Budgettair kader

Meerjarenperspectief

In dit hoofdstuk wordt het begrotingssaldo 2013 met de meerjarenraming gepresenteerd. De basis voor de Begroting 2013 en het meerjarenperspectief is het financieel perspectief tot en met de Voorjaarsnota 2012. De voorstellen zijn onderverdeeld in beleidskeuzes, exogene en technische wijzigingen. 

Financiële ruimte

Mutaties financiële ruimte

(bedragen x € 1 mln)

2013

2014

2015

2016

 

Begrotingspositie na Voorjaarsnota 2012

7,6

14,5

6,3

20,3

 

Kadernota 2013-2016

       

1

Daling opbrengst opcenten motorrijtuigenbelasting

-8,0

-6,0

-6,0

-6,0

2

Exploitatiekosten gronden Zuidplaspolder

-1,8

-1,6

   

3

Ontwikkeling loonkosten

-3,2

-4,0

-3,8

-3,6

4

Inflatiecorrectie Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

-0,2

-0,2

-0,2

-0,2

5

Handhaving brandveiligheid (Wabo)

-0,1

-0,1

-0,1

-0,1

6

Handhaving Koud/Warmte-opslag

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3

 

Subtotaal Kadernota

-13,5

-12,2

-10,3

-10,1

 

Beleidskeuzes

       
 

Bezuinigingen

       

7

Een betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid

0,3

0,3

0,3

0,3

8

Een adequaat regionaal openbaar vervoersaanbod

0,9

4,4

4,4

4,4

9

Een beter leefmilieu met minder hinder

0,7

0,7

0,7

0,7

10

Een deskundig geordende ruimte

0,6

0,6

0,6

0,6

11

Vraag naar en aanbod van woningen in balans

0,1

0,1

0,1

0,1

12

Een schonere bodem en optimaal bodemgebruik in Zuid-Holland

0,2

0,2

0,2

0,2

13

Een sterke regionale economie

2,0

0,1

0,1

0,1

14

Een krachtige en slanke provincie

0,3

0,3

0,3

0,3

15

Slagvaardig en robuust lokaal en regionaal bestuur

0,3

0,5

0,5

0,5

16

Een beschermd, bekend en beleefbaar cultureel erfgoed

0,2

0,2

0,2

0,2

17

Efficiënte en uitvoeringsgerichte organisatie

0,5

0,5

0,9

0,9

18

Prijscompensatie

1,8

1,5

0,0

0,0

19

Vrijval kapitaallasten

3,1

3,3

3,3

0,0

20

Vrijval reserves en OVP's

0,6

0,0

0,0

0,0

 

Subtotaal Beleidskeuze

11,5

12,6

11,5

8,2

 

Exogeen

       

21

opcenten Motorrijtuigenbelasting

-2,0

-2,0

0,0

2,0

22

Provinciefonds

-3,4

-3,4

-3,4

-3,5

23

Ontwikkeling loonkosten

-2,6

-2,6

-2,6

-2,6

 

Subtotaal Exogeen

-8,0

-8,0

-6,0

-4,1

 

Technisch

       

24

Vrijval exploitatiebudget pensioenen GS

0,5

0,5

0,5

0,5

25

Budget Statengriffie (Griffieplan 2011-2015)

0,1

0,1

0,1

0,1

26

Leasekosten printers

-0,2

-0,2

-0,2

-0,2

27

Wachtgeld PS

0,2

0,2

0,2

0,2

28

RUD motie 200

1,1

0,1

-1,9

-1,9

29

IPO bijdrage voor de GBO

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3

30

Wettelijke en Bovenwettelijke WW

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3

31

Opheffen subsidie Hollandse IJssel

0,1

0,1

0,1

0,1

32

Kapitaallasten

0,4

6,8

19,6

34,4

33

Reservering kapitaallasten mobiliteit

0,0

-6,5

-18,0

-9,3

34

Rentetoevoeging overlopende passiva

0,7

0,8

0,8

0,8

35

Rente dividend

0,9

-0,7

-0,7

-0,7

36

Loon en prijscompensatie

0,7

0,3

0,0

0,0

37

Saneren glastuinbouw

-4,0

2,0

2,0

0,0

38

IPO secretariaat

0,1

0,1

0,1

0,1

39

Indexatie bijdragen RUD's

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3

40

Indexatie TV omroepen

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3

41

Indexatie IODS

-0,8

-0,5

-0,2

-0,1

42

Indexatie MPI

0,0

0,0

0,0

-0,3

43

Muskusrattenbestrijding (loonkosten)

0,4

0,4

0,4

0,4

44

Reservering Verkeer & Vervoer

7,0

-7,0

0,0

0,0

45

Vrijval transitie subsidies

0,0

0,0

0,0

5,4

46

Stelpost beleidsontwikkeling nieuw college

0,0

0,0

0,0

-20,0

47

Overige (bedragen < € 0,1 mln)

0,2

0,1

0,1

0,1

 

Subtotaal Technisch

6,3

-4,7

1,6

8,4

 

Storting in algemene reserve

-3,9

     
 

Eindsaldo

0,0

2,3

3,1

22,8

(Positieve mutaties zijn voordelig voor het begrotingssaldo, negatieve mutaties zijn nadelig)

Bovenstaande mutaties worden hieronder toegelicht. 

 

Algemeen

De Begroting 2013 laat een positief meerjarig saldo zien. Dit is voor een groot deel te danken aan de voorgestelde bezuinigingen, waarmee de korting op het Provinciefonds (€ 3,4 mln) zoals aangekondigd in de Junicirculaire 2012 is opgevangen. Conform de richtlijnen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is de voorliggende Begroting is gebaseerd op de cijfers uit de Junicirculaire. Geziendit uitgangspuntis het niet mogelijk de Begroting te baseren op de Septembercirculaire. Op hoofdlijnen heeft de Septembercirculaire voor het accres van het Provinciefonds tot gevolg een positieve ontwikkeling van circa € 1,5 mln voor 2012 en een extra negatieve ontwikkeling van circa € 0,5 mln voor 2013. Er kon ook geen rekening worden gehouden met mogelijk aanvullende effecten van het coalitieakkoord, dat tot stand zal komen na de landelijke verkiezingen van 12 september 2012.

Voorgesteld wordt om, gezien de te verwachten ontwikkelingen, het voordelige saldo van 2013 te storten in de algemene reserve, waarmee de geraamde stand van de algemene reserve per ultimo 2013 komt op € 33,8 mln. De minimum stand van de algemene reserve conform de herziene beleidsnota weerstandsvermogen is € 30,0 mln.  

 

Kadernota

Op 27 juni 2012 hebben PS de Kadernota 2013-2016 vastgesteld. Hieronder volgt een samenvatting van de in de Kadernota opgenomen posten.

1. Daling opbrengsten opcenten motorrijtuigenbelasting

Na het opstellen van de Kadernota 2013-2016 hebben zich nieuwe ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn op de ontwikkeling van de verwachte opbrengsten uit opcenten motorrijtuigenbelasting. Deze ontwikkelingen zijn verwerkt in deze begroting en worden hieronder toegelicht.

(bedragen x € 1 mln)

2013

2014

2015

2016

Opbrengst MRB Begroting 2012

320,0

328,0

328,0

328,0

A Mutaties Kadernota

-8,0

-6,0

-6,0

-6,0

B Bijstelling raming Kadernota (zie punt 22)

-2,0

-2,0

0

2,0

Totaal mutaties

-10,0

-8.0

-6,0

-4,0

Opbrengst MRB Begroting 2013

310,0

320,0

322,0

324,0

A. Als gevolg van de vergroening van het wagenpark, is het aantal vrijgestelde autos sterk gegroeid. Hierdoor wordt het begrote inkomstenbedrag niet gehaald. Bij Kadernota is rekening gehouden met een daling van de inkomsten ten opzichte van de ramingen 2012 met € 8,0 mln in 2013 en € 6,0 mln in 2014 en verder.

B. Uit de gegevens van de Belastingdienst van het wagenpark per 1 juli 2012 blijkt dat het aantal zeer zuinige autos wederom is toegenomen. Daarnaast is het totale wagenpark met 0,4 % gegroeid. Op basis van deze gegevens is de raming van de Kadernota bijgesteld (zie ook punt 21). Per 1januari 2014 wordt de vrijstelling Motorrijtuigenbelasting voor de zeer zuinige autos afgeschaft, voor autos met een uitstoot tot 50gr/km blijft de vrijstelling nog bestaan tot en met 2015. Berekeningen op basis van de prognose van de ontwikkeling van het wagenpark in Zuid-Holland (gegevens van de belastingdienst per 1-7-2012) geven aan dat dit een meeropbrengst op kan leveren van € 20,0 mln per jaar. Aangezien de afschaffing van de vrijstelling onderdeel uitmaakt van een totaalpakket aan maatregelen voor de autobelastingen, is het effect van de afschaffing op de inkomsten nog onzeker. Vanuit het oogpunt van behoedzaamheid wordt met ingang van 2014 rekening gehouden met een stijging van de inkomsten ten opzichte van 2013 met 50% (€ 10,0 mln) van het bedrag dat eind 2013 gemist wordt door de zeer zuinige autos.

In het Hoofdlijnenakkoord is ten aanzien van de opcenten opgenomen de inflatiecorrectie voor de helft achterwege te laten. Per jaar wordt bezien of de volledige correctie achterwege kan blijven, afhankelijk van het financieel perspectief. Om de lastenverhoging voor de burger te beperken, wordt voorgesteld om ook voor 2013 de verhoging met de helft van de inflatie achterwege te laten. Dekking tot en met 2015 vindt plaats door de inzet van de vrijval van kapitaallasten voor verkeer en vervoer (zie ook punt 19). 

 

2. Exploitatiekosten gronden Zuidplaspolder

Bij Jaarrekening 2011 heeft de Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas een voorziening getroffen om mogelijke tekorten (het verschil tussen boekwaarde en marktwaarde)te dekken. Daartoe is door de provincie een voorziening getroffen. De deelnemers aanGemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas hebben beslotendat toekomstige bijtellingen (rente) op het grondbezitnaar rato voorieders rekening zijn. Voor de provincie betekent dit voor 2013 en 2014 een bijdrage in de exploitatiekosten van respectievelijk € 1,8 mln en € 1,6 mln. In de begroting van de Grondbank is voorzien dat met ingang van 2015 de bijtellingen weer kunnen worden gedekt.

Nieuwe ontwikkelingen in de Zuidplas kunnen op termijn zowel een positief als een negatief effect hebben op de waardeontwikkeling van de gronden. Dit risico is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen.

 

3. Ontwikkeling loonkosten

Door middel van een notitie van 16 mei 2012 zijn de leden van Provinciale Staten door Gedeputeerde Staten geïnformeerd over de ontwikkeling van de loonkosten. De gevolgen van de ontwikkeling van de loonkosten zijn, conform deze notitie, opgenomen in de Kadernota 2013-2016. De dekking van de loonkosten laat de komende jaren een negatieve ontwikkeling zien. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van: een veranderende externe arbeidsmarkt, afgenomen vacatureruimte, afspraken uit het Sociaal Convenant en het niet inpassen van de rekenregel voor de begrote loonkosten (zie verder onder punt 23).

 

4. Inflatiecorrectie Omgevingdienst Zuid-Holland Zuid

Bij het beschikbaar stellen van de budgetten voor de uitvoering van de taken van de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUDs) voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, is verzuimd om de inflatiecorrectie mee te nemen. Conform de overeenkomst heeft de omgevingsdienst hier recht op.

 

5. Handhaving brandveiligheid (Wabo)

Sinds 2011 zijn de provincies bevoegd gezag voor brandveilig gebruik van bouwwerken. Dit is een wettelijke taak.

 

6. Handhaving Koud/Warmte-opslag

Dit betreft een aanvulling op de wettelijke taak Waterwet, Koude en Warmte Opslag. De beschikbare middelen voor uitvoering van wettelijke taken zijn al verdeeld naar omgevingsdiensten. Om de regietaak van het bevoegd gezag te kunnen uitvoeren zijn extra middelen benodigd.

 

Bezuinigingen

In maart 2012 hebben Gedeputeerde Staten aan het directieteam de opdracht gegeven tot het inventariseren in hoeverre budgetten beïnvloedbaar zijn en kunnen worden ingezet voor mogelijke toekomstige bezuinigingen.Inmiddels zijn het Lenteakkoord, de Junicirculaire en de overige exogene ontwikkelingen (MRB en CAO) bekend en zijn bezuinigingsvoorstellen gekozen, waarbij de ambities uit het Hoofdlijnenakkoord overeind zijn gebleven. Dezebezuinigingsmaatregelen komen bovenop de eerdere bezuinigingen die in de begroting 2012reedszijn verwerkt(bezuinigingen op de provinciale organisatie en externe inhuur en de afbouw van subsidies die niet tot de provinciale kerntaken behoren).

De kans is aanwezig dat de druk op de provinciale financiën de komende jaren aan zal houden. Na de totstandkoming van een nieuw regeerakkoord zal hierover meer bekend zijn.Dehuidige bezuinigingsactie levert ca € 11,5 mln structureel op.

Onderdeel van de bezuinigingen is dat wordt afgezien van indexatie van budgetten, met uitzondering van:

  • maximaal te subsidiëren bedragen voor de regionale omroepen (1,31%);
  • bijdrage aan Regionale Uitvoeringsdiensten (1,60% - 1,96%);
  • subsidieregeling Landelijk Gebied (2,00%);
  • investeringsbudget Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam (IODS) (2,75%);
  • investeringsbudgetten van het Meerjarenprogramma Investeringen Provinciale Infrastructuur (MPI) (2,75%).

 

Toelichting op posten die onderdeel uitmaken van de bezuinigingen:

7. Een betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid

Betreft een bezuiniging op de bijdrage aan het samenwerkingsverband Bereik, OV bureau Randstad en de uitvoering van verkenningen.

 

8. Een adequaat regionaal openbaar vervoersaanbod

€ 0,88 mln - Betreft een vervallen investering voor personenvervoer over water.

€ 3,50 mln - Impulsgeld uit het vorige college voor tariefacties. Met ingang van 2012 zijn deze acties gestopt. Voor 2013 zijn de betreffende middelen juridisch verplicht. De bezuiniging gaat daarom in vanaf 2014.

 

9. Een beter leefmilieu met minder hinder

€ 0,18 mln - Stoppen adaptatie.

€ 0,12 mln - Vermindering bijdrage aan IPO-onderzoeken.

€ 0,12 mln - Vermindering bijdrage aan programma luchtvaart.

€ 0,10 mln - Minder monitoring en milieubelevingsonderzoeken en dergelijke.

€ 0,20 mln - Diverse kleine besparingen.

 

10. Een deskundig geordende ruimte

€ 0,15 mln - Opstellen van de Provinciale Structuurvisie (PSV). Dit betreft een wettelijke taak met een bovenwettelijk deel van circa 20%. Het bezuinigingsvoorstel leidt tot versobering bij aanpak van de communicatie, nauwelijks betrokkenheid van externe deskundigheid (conform de praktijk van afgelopen jaren).

€ 0,30 mln - Vermindering van de inzet bij het realiseren van het Uitvoeringsprogramma van de PSV.

€ 0,10 mln - Geen materiele inzet meer op Groene Hart, Delta en EU.

 

11. Vraag naar en aanbod van woningen in balans

€ 0,13 mln - Deze bezuiniging leidt tot vermindering van het faciliteren bij het opstellen van regionale woonvisies.

 

12. Een schonere bodem en optimaal bodemgebruik in Zuid-Holland

€ 0,20 mln - Dit betreft een wettelijke taak met deels discretionaire bevoegdheid. Tot en met 2014 kunnen de lasten worden gedekt uit rijksmiddelen. Eigen middelen voor knelpunten blijken niet nodig.

 

13. Een sterke regionale economie

€ 0,10 mln - Minder inzet op economisch onderzoek en bedrijvenregister. De economische visie is gevormd en nieuw onderzoek is aan het einde van deze collegeperiode weer aan de orde.

€ 1,90 mln - Dit betreft een reservering waar nog geen verplichtingen voor zijn aangegaan. Deze reservering was nog buiten de middelen ter dekking van de economische visie en uitvoeringsprogramma gehouden. Het incidenteel vrij laten vallen van dit bedrag in 2013 doet geen afbreuk aan de ambities uit het Hoofdlijnenakkoord.

 

14. Een krachtige slanke provincie

€ 0,28 mln - Betreft onderzoeksbudget Eenheid Audit en Advies, budgetten van Public Affairs, ondersteuning GS/DT, relatie provincie/regio's en bestuurlijke vernieuwing.

 

15. Slagvaardig en robuust lokaal en regionaal bestuur

€ 0,08 mln - Dit betreft materieel budget voor onder andere bestuurskrachtonderzoek en procesbegeleiding herindelingen. Naar verwachting zal hier minder budget voor nodig zijn dan gedurende de afgelopen periode.

€ 0,19 mln - Betreft materieel budget rijkstaak Commissaris van de Koningin (CdK) voor toezicht op veiligheidsregios. In verband met verandering van de rijkstaak is geen budget meer nodig voor bijvoorbeeld grootschalige oefeningen.

 

16. Een beschermd, bekend en beleefbaar cultureel erfgoed

€ 0,23 mln - Betreft de resterende middelen in de reserve Cultuurbereik (1% regeling) waar geen verplichtingen op rusten. Deze middelen vallen incidenteel vrij in 2013.

€ 0,20 mln - Vanaf 2014 wordt gestopt met de subsidiëring van de Kastelenstichting.

 

17. Efficiënte en uitvoeringsgerichte organisatie

€ 0,49 mln - Met ingang van 2013:

  • minder huur van externe vergaderruimte;
  • vermindering van de ondersteuning voor organisatieontwikkeling e.d.;
  • besparing door aanbieden van minder topics in de digitale knipselkrant en
  • geen inhuur van bestuursassistenten en secretaresses als gevolg van bijvoorbeeld ziekteverzuim.

€ 0,43 mln - Daarnaast met ingang van 2015:

  • verminderen risico-inventarisatie en preventie in het kader van arbo-, verzuim- en re-integratiebeleid. De besparing kan worden gerealiseerd door de arbo zorg aan te laten sluiten aan de omvang van organisatie;
  • dit betreft risico-inventarisatie en preventie in het kader van arbo-, verzuim- en re-integratiebeleid. De basis is op orde en verdere intensivering wordt achterwege gelaten;
  • vermindering ruimte voor beleidsontwikkeling;
  • stoppen met traject samenwerken met ambitie en
  • verminderen van het niveau dienstverlening HR-adviseurs.

 

18. Prijscompensatie

De bedragen voor de compensatie van de prijsontwikkeling zijn naar verwachting voor 2013 (€ 1,75 mln) en 2014 (€ 1,5 mln) niet geheel noodzakelijk vanwege de lagere kostenontwikkeling. Dit is het gevolg van de economische situatie.

 

19. Vrijval kapitaallasten

Er wordt afgezien van een verhoging van het tarief motorrijtuigenbelasting met de helft van de inflatie (één opcent), omdat het meerjarenperspectief dit toelaat. Dekking vindt tot en met 2015 plaats door vrijval kapitaallasten. Zie ook bovenstaande toelichting bij het onderdeel Kadernota.

 

20. Vrijval overlopende passiva (OVP)

Dit betreft door andere overheden verstrekte middelen voor het uitvoeren van taken door de provincie. De desbetreffende middelen zijn niet meer nodig voor het uitvoeren van de taken en er is geen sprake van een terugbetalingsregeling. De volgende middelen vallen daarom vrij:

  • € 0,35 mln - Bereikbaarbeids Offensief Randstad (BOR) - Fiets
  • € 0,22 mln - Bereikbaarbeids Offensief Randstad (BOR) - Openbaar Vervoer

 

Exogene wijzigingen

21. opcenten Motorrijtuigenbelasting (MRB)

Uit de gegevens van de Belastingdienst van het wagenpark per 1 juli 2012 blijkt dat het aantal zeer zuinige autos wederom is toegenomen. Daarnaast is het totale wagenpark met 0,4 % gegroeid. Op basis van deze gegevens is de raming bijgesteld. Zie ook bovenstaande uitgebreidere toelichting bij het onderdeel Kadernota.

 

22. Provinciefonds

In de Kadernota 2013-2016 werd uitgegaan van een korting op het Provinciefonds van € 10,0 mln. Als gevolg van doorwerking van het Lenteakkoord neemt de algemene uitkering uit het Provinciefonds in 2013 af met € 3,4 mln. Op basis van de Septembercirculaire kan worden opgemaakt dat voor het jaar 2013 sprake zal zijn van een extra negatieve ontwikkeling van circa € 0,5 mln. Conform de richtlijnen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is de voorliggende Begroting is gebaseerd op de cijfers uit de Junicirculaire. Daarnaast is de verwachting dat het nieuwe kabinet aanvullende financiële maatregelen zal treffen.

 

23. Ontwikkeling loonkosten

De loonkosten zijn door aanpassingen van de CAO en werkgeverslasten in 2012 structureel toegenomen. In de memo aan PS Analyse van de loonkosten PZH d.d. 16 mei 2012 werd uitgegaan van een verwachte structurele toename van de werkgeverslasten met € 2,5 mln:

- Nullijn voor de CAO-lonen  € 0 mln
- Stijging toelage levensloop € 0,6 mln
- Stijging Pensioenpremie € 1,3 mln
- Stijging overige lasten (zorgverzekering)                         € 0,6 mln
     € 2,5 mln

Voor 2013 wordt een extra toename van de loonkosten ad € 2,6 mln verwacht. Inclusief de stijging uit voorjaar 2012 dus totaal € 5,1 mln. De opbouw van deze € 5,1 mln. ziet er als volgt uit:

- Hogere loonkosten als gevolg van CAO 2011-2012      € 1,4 mln
- Stijging toelage levensloop € 0,8 mln
- Stijging Pensioenpremie € 2,3 mln
- Stijging overige lasten (zorgverzekering)           € 0,6 mln
     € 5,1 mln

Toelichting:

  • Inmiddels is bekend geworden (juni 2012) dat de Cao-lonen met 1,2%
    zijn toegenomen: + € 1,4 mln.
  • De pensioenpremie 2012 valt uiteindelijk hoger uit dan voorjaar 2012 kon
    worden verwacht (€ 1,6 mln in plaats van € 1,3 mln): + € 0,3 mln.
  • Naar verwachting zal de pensioenpremie in 2013 verder stijgen: + € 0,7 mln.
  • De stijging van de toelage levensloop valt eveneens hoger uit dan voorjaar 2012 kon
    worden verwacht: + € 0,2 mln.

Voorgesteld wordt om het extra bedrag voor de exogene factoren 2013 (€ 2,6 mln) te dekken uit de financiële ruimte.

Ten aanzien van bovenstaande opstelling geldt nog wel een aantal aannames en onzekerheden die het uiteindelijke beeld in 2013 kunnen gaan beïnvloeden, zoals:

  • Er wordt vanuit gegaan dat de lonen in 2013 niet zullen stijgen (0-lijn). De CAO-ontwikkeling is echter niet eenzijdig beïnvloedbaar voor de provincie.
  • De werkelijke stijging van de pensioenpremie en overige werkgeverslasten wordt pas in het voorjaar van 2013 bekend.
  • Een deel van de dekking van de personele lasten wordt geleverd door het niet vervullen van vacatures (in bovengenoemd memo aan PS betrof dat 70 fte voor het reguliere personeelsbudget en aanvullend € 1,1 mln (ca. 15 fte) voor de structurele toename van de werkgeverslasten). Deze (extra) taakstellende vacatureruimte conflicteert echter wel met de doelstellingen uit Focus met Ambitie (een kleinere, maar flexibele en betere organisatie; inclusief een besparing van € 10,0 mln op de personele lasten).

De verwachting is dat er medio 2013 meer inzicht zal zijn in de werkelijke ontwikkeling van de werkgeverslasten en het feitelijk budgettaire beslag. Hierover zal in de Najaarsnota 2013 worden gerapporteerd.

 

Technische wijzigingen

24. Vrijval exploitatiebudget pensioenen GS

In 2011 is de voorziening pensioenen GS opgehoogd voor de actuele betalingsverplichting. De betalingen vinden vanaf 2012 plaats ten laste van deze voorziening. Bij Voorjaarsnota is daarom het exploitatiebudget om de uitkeringen aan gepensioneerde GS-leden te kunnen doen vervallen. Dit is in deze begroting structureel in de budgetten verwerkt.

 

25. Budget Statengriffie (Griffieplan 2011-2015)

De bij de Voorjaarsnota 2012 gemelde taakstelling voor de Statengriffie ad € 0,1 mln is in deze begroting structureel in de budgetten verwerkt.

 

26. Leasekosten printers

De printers en kopieermachines werden voorheen aangeschaft. Nu worden multifunctionele printers bij één leverancier geleased. Voorgesteld wordt om ten behoeve van de leasekosten het exploitatiebudget met € 0,15 mln te verhogen. Bij Najaarsnota 2012 is het investeringsbudget al verlaagd met € 0,15 mln.

 

27. Wachtgeld PS

Dit betreft een structurele doorwerking van bij de Najaarsnota 2012 gemelde verlaging van het benodigd budget. Het betreft de reguliere regeling wachtgeld PS.

 

28. RUD motie 200

Op 26 augustus 2012 zijn de leden van Provinciale Staten door middel van de notitie Actualisatie financiële consequenties en terugverdienperiode RUD-vorming geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de financiële consequenties en de terugverdienperiode van de vorming van de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUDs). Conform deze notitie is bij Najaarsnota 2012 voorgesteld om een structurele stelpost in de begroting op te nemen om de dekking van de benodigde incidentele en structurele middelen voor de vorming van de RUD's administratief inzichtelijk te maken. In lijn met dit voorstel wordt bij Begroting 2013 vanuit de financiële ruime € 1,82 mln aan deze stelpost toegevoegd. Het betreft eerder vrijgevallen bedrijfsvoeringsmiddelen (totaal € 1,87 mln) die bedoeld waren voor de dekking van de RUD vorming (Motie 200). Het resterende bedrag van € 0,05 mln betreft VTO budget dat beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van formatie die aanvankelijk naar de RUDs zou overgaan, maar nu nog deel uitmaakt van de formatie van de provinciale organisatie.

Conform de notitie Actualisatie financiële consequenties en terugverdienperiode RUD-vorming vallen de bespaarde middelen ten behoeve van de dekking van de kosten voor de vorming van de RUDs jaarlijks vrij. Voor 2013 kan€ 3,0 mln vrijvallen voor dekking motie 200, wat na verrekening met de eerder vrijgevallen bedrijfsvoeringsbudgetten een resultaat geeft van € 1,1 mln.

Om eventuele wijzigingen in het tempo waarmee de kosten worden terugverdiend op te vangen, wordt voorgesteld om een deel van het bedrag op de stelpost te laten staan (zie onderstaande tabel). Jaarlijks wordt bij begroting een nieuwe inschatting gemaakt van de bedragen die vrijvallen in de financiële ruimte, totdat binnen de daarvoor gestelde termijn (motie 200) alle kosten van de vorming van de RUDs zijn terugverdiend.

 
(bedragen x € 1 mln)

Jaar

Geraamde dekking

(motie 200)

Begrote vrijval in de

financiële ruimte

Restsaldo op stelpost

dekking motie 200

2013

3.5

3,0

0,5

2014

3,0

2,0

1,0

2015

1,5

0

1,5

2016

1,7

0

1,7

 

29. IPO bijdrage voor de Gemeenschappelijke Beheerorganisatie ICT (GBO)

De bijdrage aan het IPO voor de lasten van de GBO zijn ten opzichte van voorgaande jaren gestegen. De hogere lasten en onderbrengen van de aansturing bij I&A, maken het noodzakelijk hiervoor een budget te vormen. Conform Najaarsnota 2012 wordt voorgesteld om een structureel budget te vormen.

  

30. Wettelijke en Bovenwettelijke WW

Dit betreft een structurele doorwerking van de Najaarsnota 2012. Voorgesteld wordt om het in 2012 gevormde budget voor uitkeringen aan voormalige medewerkers van de provincie structureel op te nemen in de begroting.

 

31. Opheffen subsidie Hollandse IJssel

Als gevolg van het opheffen van de subsidieregeling Hollandse IJssel, valt er structureel € 0,13 mln vrij.

 

32. Kapitaallasten activa

De kapitaallasten bestaan uit:

A. Afschrijvingen en toegerekende rente en

B. bespaarde rente.

 

Ad A. Afschrijvingen en toegerekende rente

Onderwerp

(bedragen x € 1 mln)

2013

2014

2015

2016

Raming Begroting 2012

113,09

129,31

147,17

147,17

Mutaties toegerekende rente

10,53

16,83

20,80

15,12

Mutaties afschrijvingen

8,17

10,90

14,00

9,13

Totaal daling kapitaallasten

18,70

27,83

34,80

24,25

Raming Begroting 2013

94,39

101,58

112,37

122,92

De kapitaallasten in 2013 worden geraamd op € 94,4 mln. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen op de activa en de toegerekende rente op deze activa. De totale kapitaallasten voor 2013 zijn ten opzichte van eerdere ramingen met een bedrag van € 18,7 mln verlaagd. De twee voornaamste redenen voor deze daling zijn de verlaging van het investeringsvolume in 2012 en de verlaging van de toegerekende rente van 4,41% naar 3,41%, een daling van 1,00%. Deze daling is vooral veroorzaakt door de verwachte lagere marktrente.

De kapitaallasten voor de jaren 2014, 2015 en 2016 zijn respectievelijk € 101,6 mln, € 112,4 mln en € 122,9 mln. Er is voor deze jaren ten opzichte van eerdere ramingen een daling in de kapitaallasten te zien, voornamelijk als gevolg van het bijgestelde Meerjarenprogramma Investeringen Provinciale Infrastructuur (MPI), de verlaging van de toegerekende rente als gevolg van de lagere marktrente en de opname van een negatieve stelpost in Begroting 2013. Door het opnemen van deze stelpost zijn de kasritmes voor investeringsprojecten mobiliteit voor het begrotingsjaar 2013 met 10 procent en voor de meerjarenraming met 20 procent verlaagd (voor een nadere toelichting zie de Financiële Begroting).

Het verschil in begrote investeringen in Begroting 2012 in vergelijking met Begroting 2013 ziet er als volgt uit:

Onderwerp

(bedragen x € 1 mln)

2012

2013

2014

2015

Begrote investeringen in Begroting 2012

220

278

281

558

Begrote investeringen in Begroting 2013

150

177

217

226

Verlaging investeringen

70

103

64

331

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 is rekening gehouden met een extra investeringsimpuls van € 300,0 mln waardoor de kapitaallasten fors stijgen in 2016. In het nieuwe MPI 2013-2027 zijn de voorgenomen investeringen zoveel als mogelijk in de tijd bijgesteld. Als gevolg van bijstelling van de plannen, zal deze stijging na 2016 zichtbaar worden in de meerjarenraming.

Conform de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord blijven middelen voor mobiliteit voor dit doel beschikbaar. De vrijvallende kapitaallasten die zijn toe te rekenen aan mobiliteit worden daarom toegevoegd aan programmareserve 2. (zie ook 33: Reservering kapitaallasten mobiliteit)

Voorgesteld wordt om een deel van de vrijval kapitaallasten in te zetten ter dekking van het achterwege laten van de verhoging van het tarief motorrijtuigenbelasting. (zie ook 19: Vrijval kapitaallasten, bij het onderdeel bezuinigingen in het Budgettair kader.)

 

Ad B. Bespaarde rente

Onderwerp

(bedragen x € 1 mln)

2013

2014

2015

2016

Stand bij Begroting 2012

30,25

37,27

34,78

34,78

Mutaties

-15,17

-17,59

-11,71

-13,66

Stand bij Begroting 2013

15,08

19,68

23,07

21,12

De daling van de bespaarde rente in 2013 is voornamelijk het gevolg van de daling in de toegerekende rente aan de activa. Hierdoor daalt de bespaarde rente met € 15,2 mln naar € 15,1 mln. De bespaar­de rente is het verschil tussen de betaalde rente op opgenomen geldleningen en de toegerekende rente aan de activa.

Vanaf 2014 nemen de langlopende leningen en daarmee de betaalde rente af. Hierdoor is er tot 2015 een stijging te zien in de stand van de bespaarde rente. In de loop van 2015 zal moeten worden bezien of er nieuwe langlopende financiering benodigd is om de geplande investeringen ten uitvoer te kunnen brengen, waardoor de bespaarde rente ten opzichte van 2015 weer zal dalen.

 

33. Reservering kapitaallasten mobiliteit

Conform de uitgangspunten van het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 blijven vrijvallende middelen mobiliteit beschikbaar binnen programma 2 Mobiliteit.

 

34. Rentetoevoeging overlopende passiva

Aan een aantal overlopende passiva wordt jaarlijks rente toegerekend. Als gevolg van lagere marktrentes is er sprake van een daling van de toegerekende rente.

 

35. Kortlopende rente

In 2013 is sprake van een hoger financieringsoverschot dan aanvankelijk werd gecalculeerd. Als gevolg van lagere marktrentes dalen echter de begrote rentebaten. In het begrotingsjaar worden geen korte termijnleningen aangetrokken. Als gevolg hiervan zijn er in 2013 geen kortlopende rentelasten. Per saldo komt hierdoor een bedrag van €0,91mln ten gunste van de financiële ruimte.

In de loop van 2014 is er nog steeds sprake van een financieringsoverschot. Omdat de marktrente vrijwel nihil is nemen de rentebaten af. Dit leidt tot een onttrekking uit de financiële ruimte van € 0,7 mln.

In de loop van 2015 zal bezien worden of er nieuwe langlopende financiering nodig is om de geplande investeringen ten uitvoer te kunnen brengen.

 

36. Loon en prijscompensatie

Dit betreft een verlaging van het budget voor Loon en Prijscompensatie 2013 en 2014 als gevolg van korting op het Provinciefonds (Lenteakkoord).

 

37. Saneren Glastuinbouw

Omdater veel belangstelling is gebleken voor de sanering van verspreid liggend glas, wordt het saneringsprogrammavan 40 ha glas versneld uitgevoerd enzijn de financiële middelen eerder nodigdan gepland. Daartoe worden de vanuit het Hoofdlijnenakkoord 2012-2015 beschikbaar gestelde middelen voor de jaarschijven 2014 en 2015 (€ 2,0 mln per jaar) naar voren gehaald.

 

38. IPO secretariaat

Conform de begroting van het IPO kan de jaarlijkse bijdrage aan het IPO secretariaat structureel worden verlaagd met € 0,1 mln.

 

39. Indexatie bijdragen RUDs

De bijdragen aan Regionale Uitvoeringsdiensten (RUDs) zijn geïndexeerd. Het betreft de indexatie van de RUDs Midden Holland, West Holland en Zuid-Holland Zuid ad € 0,3 mln. Op grond van het bedrijfsplan van de RUD is de financiële bijdrage van de provincie vastgelegd inclusief eventuele jaarlijkse indexering.

 

40. Indexatie TV omroepen

De TV omroepen Rijnmond en West worden geïndexeerd met 1,31%. De provincie is volgens de Mediawet verplicht om de bekostiging van de regionale omroepen te indexeren.

 

41. Indexatie Integrale ontwikkeling tussen Delft en Schiedam (IODS)

Op basis van het convenant en de bestuurlijke overeenkomst dient het project IODS jaarlijks geïndexeerd te worden.

 

42. Indexatie Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuur (MPI)

Dit betreft de jaarlijkse indexeringvan het Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuurmet het IBOI percentage(2,75 %)voor projectenmet een omvang kleiner dan €1,0 mln.

 

43. Muskusrattenbestrijding (loonkosten)

De Muskusrattenbestrijding is in 2011 overgedragen aan de Waterschappen. De resterende vrijval van loonbudgetten ad € 0,38 mln wordt nu structureel in de begroting verwerkt.

 

44. Reservering Verkeer en Vervoer

Voorgesteld wordt om de storting van € 7,0 mln in de reserve Brede Doel Uitkering Verkeer en Vervoer (BDU) vanuit het Hoofdlijnenakkoord van 2013 naar 2014 door te schuiven. De middelen in de reserve BDU zijn ruim voldoende om de uitgaven in 2013 te dekken.

 

45. Vrijval transitie subsidies

De beoogde bezuinigingen op subsidies zijn hoger dan de bezuinigingen Hoofdlijnenakkoord. Het surplus van deze bezuinigingen wordt gebruikt voor herallocaties en transitie subsidies. De transitiekosten zijn bedoeld om de mogelijke frictiekosten bij het realiseren van de subsidiebezuinigingen op te vangen. Vanaf 2016 gelden deze herallocaties en transitie subsidies niet meer. Dit betekent dat er vanaf 2016 € 5,4 mln vrijvalt.

 
Inzet middelen bezuiniging subsidies (bedragen x € 1 mln)

Jaar

 

Beoogde bezuiniging

 

Bezuiniging Hoofdlijnenakkoord

 

Inzet extra bezuinigde middelen

Herallocaties

Transitie subsidie

Vrijval

2013

13,2

5,0

5,4

2,8

0

2014

16,4

8,0

6,7

1,7

0

2015

18,1

12,5

5,6

0

0

2016

18,1

12,5

0,2

0

5,4

 

46. Stelpost beleidsontwikkeling nieuw college

Het is gebruikelijk om voor een nieuw college na de provinciale verkiezingen in 2015, een bedrag te reserveren voor beleidsontwikkeling. In 2011 was voor het huidige college ongeveer € 20 mln beschikbaar. Voorgesteld wordt om voor het nieuwe college eveneens € 20 mln te bestemmen.

 

EMU-saldo en wet HOF

In de begroting en de jaarrekening wordt het zogeheten EMU-saldo weergegeven. Op basis van Europese afspraken mag Nederland als geheel een EMU-tekort hebben van 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Het Rijk schrijft voor dat provincies, als onderdeel hiervan, een maximum EMU-tekort van 0,07% van het BBP mogen hebben. Op basis hiervan berekent het Rijk jaarlijks per provincie het maximum toegestane tekort (referentiewaarde). Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de referentiewaarde voor 2012. In 2012 mocht Zuid-Holland een EMU-tekort hebben van € 53,0 mln.

 

Meerjarige ontwikkelingen

In onderstaande tabel staan de meerjarige ontwikkelingen ten aanzien van het EMU-saldo weergegeven.

De realisatie over 2011 is afkomstig uit de jaarrekening; de raming over 2012 is gebaseerd op de stand tot en met de Voorjaarsnota 2012; de overige cijfers zijn gebaseerd op de (meerjaren)begroting. In de begroting 2012 werd eerder nog uitgegaan van een EMU-tekort van - € 259,2 mln in 2012 en - € 235,9 mln in 2013. Oorzaak van deze ontwikkeling kan gevonden worden in een afname van de investeringsuitgaven in deze jaren en een toename van de bijdragen van derden aan investeringen.

 
(bedragen x 1.000)

2011

2012

2013

2014

-13.534

- 254.623

- 160.990

- 185.324

 

Wet Hof

Het Rijk werkt momenteel aan een wetsvoorstel voor Houdbare overheidsfinanciën (wet HOF). Kern van het wetsvoorstel is dat het Rijk individuele decentrale overheden een boete op kan leggen als zij hun individuele referentiewaarde overschrijden (ook als Nederland als geheel niet de 3%-norm overschrijdt en geen boete krijgt opgelegd van de Europese Commissie). Deze boete kan oplopen tot maximaal de omvang van de algemene uitkering uit het gemeente- of Provinciefonds. Voor Zuid-Holland gaat het hierbij om een bedrag van maximaal circa € 150,0 mln (zie ook Paragraaf weerstandsvermogen). Het wets-voorstel is een wijziging ten opzichte van de huidige situatie, waarbij geen individuele boetes kunnen worden opgelegd.

Vooralsnog is niet duidelijk of de wet HOF er gaat komen, en zo ja, wanneer. Invoering met ingang van 2014 behoort tot de mogelijkheden maar invoering met ingang van 2013 dient niet bij voorbaat te worden uitgesloten.

Zuid-Holland trekt samen met andere overheden op om de gevolgen van de wet zoveel mogelijk te beperken (onder meer door een lobby richting beleidsbepalers). Veruit de meeste provincies en gemeenten hebben op basis van het voorgeschreven baten- en lastenstelsel een sluitende begroting. Alleen omdat het EMU-tekort wordt berekend op basis van een ander boekhoudkundig stelsel (kas-verplichtingenstelsel) hebben veel decentrale overheden een (boekhoudkundig) EMU-tekort.

Invoering van de wet HOF zal als (ongewenst) neveneffect hebben dat er een forse rem wordt gezet op het doen van uitgaven door decentrale overheden die juist als doel hebben om de economische groei in Nederland te stimuleren.

 

Omvang van de reservepositie

Ontwikkeling reservepositie

(bedragen x € 1 mln)

Saldo ultimo

2012 [1]

Saldo ultimo

2013

Saldo ultimo

2014

Saldo ultimo

2015

Saldo ultimo

2016

Algemene reserve

30,00

33,79

33,79

33,79

33,79

Programmareserves

278,65

235,56

207,49

193,32

182,39

Totaal reserves

308,65

269,35

241,28

227,11

216,18

De stand van de algemene reserve in Begroting 2013 neemt met € 3,9 mln toe ten opzichte van Begroting 2012 tot en met Voorjaarsnota. De stand van de algemene reserve komt hiermee op € 33,8 mln.

De geprognosticeerde stand van de programmareserves neemt in de periode 2013-2016 af met € 53,2 mln. Dit komt omdat projecten waarvoor middelen zijn gereserveerd tot uitvoering en afronding komen. De daling wordt vooral veroorzaakt door de mutaties in de reserves van de programmas 1, 2 en 3.

 

Programma 1, Groen en Water

De programmareserve van programma 1 daalt van € 79,0 mln per begin 2013 naar € 49,0 mln aan het eind van 2016. De grootste onttrekkingen binnen programmareserve 1 vinden plaats binnen de bestemmingsreserve IODS en ILG/niet ILG-doelen.

 

Programma 2, Mobiliteit en Milieu

De programmareserve van programma 2 daalt van € 112,0 mln per begin 2013 naar € 90,9 mln aan het einde van 2016. Deze daling wordt met name veroorzaakt door de volgende onttrekkingen:

  • € 25,0 mln Integrale bereikbaarheid;
  • € 23,0 mln RijnGouweLijn;
  • € 7,0 mln Impuls Openbaar Vervoer.

 

Programma 3, Ruimte, Wonen en Economie

De inzet van de programmareserve van programma 3 wordt met name veroorzaakt door de besteding van de middelen die in het kader van de subsidiëring van de ontwikkeling van bedrijventerreinen gealloceerd zijn.

In de Financiële Begroting is een meer gedetailleerde toelichting op het verwachte verloop van de reserves opgenomen.

Stand tot en met Voorjaarsnota 2012.

Inleiding

In het budgettair kader wordt het financieel perspectief van de Begroting 2013 geactualiseerd. Er wordt ingegaan op de voorgestelde begrotingswijzigingen die de financiële ruimte raken en er wordt hiervoor een dekkingsvoorstel gedaan. Uitgangspunt hierbij is dat de Begroting 2013 financieel sluitend blijft.

Naast de begrotingswijzigingen die de financiële ruimte raken worden de wijzigingen in stortingen in en onttrekkingen aan reserves weergegeven. Er worden bij deze Voorjaarsnota geen voorstellen gedaan om nieuwe reserves te vormen.

Verloop Algemene reserve

Nadat de Algemene reserve is verhoogd met het rekeningresultaat 2012 (€ 15,1 mln), wordt daarop € 6,8 mln in mindering gebracht. Dit is het bij de Jaarrekening 2012 gemelde beklemde deel van het rekeningresultaat; beklemd door juridisch afdwingbare of bestuurlijke verplichtingen. Na aftrek van het beklemde deel van het rekeningresultaat 2012 sluit deze Voorjaarsnota op een nadelig verschil van € 7,1 mln. Dit is voor € 5,0 mln veroorzaakt door bijstelling van de verwachte inkomsten motorrijtuigenbelasting (zie ook Kadernota 2014-2017). Dekking van dit extra tekort (€ 7,1 mln) dient gevonden te worden binnen de Begroting 2013. Hiertoe zullen voorstellen worden voorbereid welke bij de Najaarsnota 2013 in de Begroting 2013 worden verwerkt. Voor de dekking van het beklemde deel rekeningresultaat 2012 wordt € 6,8 mln vanuit de Algemene reserve ingezet. De stand van de Algemene reserve komt hiermee op € 41,9 mln. De minimale stand van de Algemene reserve, conform de Beleidsnota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2012 is € 30,0 mln.

 
Ontwikkeling Algemene reserve

(bedragen x € 1 mln)

Stand per ultimo 2012

29,7

Toevoeging Begroting 2013

3,9

Rekeningresultaat 2012

15,1

Beklemd deel rekeningresultaat 2012

-6,8

Stand Algemene reserve na Voorjaarsnota 2013

41,9

   

Afdekking risico’s oorspronkelijke Begroting; Omvang Algemene reserve als onderdeel van weerstandscapaciteit

-30,0

Resterende ruimte ter dekking Kadernota

11,9

Samenstellende posten claims financiële ruimte

Beklemd deel rekeningresultaat 2012 (€ 6,8 mln nadeel)

Bij Jaarrekening 2012 is gemeld dat van het rekeningresultaat € 6,8 mln beklemd is met juridisch afdwingbare of bestuurlijke verplichtingen. Het betreft de volgende posten die in de programma’s, bij de desbetreffende doelen, nader zijn toegelicht:

 

€ 4,4 mln (n)

Uitvoeringsprogramma Groen (UPG) / Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

€ 1,2 mln (n)

Mobiliteit, conform Hoofdlijnenakkoord - programma 2

€ 0,6 mln (n)

OVP BOR-middelen Fiets en OV

€ 0,3 mln (n)

Versnellingsprojecten groen

€ 0,3 mln (n)

Gedifferentieerd belonen

€ 6,8 mln (n)

 
 
Motorrijtuigenbelasting (MRB), ontwikkeling wagenpark (€ 5,0 mln nadeel)

Op basis van de realisatie 2012, de ontwikkelingen in het wagenpark die volgen uit het wagenparkoverzicht van januari, de gerealiseerde inkomsten van de eerste twee maanden en de recente bijstelling van de autoverkopen in 2013 (-15% ten opzichte van de eerdere raming van de autoverkopen over 2013), wordt de opbrengst van de motorrijtuigenbelasting (MRB) vooralsnog € 5,0 mln lager geraamd dan begroot voor 2013. Voorgesteld wordt om de begrote opbrengst van de motorrijtuigenbelasting structureel met € 5,0 mln af te lagen ten laste van de financiële ruimte (zie doel 6.2).

 

Overige mutaties (€ 2,1 mln nadeel)

Het resterende saldo van deze Voorjaarsnota bestaat uit een aantal relatief kleine financiële bijstellingen.

 

€ 0,6 mln (n)

treasuryresultaat (incidenteel)

€ 0,1 mln (n)

verhoging assurantiebelasting (structureel)

€ 1,4 mln (n)

technische bijstellingen van de Begroting, bestaande uit:

 

€ 1,7 mln (n) correctie van een in 2010 abusievelijk in de meerjarenraming opgenomen baat (2013 en 2014)

 

€ 0,2 mln (v) vrijval middelen opruimen verspreid glas, en

 

€ 0,1 mln (v) restitutie bijdrage grondbank Zuidplas

€ 0,8 mln (n)

kosten herplaatsingskandidaten DO (incidenteel)

€ 0,05 mln (n)

samenwerking met gemeenten en regio’s (2013-2016)

€ 0,8 mln (v)

kapitaallasten (2013 en 2014)

€ 2,15 mln (n)

 

Meerjarenbeeld en Kadernota 2014-2017

De Voorjaarsnota 2013 sluit aan op de Kadernota 2014-2017. Daar waar bij Voorjaarsnota 2013 structurele ontwikkelingen zijn gesignaleerd, zijn deze meegenomen bij de Kadernota. Het meerjarenbeeld uit de Kadernota is hieronder weergegeven. Voor een toelichting op het meerjarenbeeld en mogelijke dekking van verwachte tekorten, wordt verwezen naar de Kadernota 2014-2017.

 

Meerjarenbeeld financiële ruimte

(bedragen x € 1 mln)

2013

2014

2015

2016

2017

Beginstand financiële ruimte

0,0

2,3

3,1

42,8

40 á 50

Kapitaallasten i.v.m. intensiveringen
Hoofdlijnenakkoord

     

-2,8

-2,8

           

Voorjaarsnota 2013

         

Beklemd deel rekeningresultaat 2012

-6,8

       

MRB ontwikkeling wagenpark (vanaf 2014
opgenomen in Kadernota)

-5,0

-5,0

-5,0

-5,0

-5,0

Overige bijstellingen (vanaf 2014 opgenomen
in Kadernota, onderdeel Onzekerheidsmarge)

-2,1

-1,4

-0,1

-0,1

-0,1

Dekking Voorjaarsnota door inzet deel
rekeningresultaat 2012 (€ 6,8 mln) en opname
taakstelling (€ 7,1 mln) in Begroting

13,9

       

Totaal Voorjaarsnota 2013

0,0

-6,4

-5,1

-5,1

-5,1

           

Autonome ontwikkelingen (Kadernota)

 

10,0

10,0

10,0

10,0

MRB opheffen vrijstelling

         

MRB ontwikkeling wagenpark
(in 2013 opgenomen in Voorjaarsnota)

 

-5,0

-5,0

-5,0

5,0

MRB versterkte negatieve ontwikkeling

 

PM

PM

PM

PM

Aandeel korting Korting
Provinciefonds in verband met BCF

 

-6,0

-15,0

-15,0

-15,0

Gevolgen aanvullende bezuiniging op accres

 

-2,5

-2,5

-2,5

-2,5

Recentralisatie regionale omroepen

 

-2,0

-2,0

-2,0

-2,0

Indexering

 

-0,4

-0,5

-0,5

-0,7

Bijdrage RZG Zuidplas

 

0,0

-1,6

-1,5

-1,5

Frictiekosten FmA

 

-2,5

-2,5

-

-

Samenwerking met Gemeenten en Regio's   -0,1 -0,1 -0,1 -
Onzekerheidsmarge financiële ontwikkelingen (*) VJN en NJN -3,5 tot -6,5 -3,0 tot -7,0 -3,0 tot -7,0 -6,0 tot -10,0

Stand per mei 2013

 

-9,7 tot -12,7

-19,1 tot -23,1

16,4 tot 20,4

10,5 á 24,5

(*) De post ‘onzekerheidsmarge financiële ontwikkelingen’ bevat het nadelig verschil van de post Overige bijstellingen vanuit de Voorjaarsnota 2013.
 

NB: deze tabel wordt bijgewerkt / geactualiseerd voor de 2e GS-behandeling van deze Voorjaarsnota (dit is naar aanleiding van GS-behandeling van Kadernota op 23 april 2013).


Programmareserves

Binnen programmareserves wordt onderscheid gemaakt in verschillende onderwerpen. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste mutaties op onderwerp, groter dan € 1,0 mln.

 

Programma reserve
(bedragen x € 1 mln)

Onderwerp

Voorjaarsnota mutaties Storting

Voorjaarsnota mutaties onttrekking

Totaal wijziging mutaties reserves

1

Groen en Water

Groene ambities

 

-10,9

-10,9

IODS

 

-1,5

-1,5

IRP Delflandse kust

 

-2,0

-2,0

RodS-projecten

 

-3,0

-3,0

2

Mobiliteit en Milieu

Frictiekosten RUD

+0,6

-2,5

-1,9

HOV NET Zuid-Holland Noord

+3,5

 

+3,5

Impuls Openbaar vervoer

-1,2

 

-1,2

3

Ruimte, Wonen en Economie

Alternatieve locatie Hoeksche Waard

 

-26,8

-26,8

Economische agenda Zuidvleugel

+2,7

 

+2,7

Greendeal Zonnepanelen-asbest

 

-1,5

-1,5

Meerjarenplan bodemsanering 2010-2014

+5,5

-20,8

-15,3

Overcommittering OP-West

+3,2

 

+3,2

ROM Zuidvleugel

+1,1

 

+1,1

Saneren glastuinbouw

+4,3

+2,0

+6,3

5

Integrale Ruimtelijke Projecten

IRP Goeree Overflakkee

+2,0

-0,5

+1,5

Reservering IRP’s

+3,0

-13,3

-10,3

6

Middelen

Frictie algemeen

+0,8

-2,2

-1,4

 

Overige mutaties < € 1 mln

Diverse onderwerpen

+2,91

-3,41

-0,5

 

Totaal

 

+28,41

-86,41

-58,0

+ = toename geraamde stand reserve; - = afname geraamde stand reserve
 

Bovenstaande mutaties in de geraamde stortingen in en onttrekkingen uit programmareserves zijn toegelicht in de programma’s.

Bij deze Voorjaarsnota zijn geen nieuwe reserves ingesteld. Het aantal onderwerpen waarvoor middelen wordt gereserveerd, is uitgebreid met 3. Het betreft:

 
Nieuwe onderwerpen binnen de programmareserves

Programma

Omschrijving

Mutaties stortingen

1

Raingain

0,23 mln

3

ROM Zuidvleugel

1,10 mln

5

IRP Goeree Overflakkee

2,00 mln

Investeringen

De bruto investeringen 2013 (geraamde investeringsuitgaven) zijn met € 42,8 mln verlaagd. De geraamde inkomsten 2013 zijn € 10,7 mln lager dan begroot.


Bijstelling investeringsbudgetten per programma

Investeringen
(bedragen x € 1.000)

Begroting

2013

Bijstelling Voorjaarsnota

Bijgestelde
Begroting 2013

Programma's

1

Groen en Water

1.924

-1.420

504

2

Mobiliteit en Milieu

251.058

-37.736

213.322

3

Ruimte, Wonen en Economie

1.644

0

1.644

5

Integrale Ruimtelijke Projecten

0

108

108

6

Middelen

35

0

35

7

Bedrijfsvoering

13.522

-3.800

9.722

Totaal Uitgaven

268.183

-42.848

225.335

Programma's

1

Groen en Water

270

0

270

2

Mobiliteit en Milieu

92.701

-10.685

82.017

6

Middelen

795

0

795

Totaal Inkomsten

93.766

-10.685

83.081

Saldo Investeringen

-174.416

32.163

-142.254

Ontwikkeling Investeringen programma 1, Groen en Water

De investering in een parkeerplaats en toegangsweg in het provinciale recreatiegebied Vlietland heeft vertraging opgelopen. Oorzaak hiervan is vertraging bij het afsluiten van het erfpachtcontract voor het provinciaal recreatiegebied, waarvan de investering onderdeel uitmaakt. In de nieuwe planning wordt in 2013 € 0,1 mln (met name voorbereidingskosten) geïnvesteerd en in 2014 bedraagt de investering € 1,3 mln. Dit betekent voor 2013 een verlaging van € 1,4 mln ten opzichte van de raming.

 

Ontwikkeling Investeringen programma 2, Mobiliteit en Milieu

De uitgaven worden met € 37,7 mln neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling betreft de projecten Rijnlandroute (€ 20,7 mln), Parallelstructuur A12 (€ 9,8 mln) en diverse DBI-projecten (€ 7,2 mln). De inkomsten worden met € 10,7 mln neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling betreft het project Parallelstructuur A12 (€ 8,5 mln) en diverse DBI-projecten (€ 2,2 mln).

Bij het opstellen van de Begroting 2013 zijn voor de uitgaven en de inkomsten van de MPI-projecten negatieve stelposten van 10% opgenomen. De reden daarvan is dat in voorgaande jaren is gebleken dat de uitvoering van diverse projecten na vaststelling van de Begroting vertraging oploopt. De bijstellingen van de Rijnlandroute en de Parallelstructuur A12 zijn echter dusdanig groot van omvang dat deze niet met de stelpost worden verrekend, maar nu in de Voorjaarsnota separaat worden voorgelegd.

 
Rijnlandroute

Bij het opstellen van het MPI 2013-2017 was geen informatie voorhanden voor een gerichte toedeling van de beschikbare middelen over de verwachte looptijd van het project. Daarom is het provinciale aandeel in het project (exclusief € 153,0 mln overdracht vanuit RGL) gelijkmatig over de verwachte uitvoeringsjaren verdeeld (€ 25,6 mln per jaar). Inmiddels is een reëlere raming voor het kasritme van dit jaar beschikbaar van € 5,0 mln (inclusief interne projectmanagementkosten).

 
Parallelstructuur A12

Naar verwachting zal de aanbesteding voor dit project eerst eind van dit jaar plaats vinden. De uitgaven in 2013 zullen daarom beperkt zijn. De inkomsten zijn neerwaarts bijgesteld, omdat in het kader van de rijksbezuinigingen voor sommige projecten de bijdragen van het Rijk zijn getemporiseerd. Ook de rijksbijdrage aan dit project wordt later dan verwacht ontvangen. Het kasritme voor 2013 wordt daarom op nul gesteld.

 
DBI-projecten (Beheer en onderhoud)

Ook voor de investeringsprojecten van DBI zijn stelposten in de Begroting opgenomen. De ruimte op deze stelposten is volledig ingezet. Dit wordt veroorzaakt door aanbestedingsvoordelen van € 10,0 mln en het doorschuiven van enkele projecten zoals het groot onderhoud van de bruggen van traject 4 en 6 en de groot onderhoud trajecten N209, N219 en N464. De inkomsten zijn neerwaarts bijgesteld, omdat een gedeelte hiervan met betrekking tot de baggerprojecten en de bijdrage voor de hefbrug Waddinxveen is gerealiseerd in 2012. Daarnaast zijn de bijdragen door derden voor het onderhoud van zowel wegen als vaarwegen in de tijd verschoven.

 

Ontwikkeling Investeringen Bedrijfsvoering

In 2012 is gewerkt aan de voorbereidingen van grote huisvestingsprojecten die samenhangen met de strategische huisvestingsvisie. Het betreft de projecten modernisering bestuursgebouw (bouwdeel C) en invoering flexibel kantoorconcept (bouwdeel A/B), evenals onderhoudswerkzaamheden die gelijktijdig worden uitgevoerd. Het uitwerken van planvorming naar definitief ontwerp heeft langer geduurd dan gepland, waardoor de Europese aanbesteding doorgeschoven is van 2012 naar 2013 met uitvoering in 2014. Hierdoor wordt het investeringsbudget van 2013 per saldo met € 3,8 mln verlaagd.

 

Herbestemming investeringsmiddelen Beheer en onderhoud

Binnen het investeringsprogramma Beheer en onderhoud is sprake van aanbestedingsvoordelen ad € 10,0 mln. Voor een deel is hiermee bij de opstelling van de Begroting 2013 rekening gehouden. Voor het resterend deel (€ 5,0 mln) wordt nu voorgesteld om dit in 2013 aan te wenden voor het project ophoging Hoornbrug en de realisatie van de rotondes N219.

Inleiding

In het budgettair kader wordt het financieel perspectief van de Begroting 2013 geactualiseerd. Er wordt ingegaan op de voorgestelde begrotingswijzigingen die de financiële ruimte raken en er wordt hiervoor een dekkingsvoor­stel gedaan. Uitgangspunt hierbij is dat de Begroting 2013 financieel sluitend blijft.

Naast de begrotingswijzigingen die de financiële ruimte raken worden de wijzigingen in stortingen en onttrekkingen aan reserves weergegeven. Er worden bij deze Najaarsnota geen voorstellen gedaan om nieuwe reserves te vormen.

 

Ontwikkeling begrotingspositie

Bij de opstelling van de Najaarsnota 2013 is het perspectief van de Begroting 2013 inclusief Voorjaarsnota 2013 als uitgangspunt genomen. Op 16 april 2013. hebben GS besloten om aan Provinciale Staten (PS) voor te stellen het in de Voorjaarsnota geraamde tekort voor 2013 ad € 7,1 mln incidenteel te bezuinigen in 2013. PS hebben hiermee ingestemd.

Naast deze bezuinigingsmaatregelen heeft ook de reguliere actualisatie van beleid en budget geleid tot begrotingswijzigingen die de financiële ruimte raken. Ten slotte worden de financiële ontwikkelingen voor het jaar 2013, zoals geschetst in de Kadernota 2014-2017, in deze Najaarsnota 2013 verwerkt.

 

Mutaties Financiële ruimte
 

(bedragen x € 1 mln)

 

Incidenteel (I) / Structureel (S)

1

Saldo Voorjaarsnota 2013

-7,1

I

2

Incidentele bezuinigingen 2013

7,1

I

3

Kadernota, verwerking vrijval jaarschijf 2013

5,9

I

4

Storting in Algemene Reserve

-5.9

I

5

Meicirculaire

-5,5

6

Overige mutaties financiële ruimte

0,6

I

 

Totaal

-4,9

 
 
Ad 1 Saldo Voorjaarsnota 2013 (€ 7,1 mln nadeel)

Na aftrek van het beklemde deel van het rekeningresultaat 2012 (€ 6,8 mln) sloot de Voorjaarsnota 2013 op een nadelig verschil van € 7,1 mln. Dit is voor € 5,0 mln veroorzaakt door bijstelling van de verwachte inkomsten motorrijtuigenbelasting.

 
Ad 2 Incidentele bezuinigingen (€ 7,1 mln voordeel)

Naar aanleiding van het besluit bij Voorjaarsnota om het incidentele tekort van € 7,1 mln te dekken binnen de Begroting 2013 zijn de bezuinigingsmaatregelen in 2013 geïnventariseerd. Het resultaat van deze inventarisatie bedraagt € 7,1 mln. Het overzicht van deze maatregelen is in de bijlage van deze Najaarsnota opgenomen.

 
Ad 3 en 4 Kadernota, maatregelen 2013 (per saldo € 0)

De Kadernota 2014-2017 is door PS vastgesteld. De Kadernota bevat maatregelen om het verwachte begrotingstekort in latere jaren te dekken. Vanuit de Begroting 2013 wordt hiervoor € 5,9 mln ingezet. Deze middelen worden toegevoegd aan de Algemene Reserve.

 
Ad 5 Meicirculaire (€ 5,5 mln nadeel)

Als gevolg van onderuitputting in 2012 bij de departementen zijn de uitgaven van het Rijk aanzienlijk lager uitgevallen dan in december 2012 voorzien. Vanwege de ‘trap op en trap af - systematiek’ van het Provinciefonds is het accres van 2012 1,4% lager uitgevallen. Voor Zuid-Holland betekent dit een verlaging van € 2,5 mln.

  • Het accres over het jaar 2013 is € 3,0 mln lager dan waarmee in de Begroting 2013 rekening is gehouden.
  • Het structureel nadeel vanaf 2014 bedraagt € 3,3 mln.
 
Ad 6 Overige mutaties (€ 0,6 mln voordeel)
  • € 0,1 mln (n) Kosten van bestuursdwang (doel 2.4)
  • € 0,7 mln (v) opbrengst Dwangsom (doel 2.4)
 
Controle op de loonbelasting

De belastingdienst voert regelmatig controles uit over ingediende belastingaangiften. Zo ook bij de provincie over de loonheffingen. Er zijn tekortkomingen geconstateerd waarvoor nu door de provincie aanvullende informatie wordt verstrekt. Vermoedelijk zal de controle leiden tot een naheffing over de controleperiode 2008-2012. Afronding van het onderzoek wordt verwacht in het najaar, waarna de naheffing in 2013 bij jaarrekening wordt opgenomen.

 

Verloop Algemene Reserve

De Najaarsnota 2013 sluit met een extra claim op de financiële ruimte van € 4,9 mln. Dit tekort wordt gedekt door een bijdrage vanuit de Algemene Reserve. De stand van de Algemene Reserve komt hiermee op € 42,9 mln. De minimale stand van de Algemene Reserve, conform de Beleidsnota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2012 is € 30,0 mln. Rekening houdend met de inzet van € 5,9 mln ter dekking van begrotingstekort latere jaren, resteert een vrij beschikbaar bedrag van € 7,0 mln.

 

Ontwikkeling Algemene reserve

(bedragen x € 1 mln)

 

Stand bij Voorjaarsnota 2013

41,9

Toevoeging Najaarsnota 2013 ter dekking tekort latere jaren (Kadernota)

5,9

Dekking Najaarsnota 2013

-4,9

Stand Algemene reserve na Najaarsnota 2013

42,9

   

Dekking risico’s oorspronkelijke Begroting; omvang Algemene reserve als onderdeel van weerstandscapaciteit

-30,0

Dekking tekort latere jaren volgens Kadernota 2014-2017

-5,9

   

Saldo vrij inzetbaar na Najaarsnota 2013

7,0

 

Programmareserves

Binnen programmareserves wordt onderscheid gemaakt in verschillende onderwerpen. Het totaal aan gereserveerde middelen in deze programmareserves neemt toe met € 33,6 mln. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste mutaties op onderwerp, groter dan € 1,0 mln.

 

Programmareserve
(bedragen x € 1 mln)

Onderwerp

Mutaties

1

Groen en Water

Groene ambities

4,4

IODS

7,4

IRP Delflandse kust

-1,0

2

Mobiliteit en Milieu

Fietsprojecten

3,2

1%-regeling kunst

-1,7

3

Ruimte, Wonen en Economie

Meerjarenplan bodemsanering 2010-2014

19,8

ROM Zuidvleugel

1,4

4

Integrale Ruimtelijke Projecten

Restauratie rijksmonumenten en erfgoed

1,2

 

Overige mutaties < € 1 mln

Diverse onderwerpen

-1,1

 

Totaal

 

33,6

+ = toename geraamde stand reserve; - = afname geraamde stand reserve

 

Bovenstaande mutaties in de geraamde stortingen in en onttrekkingen uit programmareserves zijn toegelicht in de programma’s.

Bij deze Najaarsnota zijn geen nieuwe reserves ingesteld. Het aantal onderwerpen waarvoor middelen wordt gereserveerd, is uitgebreid met 2. Het betreft:

 

Nieuwe onderwerpen binnen de programmareserves

Programma

Omschrijving

Mutaties stortingen

1

Natuurcompensatie ZW Gouda

€ 0,07 mln

2

Kosten / risico’s bestuursdwang omgevingsdiensten

€ 0,50 mln

 

Investeringen

De bruto investeringen 2013 (geraamde investeringsuitgaven) zijn met € 11,9 mln verlaagd. De geraamde inkomsten 2013 zijn € 20,4 mln lager dan begroot.

 

Bijstelling investeringsbudgetten per programma

Investeringen
(bedragen x € 1.000)

Begroting

2013

Bijstelling Voorjaarsnota

Bijstelling Najaarsnota

Bijgestelde
Begroting 2013

Programma's

1

Groen en Water

1.924

-1.420

10

514

2

Mobiliteit en Milieu

251.058

-37.736

-18.879

194.443

3

Ruimte, Wonen en Economie

1.644

0

0

1.644

5

Integrale Ruimtelijke Projecten

0

108

0

108

6

Middelen

35

0

10.000

10.035

7

Bedrijfsvoering

13.522

-3.800

-3.000

6.722

Totaal Uitgaven

268.183

-42.848

-11.869

213.466

Programma's

1

Groen en Water

270

0

0

270

2

Mobiliteit en Milieu

92.701

-10.685

-20.417

61.600

6

Middelen

795

0

0

795

Totaal Inkomsten

93.766

-10.685

-20.417

62.664

Saldo Investeringen

-174.416

32.163

-8.548

-150.802

 

Ontwikkeling Investeringen Programma 2, Mobiliteit en Milieu

De ervaring leert dat gedurende het begrotingsjaar in de uitvoering van mobiliteitsprojecten vertraging optreedt, zonder dat vooraf aan te geven is welke projecten hiermee te maken krijgen. Om die reden zijn in de Begroting 2013 voor de uitgaven en inkomsten negatieve stelposten opgenomen (€ 21,3 mln respectievelijk € 9,6 mln). De belangrijkste projecten die zijn verrekend met deze stelposten zijn:

 

HOV-net Zuid-Holland Noord

  • Aan het uitvoeringsbesluit ten aanzien van het HOV-net Zuid-Holland Noord, zoals opgenomen in het PS-besluit van 30 januari 2013, wordt gevolg gegeven. Echter als gevolg van vertraging van de door Prorail uit te voeren werkzaamheden, zal een verschuiving plaatsvinden van € 9,9 mln van de voor 2013 geraamde uitgaven naar latere jaren.
  • Op basis van het PS besluit HOV-net Zuid-Holland Noord, zijn op 17 mei 2013 nieuwe bestuursovereenkomsten met de betrokken gemeenten afgesloten. De financiële afspraken die hierin zijn opgenomen in het kader van afwikkeling van oude overeenkomsten RijnGouweLijn en bijdragen ten behoeve van het nieuwe HOV-programma, leiden per saldo tot een aflaging van de nog in de begroting 2013 opgenomen gemeentelijke bijdragen van € 3,8 mln.

 

Parallelstructuur A12

De verlaging met € 1,0 mln van de uitgaven bij de Parallelstructuur A12 is het gevolg van het niet kunnen afronden van een aantal geraamde grondtransacties. Dat betekent dat de betalingen in 2014 plaatsvinden in plaats van 2013. De verhoging van de inkomsten hangt samen met afspraken met het Rijk over de bijdrage aan het project. Bij de Voorjaarsnota was daar nog geen zicht op en is de bijdrage zekerheidshalve verlaagd, inmiddels is er wel overeenstemming en komt de bijdrage voor 2013 uit op € 5,1 mln.

 

Daarnaast zijn er verschuivingen van technische aard, die geen invloed hebben op het bereiken van de mijlpalen. Volgens de nieuwe financiële termijnplanning van de 3-1 Wegenproject Westland is de omvang van de termijnen voor 2013 lager dan de oorspronkelijke termijnplanning. De verschuiving in de fasering heeft alleen consequenties voor de kasritmes voor de uitgaven en inkomsten van respectievelijk € 16,8 mln en 18,3 mln.

De uitgaven en inkomsten van groot onderhoud op de wegen N209 en N498 zijn neerwaarts bijgesteld met ad € 2,1 mln.

 

Ontwikkeling Investeringen Programma 6, Middelen

Op 26 juni 2013 hebben Provinciale Staten besloten om, samen met het ministerie van Economische Zaken, de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Delft, Leiden, Dordrecht, Westland en de Zuid-Hollandse universiteiten en medische centra, deel te nemen in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) Zuidvleugel B.V. en om € 10,0 mln beschikbaar te stellen ten behoeve van een storting in het participatiefonds. De provincie verkrijgt door haar kapitaalinbreng aandelen in de ROM Zuidvleugel B.V.

 

Ontwikkeling Investeringen Bedrijfsvoering

De beleidsnota Het Nieuwe Werken is op 5 juni 2013 vastgesteld. In afwachting van de besluitvorming van de uitvoeringsnota is de EU-aanbesteding voor de invoering van het flexibel kantoorconcept en modernisering bestuursgebouw getemporiseerd. Dit leidt er toe dat de uitgaven pas in 2014 zullen plaatsvinden. Het investeringsbudget 2013 wordt nu met € 3,0 mln verlaagd.