Bestuurlijke inleiding

Met de begroting 2013 presenteren wij als bestuur van de provincie Zuid-Holland de uitwerking van onze ambities in concrete beleidsmatige en financiële keuzes voor 2013 met een doorkijk naar 2014, 2015 en 2016. De provincie Zuid-Holland richt zicht op de volgende vier opgaven: ruimte scheppen voor economische groei, verbetering van de mobiliteit, behoud en ontwikkeling van natuur en recreatie en een evenwichtige verdeling van de ruimte. Daarnaast blijven wij jeugdzorg uitvoeren zolang wij daarvoor wettelijk verantwoordelijk zijn, met oog voor een goede kwaliteit en toegankelijkheid. Met de Begroting 2013 en de meerjarenraming geven wij een robuust financieel kader waarmee we onze kerntaken krachtig kunnen blijven uitvoeren. Deze begroting staat in het teken van de onzekere economische vooruitzichten en de inspanningen die geleverd moeten worden om de internationale concurrentiepositie van Zuid-Holland te behouden en te versterken.

Gewijzigde economische omstandigheden

Met 3,5 miljoen Nederlanders is Zuid-Holland de meest dichtbevolkte provincie en de economische motor van ons land. Een gezonde economie is belangrijk voor de werkgelegenheid en de welvaart, maar deze economie staat echter al een tijd onder druk. De kredietcrisis uit 2008 en de schuldencrisis die daarop volgde hebben geleid tot minder consumptie, minder bedrijfsinvesteringen en een inzakkende wereldhandel. Hierdoor was er minder vraag naar producten en is de werkloosheid opgelopen. Doordat Nederland een open economie heeft is de Nederlandse economie en daarmee die van Zuid-Holland fors geraakt. De concurrentiepositie van Zuid-Holland ontwikkelt zich minder sterk dan die van de Noordvleugel en Brabant. Daarom blijven extra inspanningen nodig. De provincie concentreert haar middelen, instrumenten en bevoegdheden op de uitvoering van de kerntaken en daarbinnen maken we keuzes die zoveel mogelijk bijdragen aan de versterking van de economie. Drie pijlers hebben daarbinnen prioriteit: transitie Haven Industrieel Complex (mainport), Greenports en kennisas. Daarnaast zijn de volgende randvoorwaarden van belang: een goede bereikbaarheid, een uitnodigend vestigingsklimaat en een aantrekkelijke leefomgeving.

Een infrastructuur met snelle en veilige verbindingen voor auto, fiets, openbaar vervoer en schip is een belangrijke voorwaarde voor een economisch sterk Zuid-Holland. Daarom wordt het verkeer- en vervoersbeleid in nauwe samenhang met het ruimtelijke en economische beleid ontwikkeld en is, voor deze collegeperiode, € 335,0 mln extra investeringsruimte beschikbaar gesteld. In dit kader wordt onder meer uitvoering gegeven aan het besluit van Provinciale Staten voor het tracé Zoeken naar Balans van de RijnlandRoute. Om de kwaliteit van de provinciale infrastructuur verder te verbeteren wordt daarnaast de nadruk gelegd op het beter benutten van het netwerk door inzet van netwerkmanagement en innovaties.

Het openbaar vervoer in Zuid-Holland stimuleren we en de inzet is om zo veel mogelijk reizigers hiervan gebruik te laten maken. Om reizigers te verleiden vaker het openbaar vervoer te nemen, werken we aan een hoogwaardig openbaar vervoer netwerk. Er wordt uitvoering gegeven aan het besluit van Provinciale Staten om het Hoogwaardig openbaar vervoer netwerk Zuid-Holland Noord verder uit te werken als alternatieve uitvoeringsvariant voor de RijnGouweLijn.

Voldoende werklocaties van de juiste kwaliteit dragen bij aan een uitnodigend vestigingsklimaat. Op dit moment is er echter een overschot aan kantoor- en winkelruimte in Zuid-Holland. De provincie gaat met gemeenten aan de slag om dit overschot aan te pakken. Het aantal winkellocaties wordt beperkt. Uitbreiding van het winkelareaal kan alleen nog onder strikte voorwaarden in een klein aantal grote en historische binnensteden plaatsvinden. Vestiging van detailhandel in de periferie wordt beperkt.

De leefomgeving bepaalt voor inwoners van Zuid-Holland een aanzienlijk deel van hun dagelijkse welbevinden. De leefomgeving en wonen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op dit moment sluiten de vraag naar en het aanbod van woningen niet goed op elkaar aan. De crisis op de woningmarkt is niet alleen te wijten aan de economische recessie. Onderzoek toont aan dat de woningmarkt structureel is veranderd. Aan de vraagkant is kwaliteit belangrijker geworden en demografische ontwikkelingen dragen ook bij aan een veranderende vraag. Anticiperend beleid is nodig evenals een verbreding van de focus van alle woonpartners: van alleen woningen bouwen naar verbeteren van de leefomgeving. De voornaamste ambitie op het gebied van wonen is dat woningen passend zijn voor de huishoudens die ze bewonen. De provincie en de regios in het stedelijk gebied van Zuid-Holland willen de ontwikkelcapaciteit aan woningbouwplannen de komende 8 jaar faseren en doseren. De bouw van circa 70.000 woningen zal van het tijdvak 2010-2020 worden doorgeschoven naar 2020-2030.

Naar aanleiding van incidenten, aanhoudende onrust en stillegging van het, onder het bevoegd gezag van de provincie vallende, tankopslagbedrijf Odfjell, is de Onderzoeksraad voor Veiligheid recentelijk een onderzoek gestart. Hierbij wordt onder andere gekeken naar vergunningverlening, toezicht en handhaving en de rol van het bevoegd gezag. Resultaten worden in het late voorjaar verwacht. Op de korte termijn herziet de provincie het toezicht en handhavingsdeel van de nota Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Hier maakt ook de sanctiestrategie onderdeel van uit.

Om een aantrekkelijke leefomgeving te creeëren zijn voldoende recreatiemogelijkheden en sterke landschappen nodig. Met de Beleidsvisie Groen en de daarmee verband houdende begrotings-wijzigingen geven wij invulling aan de kerntaak voor groen. Op de realisatie en het beheer van groengebieden is een forse rijksbezuiniging doorgevoerd. 2012 heeft vooral in het teken gestaan van onderhandelingen tussen de provincie en het Rijk over het afwikkelen van het Investeringsbudget Landelijk gebied. De verwachting is dat vanaf 2013 weer vooruitgekeken kan worden en de uitvoering weer ter hand kan worden genomen. Hiervoor wordt gewerkt aan een realistisch programma voor de afronding van een herijkte Ecologische Hoofdstructuur en recreatief groen in de stedelijke omgeving. Het accent ligt op groene verbindingen tussen stad en land en in plaats van nieuwe hectares wordt gewerkt aan het toevoegen van groen met een hoge inrichtingskwaliteit. Vanwege de beperkte beschikbare middelen voor beheer en onderhoud van groen wordt gestreefd naar meer financiële participatie van andere overheden, maatschappelijke en private partners.

De bovenstaande ontwikkelingen hebben een grote impact op het ruimtelijke beleid. Daarom wordt in het najaar van 2012 beoordeeld of het niet noodzakelijk is om de provinciale structuurvisie integraal te herzien.

Overheidsfinanciën onder druk

Door de economische crisis zijn de overheidsfinanciën sinds 2008 sterk verslechterd.
Ook in de komende jaren bezuinigt het Rijk om de overheidsfinanciën op orde te brengen. In het voorjaar van 2012 hebben de Tweede Kamer en het demissionaire kabinet een pakket van maatregelen afgesproken om het tekort op de rijksbegroting in 2013 terug te brengen naar 3 procent van het bruto binnenlands product. Bij de Kadernota 2013-2016 zijn de financiële gevolgen van deze maatregelen voor Zuid-Holland in beeld gebracht. Hieruit is gebleken dat Zuid-Holland bezuinigingsmaatregelen moet treffen om meerjarig tot een sluitende begroting te komen. De maatregelen zijn verwerkt in de begroting 2013. Hierbij zijn de ambities uit het Hoofdlijnenakkoord zoveel mogelijk overeind gebleven. Deze maatregelen komen bovenop de eerdere bezuinigingen die in de begroting 2012 zijn verwerkt.

Daarmee zijn we er echter nog niet. Het Rijk werkt ondertussen aan een het wetsvoorstel Houdbare Overheidsfinanciën om het zogeheten EMU-tekort verder te beperken. Ook werkt het Rijk aan een voorstel voor verplicht schatkistbankieren. Hierbij worden decentrale overheden verplicht hun liquide middelen onder te brengen bij het Rijk.

We trekken samen met andere overheden op om te voorkomen dat de Wet Houdbare Overheidsfinanciën en het verplicht schatkistbankieren negatieve gevolgen hebben en een extra rem zetten op de economie, bovenop de eerder door het Rijk genomen bezuinigingsmaatregelen.

In het Hoofdlijnenakkoord is ten aanzien van de opcenten opgenomen de inflatiecorrectie voor de helft achterwege te laten. Per jaar wordt bezien of de volledige correctie achterwege kan blijven, afhankelijk van het financieel perspectief. Om de lastenverhoging voor de burger te beperken, wordt voorgesteld om ook voor 2013 de verhoging met de helft van de inflatie achterwege te laten. Dekking tot en met 2015 vindt plaats door de inzet van de vrijval van kapitaallasten voor verkeer en vervoer.

Decentralisaties

Om tot een doelmatige taakverdeling tussen de overheidslagen en dus een compacte en slagvaardige overheid te komen is in de bestuursafspraken 2011-2015 vastgelegd een aantal taken te decentrali-seren van het Rijk naar de provincies: ruimte, natuur en economie. Daarnaast is vastgelegd dat taken ten aanzien van de jeugdzorg door de provincie worden overgedragen aan gemeenten. Ook water valt onder één van de deelakkoorden van de decentralisatieafspraken.

De bestuurlijke dialoog met gemeenten over de efficiëntere inrichting van de huidige 11 natuur- en recreatieschappen, waaraan de provincie deelneemt, is in volle gang. De Vervolgnota Toekomstig Beheer Recreatiegebieden is hierbij het meest recente ijkpunt. Het eigenaarschap van de provinciale dienst Groenservice Zuid-Holland is onderdeel van deze dialoog. Voorstellen voor besluitvorming over de toekomst van zowel de schappen als de Groenservice Zuid-Holland worden in de loop van 2013 verwacht.

Met de Wateragenda Zuid-Holland 2012-2015 wordt, samen met de waterschappen, ingezet op een doelmatige aanpak van de uiteenlopende wateropgaven in de provincie. In 2013 wordt gewerkt aan een strategische aanpak van de knelpunten in de zoetwatervoorziening in Zuid-Holland ten behoeve van besluitvorming in het kader van het Nationaal Deltaprogramma.

Het landelijke Bestuursakkoord Jeugd regelt dat alle jeugdzorgtaken van provincies, WGR+, zorgverzekeraar en ministerie worden gedecentraliseerd naar gemeenten. Hiermee wordt beoogd dat ondersteuning en zorg van jeugd dicht bij huis makkelijker tot stand komt. Tot het moment van overdracht voeren wij onze wettelijke taak op het huidige niveau uit. Evenals in 2012 legt de provincie in 2013 meer focus op de veiligheid van jeugdigen. Bij onveilige situaties moet snel worden ingegrepen en is een goede samenwerking in de veiligheidsketen van groot belang. Naast het werken aan de kwaliteit van de huidige provinciale jeugdzorg, wordt 2013 het jaar van de voorbereiding op de transitie van jeugdzorgtaken.

De Wet revitalisering generiek toezicht treedt naar verwachting per 1 oktober 2012 in werking. Dan wordt een aantal toezichtstaken van het Rijk overgeheveld naar de provincie. Vanaf dat moment wordt op een aantal relevante, risicovolle onderwerpen toezichtinformatie verzameld over alle gemeenten in de zogenaamde Staat van Gemeenten. Door de economische ontwikkelingen, in combinatie met taakoverdrachten, decentralisaties en bezuinigingen staat de financiële situatie van gemeenten onder druk. Om er zorg voor te dragen dat gemeenten niet in een financieel uitzichtloze situatie terecht komen wordt door de provincie op een proactieve wijze financieel toezicht uitgeoefend op gemeenten.

Hierbij bieden wij u de Voorjaarsnota 2013 aan. De Voorjaarsnota 2013 is een rapportage over afwijkingen van het voorgenomen beleid en op de voorgenomen middeleninzet op doelniveau. Met de bijstellingen wordt de Begroting 2013 geactualiseerd / de uitvoering van het beleid op een aantal punten bijgesteld. Zo is er sprake van doorgeschoven prestaties; activiteiten waarvan de afronding nog niet eerder kon plaatsvinden en in 2013 nog in uitvoering zijn. Daarnaast wordt de Begroting geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen zoals tegenvallende opbrengsten motorrijtuigenbelasting (MRB) en het in najaar 2012 vastgestelde Uitvoeringsprogramma Groen.

Naast de in de Voorjaarsnota bij de programmadoelen opgenomen bijstellingen en toelichtingen wordt melding gemaakt van een ontwikkeling van de participatie van de provincie Zuid-Holland in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Beheer Grondwateronttrekking Delft-Noord tot 1 mei 2014. Voor de financiële bijdrage is een voorziening gevormd (voorziening DSM). Naar het zich nu laat aanzien zullen in de periode t/m 2014 door de GR extra investeringen moeten plaatsvinden. Dit zal zich vertalen in een hogere bijdrage van de deelnemende partijen waaronder de provincie Zuid-Holland. Op dit moment vindt in GR-verband hierover nog nader overleg plaats en zijn de precieze financiële consequenties nog niet bekend. Bij Najaarsnota 2013 zal PS hierover nader worden geïnformeerd.

Ook is melding gemaakt van een bezwaarprocedure van de Natuur- en Milieufederatie. In de begroting 2013 is een bedrag van maximaal € 500.000 voor een begrotingssubsidie aan de Natuur- en Milieufederatie opgenomen. Voor 2013 is op basis van een aanvraag van € 500.000 aan de Natuur- en Milieufederatie een subsidie van € 457.000 verleend. Tegen de weigering van € 43.000 loopt een bezwarenprocedure. Het nog beschikbare bedrag dient in afwachting op het resultaat van de bezwarenprocedure en eventueel beroep gereserveerd te blijven. Bij de Najaarsnota 2013 zal PS hierover nader worden geïnformeerd.

Ontwikkeling financiële Begroting 2013

De Voorjaarsnota 2013 bevat een aantal voorstellen die de financiële ruimte (in positieve dan wel negatieve zin) beïnvloeden. Voor € 6,8 mln betreft dit het bij de Jaarrekening 2012 gemelde beklemd deel van het jaarresultaat; beklemd door juridisch afdwingbare of bestuurlijke verplichtingen. Daarnaast is sprake van een extra tekort van € 7,1 mln dat onder meer veroorzaakt wordt door tegenvallende opbrengsten motorrijtuigenbelasting (MRB) (€ 5,0 mln).

Het gemelde beklemd deel 2012 (€ 6,8 mln) wordt gedekt uit het jaarresultaat 2012. Dekking van het extra tekort (€ 7,1 mln) dient gevonden te worden binnen de Begroting 2013. Hiertoe zullen bij de Najaarsnota 2013 voorstellen worden aangeboden.

Gezien de aanhoudende economische crisis worden in de komende periode verdere tegenvallers niet uitgesloten. Dit kan meerdere onderwerpen betreffen zoals de algemene uitkering uit het Provinciefonds, tegenvallende opbrengsten MRB, loonkostenontwikkeling etc. Eventuele effecten voor het lopende jaar 2013 worden opgenomen in de Najaarsnota 2013.

Hierbij bieden wij u de Najaarsnota 2013 aan. De Najaarsnota 2013 is een rapportage over afwijkingen van het voorgenomen beleid en op de voorgenomen middeleninzet op doelniveau. Met de bijstellingen wordt de Begroting 2013 geactualiseerd of de uitvoering van het beleid op een aantal punten bijgesteld. Het betreft onder andere de bijdrage uit het Provinciefonds en diverse uitvoerings- en investeringsprogramma’s.

Bij de opstelling van de Najaarsnota 2013 is het perspectief van de Begroting 2013 inclusief Voorjaarsnota 2013 als uitgangspunt genomen. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota hebben Provinciale Staten (PS) ingestemd met het voorstel om het geraamde tekort voor 2013 ad € 7,1 mln incidenteel te bezuinigen. De afgelopen jaren zijn de jaarrekeningen afgesloten met positieve resultaten. Zo was in 2012 het vrij beschikbare resultaat circa

€ 8,0 mln. Op basis van dit beeld lijkt een incidentele bezuiniging van € 7,1 mln. over 2013 haalbaar en verantwoord, zodat daarmee het bij de Voorjaarsnota geraamde incidentele tekort kan worden gedekt. De kans dat over 2013 wederom een substantieel positief rekeningresultaat zal worden geboekt is hiermee kleiner geworden.

De bezuinigingsmaatregelen zijn in de bijlage bij deze Najaarsnota 2013 opgenomen. Deze tellen op tot € 7,1 mln. Er zijn geen voorstellen opgenomen met gevolgen voor doelen in de begroting. Wel zijn er enkele voorstellen opgenomen uit budgetten ‘onvoorzien’ of ‘calamiteiten’. Daarbij past de opmerking dat, indien en voor zover een dergelijke onvoorziene omstandigheid of calamiteit zich wel voordoet, het mogelijk is dat in het tweede halfjaar het aangedragen voorstel niet kan worden gerealiseerd. Dit is bij de betreffende voorstellen expliciet aangegeven.

Naast de in de Najaarsnota, bij de programmadoelen, opgenomen bijstellingen en toelichtingen wordt melding gemaakt van een ontwikkeling van de participatie van de provincie Zuid-Holland in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Beheer Grondwateronttrekking Delft-Noord, zoals aangekondigd in de bestuurlijke inleiding van de Voorjaarsnota 2013. Op 17 mei 2013 is een principeakkoord bereikt tussen de deelnemers van deze GR over de begroting 2014 van de GR. Hierin is een afspraak tussen verbonden partijen opgenomen omtrent de benodigde investeringen en de bijdrage daaraan van de provincie Zuid-Holland en de voorwaarden waaronder de provincie per 1 mei 2014 zal uittreden uit de GR. Dekking van de bijdrage aan de investeringskosten zal plaatsvinden uit de voorziening DSM-Noord en Grondwaterheffing. Inmiddels zijn PS geïnformeerd door het voor zienswijze aanbieden van de concept begroting 2014 van de GR die op 9 juli 2013 is vastgesteld en hebben zij hiermee ingestemd.

Ook is in de Bestuurlijke inleiding van de Voorjaarsnota 2013 melding gemaakt van een bezwaarprocedure van de Natuur- en Milieufederatie. In de Begroting 2013 is een bedrag van maximaal € 0,5 mln voor een begrotingssubsidie aan de Natuur- en Milieufederatie opgenomen. Voor 2013 is op basis van een aanvraag van € 0,5 mln aan de Natuur- en Milieufederatie een subsidie van € 0,46 mln verleend. In de Kadernota 2014-2017 staat het subsidieplafond Milieufederatie Zuid-Holland op “PM”. Meerjarige verwerking in de Begroting kan pas plaatsvinden na standpuntbepaling in PS.

Ontwikkeling financiële Begroting 2013

De Najaarsnota 2013 bevat voorstellen die de financiële ruimte (in positieve dan wel negatieve zin) beïnvloeden. Voor € 7,1 mln betreft dit het bij de Voorjaarsnota 2013 gemelde extra tekort waarvoor in deze Najaarsnota bezuinigingsmaatregelen zijn opgenomen. Daarnaast is sprake van een tekort van € 4,9 mln dat met name veroorzaakt wordt door tegenvallende algemene uitkering uit het Provinciefonds.

Ten slotte wordt gemeld de verwerking van de financiële ontwikkelingen voor het jaar 2013, zoals geschetst in de Kadernota 2014-2017, jaarschijf 2013. Het tekort wordt gedekt door een bijdrage uit de Algemene Reserve.

Gezien de aanhoudende economische crisis worden in de komende jaren verdere tegenvallers niet uitgesloten. Dit kan meerdere onderwerpen betreffen waaronder de algemene uitkering uit het Provinciefonds. De gevolgen van de extra bezuinigingen van het Rijk worden pas in de loop van het najaar 2013 bekend, eerst bij de Miljoenennota op hoofdlijnen en vermoedelijk pas concreet aan het einde van 2013. Afhankelijk van de impact worden de eventuele financiële gevolgen voor 2013 verwerkt in de Jaarrekening.

Met de Jaarrekening van 2013 legt het bestuur van de provincie Zuid-Holland verantwoording af over het begrotingsjaar 2013. In de Begroting voor 2013 presenteerden wij de verdere uitwerking van onze ambities in concrete beleidsmatige en financiële keuzes voor 2013. Ook gaven we een doorkijk naar de jaren 2014 tot en met 2016. De provincie richt zich op de volgende vier opgaven: ruimte scheppen voor economische groei, verbetering van de mobiliteit, behoud en ontwikkeling van natuur en recreatie en een evenwichtige verdeling van de ruimte. Daarnaast blijven wij, zolang wij daarvoor wettelijk verantwoordelijk zijn, jeugdzorgtaken uitvoeren waarbij goede kwaliteit en toegankelijkheid voorop staan.

De Begroting voor 2013 gaf een robuust financieel kader waarmee we onze kerntaken krachtig kunnen blijven uitvoeren. Ze stond in het teken van onzekere economische vooruitzichten en de inspanningen die geleverd moeten worden om de internationale concurrentiepositie van Zuid-Holland te behouden en te versterken.

Uit de in 2013 door Provinciale Staten vastgestelde Halfwegevaluatie blijkt dat, ondanks de dynamiek rond een aantal dossiers, verwacht mag worden dat de meeste doelstellingen uit het Hoofdlijnenakkoord medio 2015 gerealiseerd zijn. De provincie Zuid-Holland heeft de laatste jaren moeten anticiperen op diverse maatschappelijke en financiële ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen worden mede gevoed door de economische crisis en zij noodzaken tot structurele hervormingen. Dit heeft ook gevolgen gehad voor onze financiële positie. In 2013 zijn bezuinigingsmaatregelen met een omvang van € 24,5 miljoen doorgevoerd. Om deze bezuinigingen te realiseren hebben we keuzes moeten maken, prioriteiten gesteld en projecten vertraagd. In een periode dat het economisch en financieel minder gaat, is het belangrijk om het economisch vestigingsklimaat te stimuleren. Een gezonde economie draagt bij aan werkgelegenheid en welvaart voor de inwoners van Zuid-Holland. De provincie concentreert haar financiële middelen, instrumenten en bevoegdheden op de uitvoering van haar kerntaken en daarbinnen maken we keuzes die bijdragen aan de versterking van de regionale economie.

Al in de vorige Statenperiode heeft de provincie Zuid-Holland gekozen voor een scherpe focus op kerntaken. Deze focus is in deze collegeperiode vastgehouden. De kerntaken van de provincie zijn gericht op een goede bereikbaarheid, een uitnodigend vestigingsklimaat en een aantrekkelijke leefomgeving. Het jaar waarover nu verantwoording wordt afgelegd stond dan ook in het teken van het (nog) beter uitvoeren van deze kerntaken. De maatschappelijke en financiële ontwikkelingen maar ook de roep om goed presterende overheid vragen, naast het goed uit blijven voeren van (klassieke) taken, om beleidsmatige aanpassingen en nieuwe gedifferentieerde manieren van beleidsvoering. De afgelopen jaren is een trend zichtbaar geworden waarin de samenleving zich meer dan ooit organiseert in en via netwerken. Ook bij het openbaar bestuur zijn steeds meer voorbeelden te zien van publieke actoren die beleid maken, diensten leveren of deze uitvoeren als deel van een netwerk. Dit geldt zeker ook voor de provincie Zuid-Holland. Om deze nieuwe rol van middenbestuur als deel van een netwerk goed te kunnen vervullen, weegt de provincie wensen en belangen, verbindt zij partijen en biedt zij ruimte voor initiatief van anderen.

In 2013 is op verschillende beleidsdossiers invulling gegeven aan deze nieuwe rol. De voorbeelden die hierna volgen laten zien dat wij de daad bij het woord voegen als we stellen dat we willen verbinden en ruimte willen bieden. Ze laten ook zien dat we als provincie niet opereren vanuit een hiërarchisch isolement maar, door samenwerking en de ondersteuning van kansrijke initiatieven, aansprekende resultaten behalen.

Open en transparantere beleidsvorming

Ruimte bieden en keuzevrijheid geven voor mobiliteitsoplossingen en voor ruimtelijke projecten, inspelend op flexibele wensen en wisselende omstandigheden. Met die gedachte is in 2013 het proces gestart om te komen tot de Visie Ruimte en Mobiliteit. Met de Visie Ruimte en Mobiliteit wordt ingehaakt op de veranderde economische omstandigheden en op de structureel gewijzigde vraag op de kantoren-, detailhandel-, woningmarkt en mobiliteit. Ook wordt hiermee geanticipeerd op een veranderende bevolkingssamenstelling en de zich voortzettende urbanisatie. Met de Visie Ruimte en Mobiliteit is tevens een eerste stap gezet om een alomvattende integrale beleidsvisie van de provincie Zuid-Holland op te stellen. In een open proces, met externe inbreng van overheidspartijen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven, is eind 2013 de ontwerpvisie door Provinciale Staten vrijgegeven voor de zienswijzen­procedure.

Maatschappelijke krachten bundelen

Economische ontwikkeling draait om het creëren van ruimte voor ontwikkeling en innovatie. Om Zuid-Holland blijvend te positioneren als Europese topregio is een effectieve samenwerking nodig. Hiervoor heeft de provincie Zuid-Holland in 2013 stappen gezet om bestaande en versnipperde activiteiten op het gebied van innovatiestimulering en op internationale marketing en acquisitie te bundelen en uit te bouwen. De provincie is er in geslaagd om - in goede samenwerking met het ministerie van Economische zaken, de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Delft, Leiden, Dordrecht en Westland, de universiteiten van Delft en Leiden en de universitair-medische centra in Rotterdam en Leiden - de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Zuidvleugel op te richten. Eind 2013 is tijdens het drukbezochte start-event de nieuwe naam InnovationQuarter door koningin Maxima bekend gemaakt. InnovationQuarter bundelt investeringen van de deelnemende partijen en vergroot daarmee de slagkracht van investeringen in innovatie en economische structuurversterking.

Werken in netwerken

De provincie werkt samen met andere partijen aan een goed leef- en vestigingsklimaat in Zuid-Holland. Aantrekkelijke groene ruimte is een randvoorwaarde om van Zuid-Holland een Europese topregio te maken. Hiervoor zijn voldoende recreatiemogelijkheden en kwalitatief sterke landschappen nodig. Om de provinciale doelen voor recreatie en natuur te realiseren is samenwerking met derden onontbeerlijk. De provincie heeft in 2013 de uitvoering van de Beleidsvisie Groen op een vernieuwde werkwijze opgepakt. In verschillende projecten is met tal van partijen samengewerkt om een andere opzet, uitvoerings- en financieringsaanpak te beproeven. Veel projecten zijn in uitvoering gebracht waarvan de eerste resultaten in 2013 zijn geleverd zoals de uitbreidingen van het Provinciaal Wandelroutenetwerk op Goeree-Overflakkee en de boerenlandpaden in de Rijn- en Veenstreek. De resultaten van de inspanningen voor Groen zijn zichtbaar: de areaaluitbreiding van nieuwe recreatie is qua grondverwerving voor 85% gerealiseerd en qua inrichting voor 44%; voor vrijwel alle Natura 2000 gebieden zijn overeenkomsten met beheerders geregeld ter uitvoering van de Programmatische Aanpak Stikstof; de doelstelling van meer particulier natuurbeheer is behaald. Ook zijn gebiedsgerichte afspraken voor de realisatie van nieuwe natuur in Zuid-Holland vergevorderd. De ingebrachte projectinitiatieven zijn onderdeel geworden van het Uitvoeringsprogramma Groen 2014. Burgers, maatschappelijke organisaties, ondernemers en medeoverheden werken volop samen aan de uitvoering van projectinitiatieven. In 2013 zijn circa 40 uitvoeringsprojecten gesubsidieerd op basis van de programmering 2013 van het Uitvoeringsprogramma Groen (UPG). Daarnaast is samen met publieke en private gebiedspartners gewerkt aan een twintigtal brede 'gebiedsdeals' waarmee provinciale en gebiedsdoelen in samenhang worden gerealiseerd. Voor de realisatie van deze afspraken is in het UPG 2014 € 12 miljoen gereserveerd. In 2013 zijn overeenkomsten gesloten met gebiedspartijen waarmee de projecten Recreatie om de Stad worden afgerond. Hiermee is bereikt dat, ondanks rijksbezuinigingen, deze opgave grotendeels kan worden afgerond. Gebiedspartijen zijn structureel verantwoordelijk voor het beheer.

Voor een goed leefklimaat is ook het behoud van ons erfgoed van belang. Het moet beschermd, beleefd en bij voorkeur economisch rendabel benut worden. Dat is dan ook de inzet bij de realisatie van de zeven erfgoedlijnen. Dit zijn de grote monumentale complexen, op het raakvlak van landschap, groen en water, zoals bijvoorbeeld de Romeinse Limes en de Oude Hollandse Waterlinie. Omdat de provincie Zuid-Holland deze ambitie niet alleen waar kan maken, wordt nauw samengewerkt met andere belanghebbende partijen, zoals eigenaren, vrijwilligers, beherende stichtingen, medeoverheden en bedrijfsleven. Dit heeft in 2013 geleid tot tientallen projecten en activiteiten waarbij met een provinciale subsidie van € 3,5 miljoen ruim € 10 miljoen aan cofinanciering is opgebracht.

Grenzen tussen organisaties vervagen

De provincie Zuid-Holland investeert in wegen en openbaar vervoer omdat een goede bereikbaarheid bijdraagt aan de concurrentiekracht van bedrijven. Het versterkt ook de agglomeratiekracht van het stedelijk gebied. Het project Rijnlandroute is, met het in juni 2013 door Provinciale Staten genomen uitvoerings­besluit, in de realisatiefase beland. Het voorkeurstracé kan verder worden uitgewerkt in een definitief ontwerp en bestek op basis waarvan de uitvoering wordt aanbesteed. Voor een deel van de weg is Rijkswaterstaat opdrachtgever, voor het overige deel is de provincie dat. Om de uitvoering vlot en efficiënt te laten verlopen is gekozen voor een gemeenschappelijke projectorganisatie. De kaders voor die bijzondere samenwerking zijn afgelopen zomer vastgelegd in een bestuursovereenkomst tussen de beide overheden.

De huidige concessie voor het busvervoer in de Hoekse Waard en op Goeree-Overflakkee loopt eind 2015 af. In de aanloop naar de aanbesteding van een nieuwe concessie is bestuurlijk het idee opgepakt om het reguliere busvervoer te combineren met het kleinschalige door de gemeenten gestuurde doelgroepen­vervoer (AWBZ, Wmo, scholieren). Met deze voor Nederland unieke vorm van samenwerking tussen provincie en gemeenten wordt beoogd een efficiënter openbaar vervoer in het landelijk gebied te realiseren. Uitwerking van het concept, aanbesteding en gunning van de concessie zullen in 2014 hun beslag krijgen.

Richting geven

In 2013 is met de nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2014-2017 een nieuw uitvoeringskader voor de omgevingsdiensten vastgesteld. Deze nota bevat de provinciale visie, koers en sturing en de daarbij behorende uitvoeringskaders voor vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de komende vier jaar. De omgevingsdiensten in Zuid-Holland voeren, namens de provincie als bevoegd gezag, deze taken uit.

Het stellen van regels, het houden van toezicht op de naleving van regels en het optreden tegen overtredingen zijn bevoegdheden die volgen uit de medebewindstaken van de provincie. De provincie neemt hierin haar verantwoordelijkheid en zet daarvoor de beschikbare instrumenten in. Dit gebeurt op uniforme wijze, is risicogericht en proportioneel. De provincie wil voorkomen dat het overtreden van regels de belangen van burgers, bedrijven en de publieke zaak schaadt. De eerste verantwoordelijkheid voor het beheersen van die risico's ligt bij de veroorzaker zelf, maar zonder een actieve overheid zijn deze niet onder controle te houden. Toezicht en handhaving wordt dan ook strikt uitgevoerd daar waar het moet en houdt de respectievelijke verantwoordelijkheden daar waar ze horen. Het motto daarbij is 'vertrouwen verdienen'.

Voor Jeugdzorg is verder uitvoering gegeven aan de huidige wettelijke taken gericht op de verbetering van het bestaande jeugdzorgaanbod. Daarnaast is, gelet op de decentralisatie van taken, een zorgvuldige overgang van de provinciale jeugdzorgtaken aan gemeenten voorbereid. Om deze zorgvuldigheid te realiseren, hebben de provincie en de regio’s elkaar gevonden en intensief samengewerkt. Ten aanzien van de transitie heeft de provincie Zuid-Holland haar verbindende en faciliterende rol verder ingevuld. Zo faciliteerde de provincie Zuid-Holland de transitie via inhoudelijke kennisoverdracht aan gemeenten en regio’s en stelde zij in 2013 subsidie beschikbaar voor pilots.

De hiervoor geschetste resultaten tonen hoe wij ons in 2013 hebben ingezet om doelgericht, doelmatig en doelbewust onze ambities om te zetten in resultaten. Daarbij hebben we er niet voor geschuwd om te kiezen voor andere manieren van werken, gedreven door een open bestuursstijl en in samenwerking met burgers, bedrijven, medeoverheden en maatschappelijke organisaties.