verspreiding en/of ecologie is begin 2013 eveneens duidelijk wat er moet gebeuren. Het streven is om voor deze locaties de risico's voor eind 2015 weg te nemen dan wel het saneringsproces in gang te zetten. Dit houdt in dat in 2016 alle risicos moeten zijn verminderd dan wel weggenomen. Om die reden is in bovenstaande tabel bij 2016 niet van toepassing ingevuld.

Wat willen we bereiken?

 

Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2013

2014

2015

2016

3.3.

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risico’s zijn verminderd dan wel weggenomen

0

Begroot

80

35%

156

68%

231

100%

N.v.t.

Prognose

       
 
Toelichting afwijking

Geen afwijkingen.

Wat willen we bereiken?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2013

2014

2015

2016

3.3.

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risico’s zijn verminderd dan wel weggenomen

0

Begroot

80

35%

156

68%

231

100%

N.v.t.

Prognose

       
 
Toelichting afwijking

Geen afwijkingen.

Wat hebben we bereikt?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2013

Realisatie 2013

3.3.

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risico’s zijn verminderd dan wel weggenomen

0

80
35%

76

33%

Verantwoording Effectindicatoren

De doelstelling voor 2013 is nagenoeg gehaald. Er zijn 76 locaties van de 231 afgerond. Hierbij wordt opgemerkt dat er sprake is van een dynamisch programma. Er werden locaties afgehandeld maar er kwamen incidenteel ook locaties bij. Eind 2013 waren er per saldo nog 155 spoedlocaties.

Medio 2013 is een Midterm Review (MTR) gehouden en is over de voortgang gerapporteerd aan Provinciale Staten. Daaruit blijkt dat het programma op koers ligt om het bodemconvenant te realiseren.