Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Wat willen we bereiken?

Het doel is om voldoende woningen voor elke doelgroep in het juiste woonmilieu te hebben. Het overgrote deel van de nieuwe woningen wordt in de bestaande steden en dorpen gebouwd, vooral rondom de belangrijke OV-knooppunten Stedenbaanstations. Daarmee versterken we de vitaliteit en de samenhang van het stedelijk netwerk en ontstaat een aantrekkelijk woonomgeving- en vestigingsklimaat voor bedrijven.

Op plekken waar de bevolkingsomvang afneemt, is aandacht voor de bereikbaarheid van voorzieningen zodat de dorpen leefbaar blijven. Bij de planning van woningbouw wordt (steeds) meer aandacht besteed aan de afstemming van vraag en aanbod in kwalitatieve zin (woonmilieus). Om recht te doen aan de regionale verschillen worden afspraken gemaakt met de regios. De provincie stemt af en prioriteert vraag en aanbod, zowel kwalitatief als kwantitatief (woningbouwprogrammering). Voor de Zuidvleugel van de Randstad geldt dat het Rijk wordt geïnformeerd over de programmering. Voor de doelgroep van sociale woningbouw maakt de provincie met regios afspraken over het aandeel sociale woningen in het woningbouwprogramma. Het percentage sociale woningbouw in de voorraad en de omvang van het voorgenomen sloopprogramma is het uitgangspunt.

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

2013

2014

2015

2016

3.2.a

Jaarlijkse woningproductie (ontwikkeling voorraad):

         
 

- netto toevoeging

13.000

8.000

8.000

8.000

8.000

 

- vervanging

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.2.b

Aantal gerealiseerde/getrans­formeerde woningen per 31/12 dat heeft bijgedragen aan een verbetering van de woonmilieubalans:

         
  - centrumstedelijk  2.350  1.350 1.350 1.350 1.350 
 

- landelijk

450

1.000

1.000

1.000

1.000

3.2.c

Netto percentage toegevoegde woningen bij StedenbaanPlus

200

60%

60%

60%

60%

 
Toelichting Effectindicatoren

De hier vermelde cijfers bij de Effectindicatoren 3.2a, 3.2b en 3.2c wijken af van hetgeen onlangs in de statencommissie is voorgelegd. De verwachtingen zijn in het licht van de economische crisis bijgesteld, mede naar aanleiding van de in mei/juni jl. ontvangen cijfers van het CBS over de realisatie in 2011.

 

3.2.a: De provincie bouwt, net als gemeenten, geen woningen. De provincie maakt wel inzichtelijk wat de vraag is (woningbehoefteraming) en hoe het aanbod zich ontwikkelt (plancapaciteit gemeenten). Op basis daarvan maakt de provincie afspraken met de regios. Gemeenten uit de regios maken vervolgens afspraken met woningcorporaties en commerciële bouwondernemers over het te bouwen aantal en de daarbij horende woonmilieus. Onder "netto toevoeging" wordt verstaan het saldo van woningproductie en woningonttrekking. Bijzondere aandacht is er voor vervanging (sloop en vervangende nieuwbouw). Als gevolg van de economische crisis wordt minder gesloopt en wordt in plaats daarvan geïnvesteerd in de verbetering van de betreffende woningen.

 

3.2.b: De woonmilieubalans geeft inzicht in de balans van vraag (behoefte) en aanbod (plancapaciteit) per woonmilieu. In de bouwplannen voor de Zuidvleugel van de Randstad is een tekort aan centrumstedelijke en landelijke woonmilieus.

 

3.2.c: StedenbaanPlus is een programma waarbij hoogwaardig openbaar vervoer in combinatie met onder meer woningbouw, kantoren en voorzieningen centraal staat. Doelstelling is om 60% van de netto toevoeging van woningen binnen de invloedsfeer van het hoogwaardig openbaar vervoer te laten vallen. De provincie maakt afspraken met de regios over het percentage te bouwen woningen in de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoerstations. Bij de afweging waar gebouwd wordt, staat bouwen rondom Stedenbaanlocaties hoog op de afwegingsladder (zie ook het Afwegingskader woningbouw en de Verstedelijkingsstrategie Zuidvleugel).

Wat willen we bereiken?

 

Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2013

2014

2015

2016

3.2.a

Jaarlijkse woningproductie (ontwikkeling voorraad):

           

- netto toevoeging

13.000

Begroot

8.000

8.000

8.000

8.000

Prognose

       

- vervanging

3.500

Begroot

3.500

3.500

3.500

3.500

Prognose

       

3.2.b

Aantal gerealiseerde / getransformeerde woningen per 31/12 dat heeft bijgedragen aan een verbetering van de woonmilieubalans:

           

- centrumstedelijk

2.350

Begroot

1.350

1.350

1.350

1.350

Prognose

       

- landelijk

450

Begroot

1.000

1.000

1.000

1.000

Prognose

       

3.2.c

Netto percentage toegevoegde woningen bij StedenbaanPlus

200

Begroot

60%

60%

60%

60%

Prognose

       
 
Toelichting afwijking

Geen afwijkingen.

Wat willen we bereiken?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

 

2013

2014

2015

2016

3.2.a

Jaarlijkse woningproductie (ontwikkeling voorraad):

           

• netto toevoeging

13.000

Begroot

8.000

8.000

8.000

8.000

Prognose

       

• vervanging

3.500

Begroot

3.500

3.500

3.500

3.500

Prognose

       

3.2.b

Aantal gerealiseerde / getransformeerde woningen per 31/12 dat heeft bijgedragen aan een verbetering van de woonmilieubalans:

           

• centrumstedelijk

2.350

Begroot

1.350

1.350

1.350

1.350

Prognose

       

• landelijk

450

Begroot

1.000

1.000

1.000

1.000

Prognose

       

3.2.c

Netto percentage toegevoegde woningen bij StedenbaanPlus

200

Begroot

60%

60%

60%

60%

Prognose

       
 
Toelichting afwijking

Geen afwijkingen.

Wat hebben we bereikt?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2013

Realisatie 2013

3.2.a

Jaarlijkse woningproductie (ontwikkeling voorraad):

  • netto toevoeging

  • vervanging

 

13.000

3.500

 

8.000

3.500

 

7.200*

3.000*

3.2.b

Aantal gerealiseerde / getransformeerde woningen per 31/12 dat heeft bijgedragen aan een verbetering van de woonmilieubalans:

  • centrumstedelijk

  • landelijk

 

 

1.350

450

 

 

1.350

1.000

 

 

n.n.b.

n.n.b.

3.2.c

Netto percentage toegevoegde woningen bij StedenbaanPlus

60%

60%

 

53%

* De aangegeven cijfers realisatie 2013 voor 3.2a zijn een schatting op basis van de BAG cijfers nieuwbouw en sloop over de eerste drie kwartalen van 2013.

Verantwoording Effectindicatoren

3.2.a De doelstelling is deels gerealiseerd. De aangegeven cijfers realisatie 2013 zijn een schatting op basis van de Basisadministratie Gebouwen (BAG) cijfers nieuwbouw en sloop over de eerste drie kwartalen van 2013.

3.2.b De gegevens uit de BAG zijn voor deze rapportage niet beschikbaar, deze komen jaarlijks in mei/juni.

3.2.c De doelstelling is deels gerealiseerd. Het betreft de toevoeging van woningen nabij locaties met Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). De reden is dat door de economische crisis veel bouwplannen zijn vertraagd, waaronder bouwplannen rond HOV-locaties. Wel zijn in verhouding meer woningen bij HOV-locaties gerealiseerd.